VICE Sportshttps://sports.vice.com/nlRSS feed for https://sports.vice.comnlThu, 17 Jan 2019 09:18:02 +0000<![CDATA[Zo gaat het nu met de clubloze Oluwafemi Ajilore]]>https://sports.vice.com/nl/article/3k9xxv/clubloze-oluwafemi-ajiloreThu, 17 Jan 2019 09:18:02 +0000 “Dit is mijn jongste zoontje. Hij praat veel. Zwaai maar even,” zegt Oluwafemi Ajilore. Op Facetime zie ik een klein ventje in de woonkamer van de familie Ajilore. Hij zwaait fanatiek naar de telefooncamera, dus ik zwaai terug. Dan gaat Ajilore (33), die zelf graag de voetbalnaam ‘Femi’ gebruikt, aan de eettafel zitten. Hij woont nu met zijn twee zoontjes en vrouw in de Nigeriaanse hoofdstad Abuja.

Ajilore was in de zomer van 2008 een van de grootste aankopen uit de geschiedenis van FC Groningen. Hans Nijland en co betaalden toen 3,3 miljoen euro aan FC Midtjylland voor de middenvelder. Helaas werd het geen doorslaand succes en keerde Ajilore in 2013 transfervrij terug naar Denemarken. Sinds 2016 zit hij zonder club. We spreken elkaar over zijn tijd bij FC Groningen en wat er sindsdien met hem is gebeurd.

VICE Sports: Hallo Femi, volg je FC Groningen nog een beetje vanuit Nigeria?
Oluwafemi Ajilore: Zeker. In mijn vrije tijd kijk ik soms wedstrijden. Ik zie dat het niet goed gaat, dat is niet fijn voor de supporters, maar ik geloof erin dat ze terug kunnen komen. De huidige plek is niet acceptabel, de spelers moeten wakker worden. Ik moet er niet aan denken dat FC Groningen degradeert. Dat kan echt niet.

Waar moest je vooral aan wennen toen je in Nederland kwam?
Ik moet meteen aan de taal denken. Die vond ik erg ingewikkeld. In Denemarken leerde ik best goed Deens, daarin kon ik al snel communiceren. Maar Nederlands vond ik erg moeilijk. Ik herinner me nog wel een paar zinnen: “Hoe is het?”, “Ik hou van jou” en “Sjongejongejonge”.

Hebben medespelers je ook Nederlandse scheldwoorden geleerd?
Haha ja, maar die wil ik niet herhalen. Ik herinner me alleen de vieze menselijke lichaamsdelen, snap je? En “pannenkoekie”, zo noemde ik mijn teamgenoten vaak.

Foto's van Proshots.

Uiteindelijk ben je na Brøndby terug naar Midtjylland gegaan en heb je ook nog voor Middelfart gespeeld. Hoe waren die jaren in Denemarken?
Verschrikkelijk. Ik koos voor een terugkeer naar Midtjylland omdat ik de club kende. Zo hoopte ik weer terug in de spotlight te komen. Maar ik was helaas veel geblesseerd in die tijd. Ik deed mijn best om er goed mee om te gaan, maar het ging niet. Blessures zijn de grootste vijand van spelers, die kan je soms niet voorkomen. Dat is er met mij gebeurd.

Wat heb je gedaan nadat je in 2016 uit Denemarken vertrok?
Eerst zat ik nog even in Duitsland, bij een Dortmundse club uit de vierde divisie. Maar sommige blessures aan mijn hamstrings en kuitspieren bleven doorgaan. Elke keer speelde ik even en dan moest ik weer stoppen door de pijn. Ik ben daarom terug naar Nigeria gegaan om mezelf fit te krijgen. Nu ben ik weer de oude. Maar ik word er niet jonger op en weet dat ik niet voor altijd kan spelen. Daarom ben ik me alvast aan het voorbereiden voor de tijd na mijn voetbalcarrière, met mijn vastgoed en voetbalscholen hier in Nigeria.

Kunnen we nu zeggen dat je officieel met voetbalpensioen bent, of nog niet?
Nee, nee, nee, nog niet. Als er morgen een club langskomt die me wil hebben, waarom zou ik het dan niet doen? Ik ben transfervrij.

Dit is een verhaal uit de rubriek Ongewenst Transfervrij , waarin VICE Sports profvoetballers aan het woord laat die graag weer willen spelen, maar door hun eigen fouten of botte pech geen club hebben. Zie hier alle verhalen uit deze serie.

