Hoe Mike Dijks dankzij Boxing ‘82 terugkwam op het rechte pad

“Ik liep rond met blauwe ogen en opengescheurde oren, maar bleef terugkomen. Dat vonden ze wel leuk.”

|
feb. 21 2018, 11:04am

VICELAND en Dumpert maakten samen Boxing ‘82, een vijfdelige documentaireserie over een aan lager wal geraakte boksschool in de Rotterdamse Afrikaanderwijk – zie hier de eerste aflevering . De komende weken interviewen we hier hoofdrolspelers uit de serie over hun levens.

Mike Dijks (27) kon vroeger een aardig balletje trappen op het voetbalveld, maar hij was ook een opgewonden standje. Als linksbuiten sloeg hij regelmatig in op een tegenstander. Daarom is hij op zijn veertiende maar gaan boksen bij Boxing ‘82, een klassieke boksschool in de Rotterdamse Afrikaanderbuurt.

Daar is hij nu het grote bokstalent. Toch had Mike al veel verder kunnen zijn als bokser, als hij in zijn leven wat beter voor zichzelf had gezorgd. Om meer te weten te komen over zijn verhaal, spraken we met Mike over zijn toekomst als bokser, faalangst, manische depressies, George Foreman en de manier waarop Boxing ‘82 hem hielp op het rechte pad te belanden.

VICE Sports: Ha Mike, hoe ben jij bij Boxing ‘82 begonnen?
Mike Dijks: Ik was een jaar of veertien en voetbalde best op hoog niveau, maar mentaal zat het niet goed. Daarom ben ik maar gaan boksen.

Waarom was je mentaliteit niet goed voor voetbal?
Ik ben begonnen als snelle linksbuiten, maar toen kwam ik aan en interesseerde het me niet meer zoveel. Als ik je voorbij speelde en jij me een trap gaf, draaide ik me om en gaf ik je een paar klappen. Het werkte gewoon niet. In de D’tjes scoorde ik een keer vijf doelpunten in een wedstrijd. Er stond een scout van Feyenoord langs de kant, die zei dat hij me wel wilde hebben. Maar toen liep ik kankerend het veld af en gaf ik iemand een klap. Toen was het klaar voor die scout. Het mentale heeft mijn hele leven een beetje tegengewerkt.

Waar kwam die agressie vandaan?
Dat weet ik niet. Ik was gewoon een agressief ventje. Mijn pa zei op een gegeven moment: “Vriend, jij gaat gewoon op boksen. Ik denk dat dat wel helpt bij jou”. Hij had gelijk, dat was veel beter joh. Zo ben ik erachter gekomen dat het teamverband voor mij niet werkt. Ik vind voetballen geweldig, maar ik kan niet functioneren in teamverband.

Waarom niet?
Ik heb heel erg het idee dat ik mijn teamgenoten niet in de steek wil laten. Ze leggen toch vertrouwen in me en als ik dan faal, stel ik ze teleur. Het is een soort van faalangst, denk ik. Als ik faalde, haatte ik mezelf echt en zat ik in de put. Dus individuele sporten zijn beter voor mij. Als ik boks heb ik alleen iets aan mezelf te bewijzen en is de rest niet boeiend. Dan valt die druk van mij weg, en wordt het veel makkelijker.

Hoe was jouw begin bij Boxing ‘82?
In het begin heb ik er heel rustig aan stootjes geleerd. Maar binnen twee jaar zag je bij mij dat ik er eigenlijk wel wat van kon, en mocht ik gaan trainen met profboksers. Zo is het balletje een beetje gaan rollen. Dan werd ik de tering in geslagen en keken ze of ik nog een keer terugkwam. Dat was wel mooi.

En je kwam steeds terug?
Ik heb daar rondgelopen met blauwe ogen, opengescheurde oren en ik bleef maar terugkomen, dus dat vonden ze wel leuk. Soms was ik een tijdje weg, maar ik kwam uiteindelijk altijd terug.

Waarom was je soms een tijdje weg?
Ja, persoonlijke dingen. Mentaal niet goed. Ik heb wel wat stoute dingen gedaan. Drugs gebruiken, partyen, de hele teringzooi. Ik heb het wat dat betreft een tijdje goed verziekt. Dat is zonde. Ik was er dan even uit en als ik dan terugkwam, was ik flink aangekomen en had ik dikke wallen. Als mijn trainer Frans dat zag, trok hij zijn bek wel open.

Wat zei hij dan?
“Ben je wel goed bij je hoofd? Je moet eens kappen met dat zuipen en gebruiken, idioot. Je ken er godverdomme wat van, maak er dan ook wat van.” Dat is ook zoiets: hij gaf mij vertrouwen en daar kon ik juist niet tegen. Dan krijg je die faalangst weer. Als mensen vertrouwen in je hebben, moet je het wel gaan doen. Maar ik deed dan maar niks, zodat ik ook niet kon falen, dacht ik. Dan was ik weer een jaar niet op de boksschool en raar aan het doen.

In de documentaire-serie zeg je ook dat je misschien iets te veel hebt meegemaakt om nog spanning te voelen voor een wedstrijd.
Ja, dat gaat over die donkere kant van het leven. Mijn laatste wedstrijd interesseerde me geen tering. Twee uurtjes voordat ik moest boksen liep iedereen gestresst rond. Maar ik zat nog rustig nasi te eten en andere partijtjes te kijken. Ik heb daar geen last van.

