Milan van Dril

Zo werd de grimmige wereld van voetbalfilm Catacombe gecreëerd

“Je kunt de allergrootste held zijn, of je kunt eindigen in een verre uithoek van het imperium.”

door Sam van Raalte; foto's door Milan van Dril
|
sep. 13 2018, 4:00am

Milan van Dril

Victor D. Ponten komt met een gouden kettinkje om zijn nek het café binnenlopen. Aan het kettinkje hangt een gouden hangertje van een casual Adidas-schoen, zoals fanatieke voetbalsupporters vaak dragen. “Ik heb deze gisteravond gekregen van Willem de Bruin, als bedankje voor de film,” zegt Ponten als ik hem naar de ketting vraag. “Ik had precies hetzelfde voor hem bedacht, maar Willem was me voor. Nu moet ik wat nieuws bedenken.”

De Bruin speelt de hoofdrol in Catacombe, de nieuwste film van Ponten. Catacombe gaat over Jermaine Slagter, een voetballer uit de kelder van het Nederlandse profvoetbal die zichzelf verliest in het gokken en vervolgens verstrikt raakt in matchfixing. Ponten is jarenlang bezig geweest met de productie over de donkere onderkant van de voetbalwereld. Ik spreek de regisseur in café Droog in Amsterdam over de fictieve voetbalclub FC Barkas, matchfixing in Nederland, slechte hooliganfilms uit Engeland en nachtelijke shoots in het stadion van Excelsior.

VICE Sports: Ha Victor, waarom wilde je deze film maken?
Victor Ponten: Ik las in 2012 een nieuwsbericht van een paar kolommetjes in de Volkskrant, over een groot onderzoek van de FIFPro naar matchfixing op de Balkan en in de oude Sovjet-landen. In het stuk werd een jongen genoemd die in Kroatië had gespeeld en daarbij betrokken was. Dat berichtje is in mijn hoofd blijven steken.

Waarom bleef dat berichtje in je hoofd zitten?
Ik zag die wereld ook hier voor me, in Nederland. De wereld van een jongen die wel voetballer is, maar niet de status heeft. Die dramatiek vind ik heel interessant. Ik ben al heel lang geboeid door de vloek die aan talent kan zitten. Je kunt ergens talent voor hebben, maar misschien is het net niet genoeg, of valt het net niet op zijn plek. Als je dat talent dan wel blijft volgen, kan het je op een plek brengen waar alles doodbloedt. Hoe lang blijf je dan trouw aan dat talent?

Ponten op de set. (Foto: Milan van Dril)

Nederland is een voetballand, maar er verschijnen hier maar weinig voetbalfilms. Hoe komt dat?
In Amerika heb je veel meer een sportfilmtraditie. In elke sport heb je daar films die op zichzelf staan, die ook interessant zijn voor kijkers die niks met de sport hebben. Die traditie bestaat in Europa niet. Ik denk dat het deels een technisch ding is. Nu pas wordt het relatief makkelijker en betaalbaar om bijvoorbeeld een stadion optisch te vullen. Dat is, denk ik, iets dat ons als makers lange tijd heeft tegengehouden.

Wat vond je het moeilijkst aan het creëren van een voetbalwereld?
Ik kan me herinneren dat ik in de voorbereiding naar een wedstrijd ging van Go Ahead Eagles, of ‘Kowet’ moet ik eigenlijk zeggen. Ik ben met een aantal clubs meegelopen. Bij Kowet kreeg ik een hesje en mocht ik overal rondlopen. De Adelaarshorst is best een indrukwekkend stadion. Ik zat daar langs de kant en dacht: shit man, hoe ga ik überhaupt geloofwaardig de ervaring van een voetballer op het veld in een stadion neerzetten? Niet eens zozeer qua spel van de acteur, maar ook gewoon visueel.

Hoe heb je dat vervolgens aangepakt?
De documentaire die over Zinedine Zidane is gemaakt, is wat dat betreft voor mij een eye-opener geweest. In die docu hebben ze Zidane anderhalf uur lang gevolgd, tijdens een wedstrijd van Real Madrid. Als je de hele tijd één persoon volgt, zie en volg je eigenlijk helemaal niet meer wat er verder in die wedstrijd gebeurt. De score wordt bijzaak, je let op hele andere dingen. Je ziet opeens dat Zidane bijvoorbeeld om de halve minuut met de punt van zijn schoen in het veld trapt. En je ziet ook hoe weinig balcontacten een voetballer eigenlijk heeft. Met die kennis konden we heel dicht bij onze eigen stijl blijven, door in de voetbalscènes op Jermaine Slagter te focussen.