]]>
3k9xxvSam van RaalteSam van RaalteProshots DE KEERZIJDE
<![CDATA[De Nederlander die bij de meest tolerante club van Israël speelde]]>https://sports.vice.com/nl/article/8xpwkg/tolerante-club-israelWed, 16 Jan 2019 12:08:58 +0000 Jeroen Tesselaar (30) stapt met een dikke bontjas Café Stam binnen, in zijn woonplaats Wognum. De linksback speelde in Nederland voor Telstar en De Graafschap, maar was de laatste jaren vooral in het buitenland te vinden. Hij bracht vier jaar door in Schotland en speelde de laatste twee seizoenen op het tweede niveau van Israël, voor de clubs Hapoel Ramat Gan en Hapoel Katamon. Nu is hij herstellende van een ontstoken kniepees en transfervrij. De clubs staan natuurlijk niet in de rij voor een geblesseerde linksback, maar hij hoopt desondanks snel weer aan de bak te gaan.

Voetballen in Israël is op zich niet zo bijzonder, maar zijn laatste club, Hapoel Katamon, is dat zeker wel. De club wordt volledig geleid door de fans en staat bekend om zijn tolerantie. Waar het in de rest van Israël verre van zelfsprekend is, is iedereen hier welkom op de tribune, ongeacht welke religie je aanhangt. Daarnaast zet de club zich in voor homo-emancipatie: de fans zwaaien op de tribunes regelmatig met een regenboogvlag. Tesselaar kwam zelf ook met meerdere culturen in aanraking: hij sprak mensen die in het Israëlische leger hebben gevochten, en deed zijn boodschappen in een moslimwijk. Dit is zijn verhaal.


“Ik woon nu tijdelijk bij mijn schoonouders. Ik zit veel in de sportschool en train twee keer per week mee bij de plaatselijke amateurvereniging SV Spartanen. De afgelopen tijd ben ik nog benaderd door meerdere zaakwaarnemers, ook eentje die me eerder in Israël heeft geholpen, maar ik heb tegen hem gezegd dat ik in de zomer weer verder kijk. Mijn vrouw is net bevallen van ons zoontje, dus het buitenland werd hem even niet. Als ik die blessure van de zomer niet had opgelopen, zouden we in Israël zijn gebleven en was onze zoon daar geboren. We vonden het leven heerlijk daar.

Twee jaar geleden kwam ik terecht bij Hapoel Ramat Gan. Toen mijn trainer Lior Zade na een jaar overstapte naar Hapoel Katamon, wilde hij me graag meenemen. Je zou verwachten dat ik dan wel een heel bijzondere klik met die man had, maar we hadden eigenlijk amper een woord met elkaar gewisseld. Hij sprak geen Engels en ik geen Hebreeuws. Als we wonnen kon hij eigenlijk alleen ‘I love you’ in het Engels zeggen. Als het minder ging, dan was het altijd ‘fuck you.’”

1547640116388-IMG_4930

Dit is een verhaal uit de rubriek Ongewenst Transfervrij , waarin VICE Sports profvoetballers aan het woord laat die graag weer willen spelen, maar door hun eigen fouten of botte pech geen club hebben. Zie hier alle verhalen uit deze serie.

]]>
8xpwkgDave AalbersDave AalbersisraelvoetbalJeruzalemATLETENONGEWENST TRANSFERVRIJ
<![CDATA[Waarom Jonathan Reis nu clubloos in Brazilië zit]]>https://sports.vice.com/nl/article/mby8n8/jonathan-reis-clubloos-brazilieMon, 14 Jan 2019 15:57:12 +0000 Jonathan Reis loopt rond in het huis van zijn schoonmoeder als ik hem bel. De aanvaller (29) is terug in zijn vaderland Brazilië, nadat hij jarenlang in Japan voetbalde. In 2017 spraken we elkaar voor het laatst voor een interview, en toen ging het lekker met hem. Hij had net een nieuw thuis gevonden bij de club Hokkaido Consadole Sapporo en scoorde weer als vanouds.

Reis vertelde toen over zijn liefde voor Japan en hoe zijn mentaliteit was veranderd ten opzichte van zijn jaren in Nederland bij PSV en Vitesse. Maar afgelopen seizoen kwam er onverwacht een einde aan zijn periode bij Hokkaido Consadole Sapporo. Een transfer naar FC Twente ketste vervolgens af, waarna Reis in december uit Japan vertrok. Nu zoekt hij vanuit Brazilië naar een nieuwe club.

VICE Sports: Hé Jonathan, hoe gaat het met je?
Jonathan Reis: Hé vriend, het gaat goed met mij, dankjewel. Ik zit hier nu met mijn familie in het huis van mijn schoonmoeder. Mijn huis in Belo Horizonte wordt verbouwd, dus ik moet wachten tot dat af is. We praten hier veel bij en eten churrasco. Het is goed hier. Maar ondertussen wacht ik ook op een nieuwe club. Zaakwaarnemers zijn voor me aan het kijken wat er mogelijk is.