Nu we zo zitten te praten kom je heel analytisch over, wat betreft je eigen emoties. Hoe komt het dan dat je toch fases hebt gehad waarin je effe bent afgegleden?
Ik ben manisch-depressief. Dat gaat er nooit uit. Negen van de tien mensen kiezen er dan voor om pilletjes te gaan slikken, maar ik doe dat niet. Ik heb dat gezien bij mijn moeder. Zij ging pilletjes slikken en werd een heel ander mens. Ik heb alle respect voor haar en het is goed dat ze het doet, want zij leeft er beter onder. Maar ik had het er als puber moeilijk mee dat mijn moeder daardoor een heel ander persoon werd.

Wat veranderde er?
Mijn moeder kon diepe dalen hebben, wat op zich wel lastig was. Maar ze had ook hoge pieken van intense geluksmomenten. Die momenten maakten alles voor mij heel dragelijk en fijn. Maar door de pillen werd ze heel vlak. Ik heb daar niks mee. De dagen dat ik het allemaal niet meer zie zitten, neem ik voor lief voor die paar uitspattingen van geluk. Dat ga ik niet opgeven. Dat meen ik echt.

En praten met mensen, doe je dat wel?
Dat doe ik nu meer, maar dat deed ik eerst nooit. Ik denk dat dat mijn grootste probleem was. Ik ben best gesloten en als ik een probleem had, dan loste ik het liever alleen op. Of ik zou me terugtrekken. Dan zou je me twee dagen niet zien, zou ik een fles opentrekken en mijn bokszak de tering in slaan.

Maar ik heb nu gemerkt dat het goed is om erover te praten. Ik heb mijn ex-vriendin weggejaagd omdat ik heel erg stil was en haar niet betrok, terwijl zij mijn leven op orde probeerde te krijgen. Als ik wat vaker mijn bek open had getrokken, had ze het begrepen. Als ik nu echt effe in de put zit, komt er een maatje langs, of schrijf ik een gedichtje. Dat helpt.

Wat schrijf je?
Negen van de tien dingen pleur ik weg, maar af en toe hou ik wel wat over. Het zijn korte verhalen en gedichten over mijn gevoel, dingen die ik meemaak. Dat is puur voor mezelf en vind ik echt heerlijk joh. Je bent toch aan het vogelen, wat creatiefs aan het neerzetten. Dat geeft toch een soort van zelfvoldoening. In het begin schreef ik hele standaard dingen als “rozen zijn rood, violen zijn blauw”, nu is het wel wat beter geworden. Als ik iets heb dat ik echt tof vind, hou ik het ook wel. Mijn moeder deed dat ook.

Welke rol speelt het boksen mentaal voor je?
Een hele grote. Ik ben veel minder agressief geworden en heb veel meer zelfbeheersing. Een simpel voorbeeld: als je slaat, laat je de stoot daarna vallen. Je trekt aan een stoot als je weet dat je er bent. Zulke hele kleine dingetjes blijven ook in je achterhoofd hangen. Als ik een uitspatting heb, denk ik: oké, terugtrekken. Het helpt echt. Het is pure zelfcontrole. Als ik een tijd niet boks, merk ik dat ik veel meer op het randje van een uitbarsting sta.

Ik vind jouw band met Jaap ook heel mooi in de serie. Hoe is die zo gegroeid?
Ik zag hem eerst weleens lopen in de boksschool en dan dacht ik net als iedereen: dat is een idioot. Daar kunnen we eerlijk in zijn. Maar op een gegeven moment leerde ik hem kennen. Als je hem in zijn ogen aankijkt, zit daar zoveel emotie in, zoveel onderdrukte gevoelens. Die gozer is echt een vechter man. Hij heeft echt een tyfusleven gehad. Ik denk dat hij wel een beetje hetzelfde heeft gezien als ik. Toen we onderweg waren naar DWDD, zei hij tegen me: “Fijn dat ik er een vriend bij heb”. Dat doet me veel, weet je. Dat zijn ook die geluksmomenten. Jaap is een fucking baas, serieus.

Wie is jouw favoriete bokser?
George Foreman. Negen van de tien zeggen dan natuurlijk Muhammad Ali. Ali was heel technisch en kon heel mooi dichten, maar hij was wel gewoon een arrogante teringlul. Daar heb ik helemaal niks mee. George Foreman had iets meer strijd en is technischer dan mensen zeggen. Met een hele korte opstoot sloeg hij je kaak naar de andere kant van je gezicht. En dan liep hij rustig weg. De hele man George Foreman vind ik geweldig. Ik krijg zo’n warm gevoel als ik hem hoor spreken. Wil je ook mijn favoriete voetballer weten?

Zeker, ik ben benieuwd.
Jozsef Kiprich, haha. Geweldige vent. Net als ik iemand die niet fit is en altijd zijn ding doet, ja toch?

Wat wil jij nog bereiken als bokser?
Ik wil binnen een half jaar op gewicht zijn, echt op gewicht. En dan wil ik weer in een ritme komen, nog wat partijtjes gaan doen en kijken of ik een proflicentie kan krijgen. Ik zeg niet dat dat allemaal gaat lukken, want ik heb fysiek een enorme achterstand. Maar ik wil het gewoon ervaren. Een keertje in de ring staan met een stel idioten die al twintig, veertig, zestig partijen op de naam hebben. Effe testen of ik er echt wat van kan.

Mis niets! Like VICE Sports Nederland voor je dagelijkse dosis ijzersterke sportverhalen.