Ponten in gesprek met De Bruin. (Foto: Milan van Dril)

FC Barkas voelt in de film als typische club uit de Keuken Kampioen Divisie. Hoe heb je die club tot leven laten komen?
Omdat de film gaat over matchfixing in het voetbal, wist ik dat er geen enkele club zou zijn die zou zeggen: “Gebruik onze naam maar.” Het moest dus iets fictiefs worden, dat gaf ons meer vrijheid. Ik wilde ook in het midden laten waar de club vandaan komt, dus geen FC Rotterdam of zo. Ik wilde iets knallends, korts en pakkends. Klassieke namen als Hercules, Ajax, Achilles en Sparta vind ik gewoon vet. Maar de keuze daarin is heel beperkt, want de mooie namen zijn al vergeven. Toen kwam ik uit bij het verhaal van Hannibal. Dat vind ik een mooi verhaal uit de oudheid.

Hoe ging dat verhaal ook alweer?
Hannibal was de megalomane gek die met olifanten over de Alpen trok om tegen de Romeinen te vechten. Lekker ambitieus, daar hou ik wel van. FC Hannibal is alleen een fucking domme voetbalnaam, dus dat kon niet. Maar Hannibals familienaam is Barkas, wat al meer als een voetbalclub klinkt. Met creative director Joachim Baan heb ik die naam uitgewerkt tot de identiteit van de club. De olifant van Hannibal werd het clubwapen. Het logo is een beetje gebaseerd op het logo van Vitesse. Ik kom uit Arnhem en vind Vitesse een harde identiteit en mooi logo hebben. Hannibals uitspraak “Waar een wil is, is een weg”, werd het motto van de club.

Een nachtelijke shoot in het stadion van Excelsior. (Foto: Milan van Dril)

Jullie hebben onder meer gefilmd bij Royal Antwerp en FC Volendam, maar de meeste shots zijn geschoten bij Excelsior. Waarom viel de keuze op Excelsior als thuishaven van FC Barkas?
Excelsior heeft een heel mooi spelershome en de kleedkamers hebben de juiste sfeer. De cameraman en ik hadden een heel uitgesproken concept voor het stadion in ons hoofd, met bakstenen of beton. Daarom hebben we bijvoorbeeld veel exterieurshots bij Royal Antwerp gefilmd. Maar Excelsior was weer beter voor de veldscènes, qua grootte van de tribunes. De gangen hangen ook vol met oude fotos en shirtjes. Dat is de sfeer die ik bij Barkas voor me zag. En ze waren gewoon heel relaxed daar.

Excelsior is volgens mij ook een hele warme club. Heb je een voorbeeld van die ontspannen ontvangst?
Wat een fijne club is Excelsior man. Dennis van der Neut doet er bijvoorbeeld samen met twee anderen alle facilitaire zaken. Zij waren gewoon goud. We hebben daar drie hele intensieve nachten gedraaid voor alle voetbalscènes. Tijdens zo’n nacht sprak ik Dennis over hoe hij het vond dat er bij zijn club werd gefilmd. “Vanochtend was ik al om vijf uur op de club,” zei hij toen. “Ik was om vier uur wakker en vond het spannend dat jullie kwamen, dus ik kon niet meer slapen. Toen dacht ik: ik ga gewoon naar de club.” Dat vond ik echt hartverwarmend. Excelsior is bijzonder.

Björn van der Doelen en Glenn Helder op de set. (Foto: Milan van Dril)

Hoe heb je van Willem de Bruin een voetballer gemaakt?
Ik heb zoveel bewondering voor Willems proces. Ik had het er gister nog over met zijn trainer Sercil Awnet, van de voetbalschool Balcontrole. Hij heeft Willem getraind. Willem kon eerst echt niet voetballen. Hij heeft anderhalf jaar drie keer per week getraind, in weer en wind. Toen ze een jaar aan het trainen waren op techniek, haalde ik Glenn Helder erbij. Glenn was echt onder de indruk van wat hij zag. “Als ik je nu zou filmen, zonder je hoofd in beeld, zouden mensen die het zien meteen denken dat je een prof bent,” zei hij. Dat was heel tof.

Ik hoorde dat jullie ook met een voetbalchoreograaf hebben gewerkt. Is dat weer wat anders dan die techniektrainer?
Ja, we hadden Sercil voor de techniek van Willem, en Glenn die Willem adviseerde over het leven als profvoetballer. Daarnaast hadden we een voetbalchoreograaf, Mike Delaney, voor de grote voetbalsequenties op de set. Die doet alle grote Adidas-campagnes en zo, dat is zijn werk. Hij kan alles neerzetten zodat het werkt op film. Met hem heb ik scènes uitgewerkt. Delaney is eigenlijk een soort voetbalregisseur.

Ik vond het tof om te zien dat Barkas in de film ook een groep fanatieke supporters heeft.
Haha ja, de Barkas Ultras. We hebben zelfs in een studio supportersliedjes voor de Barkas Ultras opgenomen. Er heeft een lange tijd een verhaallijn in het script gezeten over de harde kern van Barkas. Naast het verhaal van Jermaine Slagter schreven we het verhaal van een jongen van een jaar of vijftien die in de harde kern terechtkwam. Daar waren ook vijftig pagina’s script van, maar dat hebben we er op een gegeven moment uit gehaald. Dat was een intense stap.