Op wat voor club hoop je nu?
Misschien wordt het een club hier in Brazilië, in de Serie A, B of C. Anders ga ik waarschijnlijk weer terug naar Japan. Maar vanuit Brazilië is het makkelijker om straks de stap naar Nederland te zetten en dat wil ik nog steeds het liefst. Je weet dat ik nog jong was toen ik in Nederland speelde. Ik deed toen soms gekke dingen. Maar nu heb ik een andere mentaliteit. Nu zou het beter gaan.

Daar hebben we het de vorige keer inderdaad over gehad. Afgelopen zomer heb je nog met FC Twente gesproken. Waarom ging die transfer toen niet door?
De Japanse J-League staat internationaal laag aangeschreven, 61ste op de ranking van de FIFA. Nederland heeft een paar eisen voor spelers uit andere landen. Als je niet uit de EU komt, moet je international zijn of uit een competitie komen die gelijkwaardig aan die van Nederland wordt geschat. Zo’n competitie moet in de top 40 van de FIFA staan en die van Japan viel daar helaas buiten. Omdat ik ook geen international ben geweest, kwam ik dus niet in aanmerking voor een werkvergunning.

Hoe hard baalde je toen je daarachter kwam en het niet doorging?
Ik was heel gelukkig toen ik van Ted van Leeuwen hoorde dat FC Twente me terug naar Nederland wilde halen. Dus toen hij uiteindelijk vertelde dat het door die regels niet door kon gaan, was de teleurstelling des te groter. Nederland is mijn tweede huis. Tuurlijk heb ik er veel misdaan, maar ik was jong toen. Ik vind het echt jammer. Mijn vrouw en ik hebben het er nog vaak over, maar er was niks aan te doen.

De competities in Brazilië zijn hoger aangeschreven, dus als ik hier goed speel en een Nederlandse club me wil hebben, kan ik waarschijnlijk wel een werkvergunning krijgen. Vanuit Japan is de kans daarop nul procent. Ik hoop trouwens alsnog dat Ted met FC Twente terug naar de Eredivisie gaat, want Ted is een goed persoon.

Op welk niveau in Brazilië richt je je nu?
Misschien de Serie A, maar dat is wel moeilijk, dus anders de Serie B of misschien C. De salarissen liggen nu laag in Brazilië, terwijl ze in Japan weer beter zijn. Dus het is een moeilijke keuze. Het is ook een nadeel dat ze hier in Brazilië niet elke maand uitbetalen. Ze halen je, betalen je voor drie maanden en dan stopt het opeens. Het is slecht geregeld allemaal.

De laatste keer dat wij elkaar spraken speelde je nog voor Sapporo. Toen ging het lekker. Wat is er daarna misgegaan in Japan?
Het ging goed, omdat Japan op Nederland lijkt. De mensen zijn rustig en hebben alles op orde, en het was er veilig voor mijn kinderen. In Brazilië is dat niet zo, daarom mis ik Japan nu ook. Maar goed, afgelopen jaar verloor ik mijn basisplaats. We kregen een nieuwe trainer, Mihailo Petrović, en die gooide het team helemaal om. 2018 is een heel moeilijk jaar geweest voor mij.

De laatste maanden zat je bij Albirex Niigata, een club op het tweede niveau. Daar heb je geen minuut gespeeld. Hoe kwam dat?
Ik wilde daar weer wedstrijden gaan spelen, maar raakte precies toen geblesseerd aan mijn linkerhiel. Het was geen zware blessure, maar daardoor kon ik wel een tijdje alleen maar trainen en revalideren. Ik was pas fit toen we nog maar twee wedstrijden te spelen hadden. Maar de club wilde me niet toen meer laten spelen. Die blessure kwam precies op het verkeerde moment, dat was heel slecht voor mij. Nu ben ik trouwens wel weer beter, ik werk eraan met een fysiotherapeut en krachttrainer. Ik wil nog een laatste kans pakken om terug naar Nederland te keren.

Je hebt de droom nog niet opgegeven.
Nee, zeker niet. Ik geloof dat mijn gezin en ik terug naar Nederland zullen gaan. Ik doe mijn best en dan gaat het gebeuren, misschien in 2020 of 2021. Het is nog niet te laat.

Dit is een verhaal uit de rubriek Ongewenst Transfervrij, waarin VICE Sports profvoetballers aan het woord laat die graag weer willen spelen, maar door hun eigen fouten of botte pech geen club hebben. Zie hier alle verhalen uit deze serie.

