Het verhaal van Ben van Bilzen: de materiaalman die al 45 jaar voor NAC Breda werkt

"Wanneer een speler iets in vertrouwen vertelt, ga ik daarmee niet te koop lopen. Dat vind ik niet netjes."

|
dec. 21 2017, 2:48pm

Het maakt niet uit hoeveel modder er op de broekjes zit bij NAC Breda, Ben van Bilzen krijgt het schoon. Ook het bier dat de spelers na een doelpunt soms over zich heen krijgen, wast hij er probleemloos uit. Maar bij Ben kun je voor nog veel meer terecht dan een schone was.

Van Bilzen (71) begon op zijn 26ste als jeugdleider bij NAC, de club waar hij supporter van was. Hij werd er daarna materiaalman en doet dat werk nu alweer twintig jaar. VICE Sports zocht hem op in het materiaalhok van het Rat Verlegh Stadion, waar hij allemaal memorabilia heeft verzameld, om te praten over zijn werk en de band met de club.

Foto’s door Rebecca Camphens.

VICE Sports: Hallo Ben, het is een klein museum hier. Hoe ben je aan al die spullen gekomen?
Ben van Bilzen: Spelers brengen vaak iets voor me mee, zoals shirtjes of vaantjes als ze met een KNVB-team op pad zijn geweest. Er hangt ook veel geruild spul. Shirtjes van Europese wedstrijden tegen Newcastle en Villareal bijvoorbeeld, dat zijn mooie herinneringen. En er hangen tegenwoordig ook shirtjes van Manchester City, want daar werken we nu mee samen.

Je bent ondertussen al 45 jaar in dienst bij NAC. Vertel eens hoe dat begonnen is.
Als kind was ik al fan van NAC. Ik begon in 1972 als jeugdleider en werkte begin jaren negentig in de avonduren als materiaalman. In 1994 vroeg hoofdtrainer Ronald Spelbos of ik vast in dienst bij NAC wilde komen om voor de materialen bij het eerste team te zorgen, daarvoor was het vrijwilligerswerk. Ik werkte al 27 jaar bij de Ford-garage in Breda dus ik moest er wel even over nadenken. Dat gooi je niet zomaar weg.

Uiteindelijk heb ik de stap gemaakt en van mijn hobby mijn beroep kunnen maken. Maar het is nog altijd een hobby, ik ga iedere dag met plezier naar mijn werk. Zowel bij thuis- als uitwedstrijden zorg ik dat alles wat de spelers nodig hebben klaarligt bij het stoeltje.

Wat is er veranderd in al die jaren?
De was is vooral veel meer geworden. De spelersgroep is groter en in het begin wasten de spelers hun kleding nog zelf. Tegenwoordig blijft alle kleding op de club en wordt alles veel professioneler aangepakt. De schoenen moeten de spelers zelf verzorgen maar het is allemaal plastic tegenwoordig, ze houden het alleen even onder de kraan.

Heeft het trainen op kunstgrasvelden wat veranderd aan jouw werk?
Het nadeel van kunstgrasvelden met zwarte korreltjes is dat het zwarte vegen op de witte broekjes veroorzaakt. Zeker bij nat weer of wanneer het veld gesproeid wordt, laat het na een sliding of valpartij strepen achter. Er is nog geen middel om dat goed schoon te krijgen. Ik moet het een of twee dagen in een voorwas zetten om het er uit te krijgen.

In de jeugd spelen ze veel op kunstgras. Maar ik ben geen kunstgrasman hoor, ik moet het gras ruiken als ik naar een wedstrijd kijk. En modder krijg ik wel schoon.

Hoe krijg je al die modder van de kleding? Wat is het geheim van de smid?
Je moet er voor zorgen dat de kleding niet te lang blijft liggen. Ik prop de kleding niet in de wasmachines, het moet goed gewassen worden, op veertig graden. Ik doe er wel eens wat graden bij hoor, want anders krijg ik het niet schoon.

Vroeger trainde het eerste team naast het stadion, maar het trainingscomplex van NAC is verplaatst naar Zundert. Wat vind je daarvan?
Dat vind ik voor mezelf eigenlijk niet leuk. Er is nog steeds contact met de spelers en trainers maar toen ze nog naast het stadion trainden was er voor mij iedere dag contact, het was intensiever.

Bij elke voetbalclub is het een komen en gaan van spelers en trainers. Hoe ga je als clubicoon met al die passanten om?
Tja hoe ga je daar mee om? Het is nu eenmaal zo. Tegenwoordig zijn het allemaal wat meer ‘doorgaansfiguren’, maar ze lopen mijn deur nooit voorbij als ze weer eens op bezoek komen. Dat is toch een blijk van waardering. Ik heb wel wat vrienden aan de voetballerij overgehouden, maar dat is vooral van langer geleden.

Ben je ook een vertrouwenspersoon voor de spelersgroep?
Ze komen wel makkelijk naar mij toe. Ze weten dat ze hun verhaal hier kwijt kunnen en dat ik er niet mee over straat ga lopen. Ze zeggen over mij dat ze van mij niets te weten komen en dat komen ze zeker niet. Wanneer een speler iets in vertrouwen vertelt, ga ik daarmee niet te koop lopen. Dat vind ik niet netjes.

Wat zijn tot nu toe jouw mooiste momenten geweest bij NAC?
De hoogtepunten zijn de bekerwinst in 1973 en de verschillende promoties naar de Eredivisie die we hebben meegemaakt. Die zijn onvergetelijk. Ook de Europese wedstrijden tegen Newcastle en Villareal zijn mooie dingen hè.

En de dieptepunten?
Een degradatie is altijd een dieptepunt. Dat verwerk ik op mijn eigen manier. Ik probeer het meestal te verbergen maar vaak is het best wel emotioneel. Je mag het wel een beetje laten blijken maar een paar weken later begint de show alweer opnieuw. Je moet het ook zien als een nieuw startpunt.

Dit jaar begon de Eredivisie-show weer voor jullie. Hoe is het weerzien met collega’s?
Laatst speelden we bij Heracles Almelo. Stond de materiaalman daar die ik twee jaar niet gezien had. “Hij is er gelukkig nog bij!”, riep hij. Haha. Ik vroeg of hij van me af wilde. “Nee nee nee.”

Vorig jaar heb je een mooi verjaardagscadeau gekregen. Hoe is dat tot stand gekomen?
De gang naar deze ruimte was een kale muur. Ik had al vaker aangegeven dat we daar iets mee moesten doen, maar anderen zagen het niet zitten of vonden dat het te duur was. Op mijn verjaardag kwam ik hier bij het stadion aan op mijn fiets, zoals iedere dag. Al het personeel stond me in de gang op te wachten. Ze vertelden me dat ze een wens van me toch nog hebben kunnen realiseren. Hingen er elftalfoto’s van de afgelopen 44 jaar aan de muren in de gang. Dat moet nu ieder jaar aangevuld worden. De foto van dit jaar moet nog komen, maar dat zal zeker gebeuren.

Je had al lang met pensioen kunnen gaan. Heb je ooit aan stoppen gedacht?
Nee, bovendien willen ze niet van me af, dus ik kan helemaal niet stoppen. Fysiek is het ook nog goed vol te houden, al zitten ze me wel eens achter mijn vodden aan dat ik niet te zwaar moet tillen. Maar ik laat me niet kennen.

Dit is een verhaal uit de rubriek VICE Sports Clubmeubilair. Zie hier alle verhalen uit deze rubriek.

Mis niets! Like VICE Sports Nederland voor je dagelijkse dosis ijzersterke sportverhalen.