Een vlag van FC Barkas op de achtergrond. (Foto: Milan van Dril)

Waarom heb je dat eruit gehaald?
De verbinding tussen die twee verhalen begon steeds schever te lopen. Het was een mooi idee, maar begon wat random te voelen. We zouden dan ook een jonge niet-geschoolde acteur moeten casten, in een groep van niet-geschoolde acteurs. Dat zou weer een eigen esthetiek met zich meebrengen. Het was al een hele opgave om een geloofwaardige voetballer en het team daaromheen neer te zetten. De filmgeschiedenis leert ook dat het heel moeilijk is om een film over hooliganisme te maken. Ik heb het gevoel dat hooliganisme nooit echt goed is verfilmd. De Engelse hooliganfilms waar altijd aan gerefereerd wordt, vind ik geen goede films.

Die Engelse films zijn bijvoorbeeld The Football Factory en Hooligans . Wat vind je daar niet goed aan?
Ik vind eigenlijk alles niet goed. Dat klinkt heel arrogant, maar ik vind het vaak niet goed geschreven, niet goed geacteerd, niet goed gefilmd en de gevechten niet meeslepend. De adrenaline waar je hooligans zelf altijd over hoort vertellen, spreekt er niet uit. Daarom dacht ik: fuck, als we die wereld gaan verfilmen, moeten we het ook goed doen. Misschien dat ik dat ooit nog wil proberen. Het is visueel interessant en er speelt nu ook weer wat nieuws, met de bosgevechten die ze doen.

In Catacombe is ook een rol weggelegd voor een dominante zaakwaarnemer. Hoe heb je research gedaan naar de zaakwaarnemerswereld?
Ik heb er veel over gelezen, maar wat me ook heeft geholpen is de docu die Cristiano Ronaldo over zichzelf heeft laten maken. Op een gegeven moment heeft Ronaldo voor de honderdste keer een gouden bal gewonnen. Dan vliegt hij met zijn zaakwaarnemer Jorge Mendes in een privéjet terug naar huis. Ik weet niet of hij aan de coke zit, maar die Mendes zegt dan een minuut lang in allerlei verschillende toonaarden tegen Ronaldo: “Everything is possible!” Het is zo’n absurdistische scène. Mijn co-scenarist Mustafa en ik hebben het daar vaak over gehad. In Catacombe zegt onze zaakwaarnemer ook een keer aan de telefoon “Alles ist möglich! Alles ist möglich!” Dat verwijst naar die docu van Ronaldo.

De Bruin als Jermaine Slagter. (Foto: Milan van Dril)

Er komt in de film ook een Aziatische club langs, en een Aziatische fixer. Hoe ben je tot dat personage gekomen?
Ik zie voetbal als een soort modern Romeins keizerrijk, waar je de allergrootste held kunt zijn, of kunt eindigen in een verre uithoek van het imperium, waar alle glans is verdwenen. Die metafoor wilde ik in de film terug laten komen. Daarom wilde ik voor de club een naam uit de oudheid hebben en heet de film Catacombe, wat refereert aan de catacomben van het colosseum of een grafkelder. En juist het idee van Azië als een andere wereld vond ik heel krachtig. Ik wilde die esthetiek in de film. Dat maakt de wereld veel groter en de vertakkingen ingewikkelder.

Heb je ook met een echte matchfixer gesproken?
Nee, dat niet helaas. Maar ik heb er genoeg over kunnen lezen, bijvoorbeeld over de zaken van Rooie Paul en Kris J., een voormalig IRT-informant die de baas was van Young Boys in Haarlem, en een gokkantoor in Oostenrijk had dat hij gebruikte voor matchfixing. Er is veel over geschreven als je ernaar zoekt, dus ik had niet het idee dat ik daar echt een fixer voor hoefde te spreken.

Heb je het wel geprobeerd?
Ja, maar ik ben daar niet heel erg achteraan gegaan, omdat dat personage niet heel groot was en ik wel het idee had dat we het genoeg snapten om het te schrijven.

Wat zijn nog meer elementen uit de metafoor van de voetbalwereld als een modern Romeins keizerrijk die terugkomen in de film?
Het eindshot van de film heeft ook dat gevoel. Ik ga niet letterlijk vertellen wat je dan ziet, maar het gaat om iemand die verdwijnt, die je gewoon nooit meer gaat zien. Dat komt voort uit dat idee van verzinken in een rijk. Zoals je ook leest over jongens die ooit een belofte waren, maar bij een of andere club aan de rand van de voetbalwereld eindigen.

Catacombe is te zien in de bioscoop en op het Nederlands Film Festival.

Je kunt je hier aanmelden voor onze nieuwsbrief om wekelijks het beste van VICE Sports Nederland in jouw mailbox te krijgen.