]]>
mby8n8Sam van RaalteSam van RaalteBrazilieFC TwenteDE KEERZIJDEONGEWENST TRANSFERVRIJJONATHAN REIS
<![CDATA[Waarom buitenspeler Robert Mutzers als de wiedeweerga uit Oekraïne is vertrokken]]>https://sports.vice.com/nl/article/8xpz8z/robert-mutzers-uit-oekraineFri, 11 Jan 2019 14:57:29 +0000Robert Mutzers tovert thuis in Dongen ineens een pakketje met geld tevoorschijn. Het gaat om bijna duizend grivna, dat hij nog over heeft van zijn tijd in Oekraïne. Het is iets meer dan dertig euro waard. De biljetten zijn samen met een muts, wat trainingskleren en een wedstrijdshirt de enige tastbare herinneringen aan zijn avontuur in Oost-Europa, dat uiteindelijk vier maanden heeft geduurd.

De buitenspeler voetbalde tot halverwege december bij Tsjornomorets Odessa, een degradatiekandidaat uit het zuiden van Oekraïne. De 25-jarige aanvaller was de enige buitenlander in een team vol Russisch sprekende spelers. Hij voetbalde met -15 graden aan de Wit-Russische grens, liep een vreemd virus op en werd na een verloren wedstrijd een keer door een vuurwerkbom geraakt, die zijn eigen fans op het veld hadden gegooid. “Ik heb het allemaal een beetje onderschat,” zegt hij.

Mutzers moest vorig jaar vertrekken bij FC Dordrecht vanwege een opmerkelijk incident: hij zou tijdens de play-offs in de richting van trainer Gérard de Nooijer hebben gespuugd. Zelf ontkent hij dat. “Het is allemaal gigantisch opgeblazen. De media hebben ervan gemaakt dat het in de richting van de trainer was – het stond overal op internet. Maar ik ben echt geen moeilijke jongen. Als dat niet was gebeurd, had ik nu waarschijnlijk in de Eredivisie gespeeld. Voor dat moment had ik echt veel goede opties.”

Na dat incident stonden de clubs inderdaad niet langer in de rij voor Mutzers. Maar Tsjornomorets Odessa bood uitkomst. De aanvaller tekende een lucratief contract voor twee seizoenen, dat hij om meerdere redenen niet zou uitdienen. Dit is zijn verhaal.

Robert Mutzers.

“Sinds mijn contract is ontbonden, word ik iedere dag gebeld door zaakwaarnemers. Ik heb aanbiedingen gehad uit de meest gekke landen. Ik kon naar Litouwen, Letland, Finland en het derde niveau in Spanje. Maar qua salaris was het de helft van wat ik in Oekraïne kreeg. Daar doe ik het niet voor. Ik ga niet alleen in het buitenland te zitten voor een paar duizend euro per maand. En dan moet je nog maar afwachten of er ook echt betaald wordt. Het is niet arrogant bedoeld, maar ik heb gewoon een hypotheek in Nederland, alle rekeningen lopen door. Dat is anders dan als je jong bent, bij je ouders woont en je naar het buitenland gaat om in jezelf te investeren.

Ik heb nu een keer geprobeerd om alleen in het buitenland te wonen en te voetballen, maar het is gewoon niets voor mij. Ik ga alleen nog weg uit Nederland als mijn vriendin meegaat. Dan moet het salaris zo goed zijn dat zij haar baan op kan zeggen, en ik wil de zekerheid dat er ook echt betaald wordt. Alleen ben ik niet van het kaliber dat veel clubs nu even een ton per jaar voor mij neerleggen, zeker na het laatste half jaar. Ik heb vijf wedstrijden gespeeld, met nul goals en nul assists. Natuurlijk zijn daar verklaringen voor, maar qua statistieken heb ik maar een beetje lopen aankloten.

Een paar weken geleden was er nog interesse uit de Eredivisie en de Keuken Kampioen Divisie, maar dat is uiteindelijk niet doorgegaan. Daarom heb ik er nu voor gekozen om bij Kozakken Boys in de tweede divisie te gaan spelen. Ik wilde niet wachten met kiezen tot eind januari. Ik trainde er de afgelopen weken ook al mee om mijn conditie op peil te houden. Alles is goed geregeld, en ik heb weer plezier in het voetbal. Hierna zie ik wel hoe het allemaal gaat lopen.”

Dit is een monoloog uit de serie VICE Sports Avonturiers, waarin Nederlandse sporters vertellen over hun ervaringen in het buitenland. Zie hier alle verhalen uit deze serie.

]]>
8xpz8zJulian DroogJulian DroogJulian DroogOdessaOekrainevoetbalDE KEERZIJDEKOZAKKEN BOYSRobert Mutzers
<![CDATA[Hoe een Nederlandse diabetespatiënt het tot profbasketballer schopte]]>https://sports.vice.com/nl/article/vbaw93/diabetespatient-profbasketballerThu, 10 Jan 2019 16:35:50 +0000Er zijn maar weinig Nederlandse basketballers geweest die het tot de NBA wisten te schoppen. Maar er is nog een andere manier waarop jonge spelers in Amerika aan de topsport kunnen ruiken: collegebasketbal. Deze competitie voor universiteiten valt onder de amateursport, maar dat neemt niet weg dat er miljoenen dollars in omgaan. De studenten leven er als profs en spelen vaak voor duizenden toeschouwers.

Ook deze competitie is er niet eentje waar je als Nederlander zomaar even tussen komt, maar Jordy Kuiper (23) is het gelukt. Hij speelde de afgelopen vijf jaar bij de UNC Greensboro Spartans in North Carolina, en tekende vorige zomer zijn eerste profcontract bij UMF Grindavík uit IJsland. Wat het sporten voor hem nog wat uitdagender maakt, is dat hij diabetes type 1 heeft. De 2.06 meter lange Groninger vertelt hoe hij desondanks, met het collegebasketbal als springplank, nu alsnog profbasketbal kan spelen. Dit is zijn verhaal.


“Als jochie van acht wist ik al zeker dat ik basketballer wilde worden. Maar rond die tijd begon ik me ineens slechter te voelen: ik moest ontzettend vaak naar de wc, veel drinken en viel enorm af. Ik was zo dun dat ik op een gegeven moment amper meer een basketbaltenuetje aan kon trekken. Toen ik tijdens de warming-up een keer bijna flauwviel, wisten mijn ouders dat er iets aan de hand moest zijn.

Samen met mijn moeder ging ik naar de huisartsenpost, waar een jonge assistent mijn bloedsuikerwaarden onderzocht. Die waren zo hoog dat het apparaat het niet eens kon meten, en bijna explodeerde. De assistent liep meteen naar de gang om de dokter te bellen. ‘Dit heb ik nog nooit meegemaakt, wat moet ik hiermee doen?’, hoorden we haar zeggen.”

“Later in het ziekenhuis gooiden ze alles op tafel: ik had diabetes type 1. Dus vanaf dat moment wist ik dat ik de rest van mijn leven mijn bloedsuikers moest managen, koolhydraten tellen en insuline toedienen. Mijn eerste vraag aan de dokter was of ik nog kon blijven basketballen, en hij gaf direct aan dat het zeker mogelijk was, maar dat ik er wel heel hard voor moest werken. Dus dat heb ik gedaan.

Mijn grote doel was om tijdens mijn studententijd in het collegebasketbal in Amerika terecht te komen. Na de middelbare school krijg je precies een jaar om daar een scholarship af te dwingen. In die tijd scoutten universiteiten nog weinig in Nederland, maar wel op Gran Canaria, waar een van de zwaarste basketbal-academies van de wereld zit. Het probleem was alleen dat we thuis niet zoveel geld hadden, en een jaar op die academie tienduizend euro kostte. Mijn ouders deden er alles aan om dat bedrag bij elkaar te schrapen, en via allerlei lokale fondsen uit Groningen is het ze nog gelukt ook.”

“Op mijn zeventiende stapte ik in het vliegtuig richting de Canarische Eilanden. De filosofie van de academie was duidelijk: je moet spelers mentaal en fysiek compleet afbreken, om ze vervolgens weer op te bouwen. Elke dag ging de wekker om vijf uur, en als de trainer dan in een slechte bui was, werden we gelijk in het begin al tweeënhalf uur kapotgemaakt. Daarna volgde er een krachttraining, een middagtraining en vaak nog twee avondtrainingen. Om tien uur schoof ik dan nog wat voedsel naar binnen, en als ik eenmaal in bed lag deed alles pijn. Ik kon niet bewegen en had overal kramp. En de volgende ochtend zou het gewoon weer opnieuw beginnen.

Ik zag veel spelers stoppen omdat het gewoon te zwaar was. Voor mij was opgeven geen optie, zeker niet omdat zoveel mensen hun best hadden gedaan om dat geld voor mij binnen te halen. Tegelijkertijd wist ik dat, hoe hard ik me ook uit de naad zou werken, er geen garantie was dat ik zou worden opgepikt door een Amerikaans universiteitsteam.

Toen Wes Miller langskwam, de trainer van het collegeteam van de UNC Greensboro Spartans, kwam hij in eerste instantie helemaal niet voor mij. Hij zat op de tribune voor een Afrikaan van 2.10 meter lang. Maar tijdens de wedstrijd zag hij ineens een witte jongen constant heen en weer rennen, op ballen duiken en zijn teamgenoten coachen. Hij wilde mij heel graag hebben. Nadat ik hem aan de telefoon had verteld dat ik graag de overstap wilde maken, moest ik wel een traantje laten. Er viel een enorme last van mijn schouders.”

“Bij het collegebasketbal kwam ik in een compleet andere wereld terecht. In Spanje speelde ik een lange tijd op schoenen die mijn moeder nog aan elkaar had genaaid, maar toen ik in Amerika de kleedkamer binnenkwam, stonden er drie dozen met basketbalschoenen op me te wachten. Ik had ook een kluisje met mijn eigen foto erop, en er hingen allemaal grote tv’s met PlayStations en Xboxen.

Daarnaast kreeg ik een appartement en mochten we oneindig veel eten in de kantine, die net zo groot was als een winkelcentrum. Er waren allerlei verschillende keukens, en als hongerige gozer heb ik daar veel tijd doorgebracht. Omdat onze school een contract had met Nike, kregen we ook veel kleren. Mijn opleiding werd ook vergoed, waardoor ik mijn sociologie-diploma kon halen. Zo’n studiebeurs kost 25.000 euro per jaar. Als speler kreeg ik niet echt een salaris, maar dat werd dus op allerlei manieren gecompenseerd.”

“Op zo’n universiteit draait alles om de sportteams. Op de UNC was er geen American Football-team, dus ging er nog meer aandacht en geld naar het basketbal. We waren het paradepaardje van de school en het grootste basketbalteam van de stad – in ons stadion pasten 22.000 toeschouwers. Er waren reclames over ons op televisie, en we stonden op supergrote billboards. Zelf werd ik ook wel de ‘Vanilla Gorilla’ genoemd. Daarom kwamen er bij wedstrijden ook weleens kinderen in witte gorillapakken naar het stadion.

De beleving daar was natuurlijk fantastisch, maar ik wilde ook wel resultaten boeken, en die lieten lang op zich wachten. Maar ze kwamen wel. Uiteindelijk leek het wel een filmscript, want in mijn laatste twee jaar werden we met mij als aanvoerder twee keer kampioen. In mijn laatste jaar mochten we zelfs naar March Madness, het grootste evenement in het collegebasketbal dat er bestaat. Daar kijken miljoenen mensen naar op tv.”

“Ik weet nog dat bij de trainingen voor zo’n wedstrijd ook bijna negenduizend mensen kwamen kijken. Het was echt een gekkenhuis: als ik in de week van de wedstrijd van lokaal naar lokaal liep op de universiteit, duurde dat veel langer dan normaal. Iedereen wilde een praatje maken of op de foto. Je kon er ook niet naar een wedstrijd zonder politiebegeleiding.

Tijdens March Madness speelden we tegen de voormalig kampioen, de Gonzaga Bulldogs. Niemand dacht dat wij überhaupt een kans zouden maken tegen die gasten. We speelden fantastisch en vlak voor het einde ging het nog altijd gelijk op. Met nog iets meer dan een minuut te gaan, scoorde ik een tip-in, waardoor we op voorsprong kwamen. Maar zij maakten toen nog een driepunter. Wij misten er vervolgens weer eentje, een bal die net de ring uit rolde. Als die raak was geweest, hadden we gewonnen. Dat had het grootste moment in mijn carrière kunnen zijn. Als captain mocht ik wel als eerste een stuk van het net afknippen. Dat stuk gaf ik aan mijn vader, die ook bij deze wedstrijd aanwezig was.”

“Na de zomer was mijn collegetijd ineens voorbij. Collegebasketbal was een droom, maar uiteindelijk geen einddoel. Ik wilde prof worden op het allerhoogste niveau in Europa. IJsland is nu de perfecte stap voor mij, en ik kan er goed leven van de sport. Aan de NBA denk ik pas als ik de Europese top heb bereikt, maar ik houd het wel altijd als droom in mijn achterhoofd. Het zou mooi zijn om hierna een stap naar Spanje te maken, naar een club als Barcelona of Real Madrid. Spelen in de EuroLeague, de Champions League van het basketbal, zou geweldig zijn.

Ik ben trots dat ik ondanks mijn diabetes zo ver ben gekomen. Ik heb het inmiddels goed onder controle, maar moet er wel constant scherp op blijven: ik kan nou eenmaal niet een dagje vrij nemen van diabetes. Soms moet mijn suiker ook tijdens de wedstrijd aanvullen, maar het is nog nooit voorgekomen dat ik uit een wedstrijd of training moest stappen. Als ik voel dat ik een dipje ga krijgen, neem ik een dextro of sportdrank, zodat ik een boost krijg. Het kan een compleet ander gevoel opleveren als je hoog of laag zit in je bloedsuiker. Hoog voelt alsof ik verkramp en langzamer word, en als ik te laag zit, word ik een beetje licht in mijn hoofd.

In de basketbalwereld was er niet echt een rolmodel met suikerziekte waar ik als kind tegenop kon kijken, dus ik heb alles zelf moeten regelen. Dat ging met vallen en opstaan. Nu ben ik ambassadeur van de Bas van de Goor Foundation. Ik krijg ook vaak vragen van diabetespatiënten via social media, over hoe ik ermee omga. Iedereen mag me altijd een berichtje sturen – ik wil nu dat rolmodel zijn.”

Dit is een monoloog uit de serie VICE Sports Avonturiers. Zie hier alle verhalen uit deze serie .

]]>
vbaw93Dave AalbersDave AalbersCOLLEGEijslandATLETENbasketbalVICE SPORTS AVONTURIERSJordy Kuiper
<![CDATA[De schimmige kant van de petanque-sport]]>https://sports.vice.com/nl/article/vbawpb/schimmige-kant-petanqueWed, 09 Jan 2019 14:20:29 +0000Bij de plaatselijke petanquevereniging in Haarlem staan wat pensionado’s hun nieuwjaarskater weg te gooien. Vanuit een hoepel proberen ze hun metalen ballen zo dicht mogelijk bij het kleine balletje te krijgen. Voor deze mensen is petanque vooral een leuk tijdverdrijf, maar voor Kees Koogje (27) en Edward Vinke (46) is het meer dan dat. Zij werden al Nederlands kampioen, en deden mee aan EK's en WK's.

In Nederland kennen we petanque ook wel als jeu de boules, maar dat is eigenlijk eerder een overkoepelende term voor sporten met metalen ballen. We zien het vooral als spelletje voor op de camping, maar er zijn andere landen – waaronder uiteraard Frankrijk – waarin het bloedserieus wordt genomen, en er regelmatig duizenden mensen op de tribune zitten. In de kantine van petanquevereniging Petanque Union Kennemerland sprak ik met Kees en Edward over het imago van hun sport, geldbedragen en cokegebruik in het wereldje.

VICE Sports: Ha mannen, is petanque eigenlijk niet gewoon een beetje een campingsport?
Edward: We hebben in Nederland echt te maken met een imagoprobleem. Het werd inderdaad altijd al gezien als sport voor ouwe lullen op de camping, maar daar begint gelukkig wat verandering in te komen. Zeker doordat er nu steeds meer van die hippe bars worden geopend, zoals Mooie Boules in Amsterdam en de JEU de boules bar in Utrecht. Als die ontwikkeling zich doorzet, is het over twee of drie jaar een heel bekend spelletje in Nederland.
Kees: Het is al bekend, maar mensen hebben er gewoon hele verkeerde ideeën bij. Ze zien het als spelletje dat ouderen voor de gezelligheid spelen, maar het hele competitive aspect wordt vergeten.
Edward: Als ik zeg dat ik petanque speel, wordt er vaak lacherig over gedaan. Maar als ik vervolgens ook vertel dat ik al een paar keer Nederlands kampioen ben geweest en op EK’s en WK’s heb gestaan, begint het toch ineens interessant te worden. In Nederland is de sport vooralsnog heel klein. Het is ook lastig om er echt veel tijd in te steken: je kunt er niet echt geld mee verdienen en de meeste kosten zijn voor jezelf.

1547042047404-IMG_4749
]]>
vbawpbDave AalbersDave AalberscocaineSUBCULTURENjeu de boulespétanqueKees KoogjeEdward Vinke
<![CDATA[De stiekeme straatvissers van Brussel]]>https://sports.vice.com/nl/article/j5z7x3/stiekeme-straatvissers-brusselTue, 08 Jan 2019 11:50:39 +0000 Dit verhaal verscheen oorspronkelijk bij VICE België .

Antoine de Bellefroid (31) werkt voor een reclamebureau, en houdt zich in zijn vrije tijd bezig met analoge fotografie. Als de Brusselaar foto’s maakt, kan hij even afstand nemen van al de saaie regels en ‘perfecte’ beelden die zoveel voorkomen in de reclamewereld.

Straatvissers.
]]>
j5z7x3Marine CoutereelMarine CoutereelAntoine de Bellefroid SUBCULTURENBrusselSPORTVISSENFotografieAntoine de BellefroidStraatvissenStreetfishing
<![CDATA[De avonturen van wielrenner Marc de Maar in Azië]]>https://sports.vice.com/nl/article/kzvv5e/wielrenner-marc-de-maar-in-azieMon, 07 Jan 2019 13:12:01 +0000Marc de Maar (34) beleefde de afgelopen twee jaar vreemde avonturen als wielrenner in Azië. Na jarenlang in de Europese top te hebben gereden voor onder meer Rabobank, Quick-Step en Roompot, was hij op zoek gegaan naar nieuwe ervaringen, en die vond hij bij ploegen in China en Japan.

Geen rondes van België of Denemarken dus meer voor hem, maar wedstrijden als de levensgevaarlijke Ronde van Kumano. In Utrecht, waar Marc nu woont, vertelt hij over de slechte riolering, knokkende Chinezen en een ruzie met een Japanse Formule 1-coureur.


Marc de Maar.

“Mijn ploeggenoten waren superblij met de winst, maar ze toonden nooit emotie. Ik kreeg een koud handje, en ben na afloop een biertje gaan drinken met die Spanjaard, Australiër en één Japanner. De tweeduizend euro winstpremie en gele trui liggen nog in Japan trouwens, daar moet ik nog eens achteraan.

Uiteindelijk is mijn tijd in Azië een heel mooi avontuur geworden. Aan het gros van mijn carrière heb ik weinig herinneringen, maar de wedstrijden in China en Japan ga ik nooit meer vergeten. Na twee jaar werd het tijd om mijn wielerpensioen in te gaan. Ik ben inmiddels manager van renners en mountainbikers en freelance journalist. Ik richt me nu wat meer op het mountainbiken en wil komend jaar misschien naar Afrika. Maar dan losse wedstrijden als vrijbuiter, niet meer voor een ploeg. En alleen rondes waar de kans groot is dat ik levend terugkeer."

-

Dit is een verhaal uit de serie VICE Sports Avonturiers, over Nederlandse sporters die naar het verre buitenland vertrekken. Zie hier alle verhalen uit deze serie.

]]>
kzvv5eTim van BoxtelTim van BoxteljapanchinaWielrennenAziëATLETENMarc de Maar
<![CDATA[De dood van NFL-speler Will Smith]]>https://sports.vice.com/nl/article/wj33jx/dood-nfl-speler-will-smithFri, 04 Jan 2019 12:05:03 +0000 In deze documentaire spreken we diverse betrokkenen over Will Smith, de voormalig NFL-speler die in 2016 werd doodgeschoten in New Orleans. Nadat hij wegreed van het French Quarter Festival, botste hij in het verkeer tegen de achterkant van een andere auto. Daar ontstond onenigheid over met de bestuurder van de geraakte auto, Cardell Hayes. Uiteindelijk pakte Hayes zijn pistool erbij en schoot hij Smith dood. Hayes verklaarde later in de rechtszaal dat hij had gehandeld uit zelfverdediging, maar hij werd toch veroordeeld voor de moord.

]]>
wj33jxRedactie VICE SportsRedactie VICE SportsNFLNew OrleansWill SmithDE KEERZIJDE
<![CDATA[Ik leerde schieten van de beste schutter van Nederland]]>https://sports.vice.com/nl/article/7xyy8q/schieten-sander-nooijFri, 04 Jan 2019 09:38:40 +0000In films ziet het er altijd vrij makkelijk uit wanneer iemand met een pistool schiet – je mikt op je doelwit, haalt de trekker over, en vuurt de kogel af. Maar als ik een pistool vasthoud bij schietvereniging De Vrijheid in Edam, blijkt dat toch een stuk moeilijker te zijn. Voor mij althans, want voor Sander Nooij (21), die naast me staat, is het dagelijkse kost. Deze meubelmaker uit Purmerend is zelfs de beste schutter van Nederland.

Toen Sander begon met schieten was hij vijftien, en na anderhalf jaar op les te zijn geweest werd hij al Nederlands kampioen. Hij brak elk record dat er te breken viel. Bij alle disciplines waarop hij uitkomt is hij titelhouder: vrij pistool, luchtpistool, 5-schots luchtpistool, klein kaliber en olympisch snelvuur.

Sander Nooij.
]]>
7xyy8qSuzanne JekelSuzanne JekelMaarten DelobelSUBCULTURENSchietenSander Nooij