John O’Brien is hard op weg doctor in de psychologie te worden

"Ik zou heel graag weer eens naar Nederland komen. Elk jaar denken mijn vrouw en ik er wel over na."

|
aug. 15 2017, 8:55am

Tussen de surfers voor de Californische kust staat John O’Brien deze zomer elke week op zijn plank. De Amerikaanse ex-Ajacied is na zijn carrière als profvoetballer vlakbij San Francisco gaan wonen en surft een paar keer per week om een beetje in vorm te blijven. Als hij niet surft, is hij op de universiteit bezig te promoveren tot doctor in de klinische psychologie.

O’Brien werd in 2002 kampioen met Ajax, als basisspeler in een team met onder meer Rafael van der Vaart, Cristian Chivu, Hatem Trabelsi en Zlatan Ibrahimovic. Met de Eredivisietitel op zak ging O’Brien naar het WK in Zuid-Korea en Japan, waar hij verraste met de Verenigde Staten door de kwartfinale te halen. Het ging lekker met de toen 24-jarige middenvelder, maar daarna viel hij van de ene in de andere blessure.

O’Brien kon zijn doorbraak als Ajacied en international daardoor niet doorzetten. Korte periodes bij ADO Den Haag en Chivas USA werden ook niks, zijn lichaam werkte maar niet mee. In december 2006 stopte O’Brien op 29-jarige leeftijd als profvoetballer. Daarna stortte hij zich op een studie psychologie. VICE Sports sprak O’Brien via Skype over zijn nieuwe passie en hoe hij in de psychologie geïnteresseerd raakte.

VICE Sports: Ha John, in welke fase van je promotie zit je nu?
John O’Brien: Ik heb al mijn vakken afgerond en mijn proefschrift geschreven, dus ik moet alleen nog mijn stage lopen om te promoveren. Die stage smeer ik uit over twee jaar. Dan werk ik vier dagen in de week met mensen die mentale problemen hebben, zoals angsten en depressies. Daarnaast werk ik individueel met voetballers als mental coach.

Hoe ben je geïnteresseerd geraakt in de psychologie?
Ik heb met een paar sportpsychologen gesproken toen ik nog voetbalde en ben me toen in gaan lezen. Het hielp om me te focussen op mijn herstel na blessures, zodat ik me niet mee liet slepen in het feit dat ik niet kon spelen. Nu ik zelf psychologie studeer, merk ik dat het een vakgebied is waarin je nooit uitgeleerd raakt. Soms kom ik thuis en zit mijn hoofd vol gedachten en ideeën over psychologie. Maar soms is het heel moeilijk om dagelijks te werken met mensen die dramatische trauma’s verwerken.

O’Brien in duel met Shevchenko in de kwartfinale van de Champions League. (Foto: Proshots)

Op welke momenten in je carrière als profvoetballer sprak je met psychologen?
Voor het WK van 2002 hadden we als team van de Verenigde Staten een paar sessies met een sportpsycholoog. Dat waren een paar basale presentaties, om te zorgen dat iedereen mentaal op één lijn zat richting het WK. Dat hielp. Daarna, tegen het einde van mijn tijd bij Ajax, heb ik ook met een sportpsycholoog gepraat in Amsterdam. Ik moest toen omgaan met een hoop blessures en wilde daar hulp bij hebben.

Je zei net dat je je soms mee liet slepen door je blessure. Hoe uitte zich dat?
Ik kreeg last van angsten en vroeg me steeds af wat er mis met me was. Ik begon erg aan mezelf te twijfelen. Omdat ik me zoveel zorgen maakte, begon ik me ook af te vragen of er mentaal misschien iets mis zat bij mezelf. Het kan pijnlijk zijn om niet mee te kunnen doen met het team. Dan zat ik steeds in mijn eentje aan mijn herstel te werken, terwijl ik de groep zag spelen en niet wist of het met mezelf wel goed zou komen.

Uit onderzoek blijkt dat topsporters relatief vaak depressief raken. Denk je dat er voldoende psychologische begeleiding is in de voetbalwereld?
In een topsport-omgeving wordt er vaak van je verwacht dat je bij een tegenslag je rug recht en doorgaat. Dat is wat je wordt aangeleerd en goed kunt doen. Maar dat zorgt er ook voor dat je niet zo snel hulp gaat zoeken als je die misschien wel nodig hebt. Dat was bij mij ook zo. “Er is niks mis met me, ik ga dit gewoon zelf oplossen,” dacht ik eerst.

O’Brien tijdens een wijnproeverij op trainingskamp met Ajax in 2005. (Foto: Proshots)

Heb je dat wegdrukken van stress vaker meegemaakt als voetballer?
Ik herinner me dat we een teamoverleg hadden bij Ajax toen Zlatan Ibrahimovic en Rafael van der Vaart ruzie hadden. We spraken een klein beetje over wat er aan de hand was in de groep, toen een paar mensen opeens zeiden: “Oké, dat is wel genoeg. We hoeven geen praatgroepje te worden.” Terwijl ik juist vond dat we dieper moesten gaan. We moesten meer praten over wat er speelde, zodat we gezamenlijk een oplossing konden vinden. Maar we bleven aan de oppervlakte, gingen niet dieper. We duwden het weg en gingen over tot de orde van de dag.

Had dat te maken met de houding van Ajax als club of de voetbalwereld als geheel?
Wat Ajax uniek maakte, was dat het Ajax was, met een houding dat alles er exceptioneel is, de neus een beetje omhoog. Dat was interessant, want dat gaf ons inspiratie en zorgde dat we het maximale gaven. Waar we ook waren, we dachten: we gaan jullie verslaan met kwaliteit en mooi voetbal. Dat was tof. Maar soms was het gemaakt, nep. Dan zorgde het dat mensen niet helemaal zichzelf konden zijn in het jonge team dat we toen hadden.

Heb je een voorbeeld van een moment waarop je voelde dat die houding gemaakt was?
Ik heb dat beeld heel sterk in mijn hoofd als ik denk aan hoe het was om rond te lopen in de gangen van de Arena. Die houding werd ook een soort verdedigingsmechanisme richting de pers als de resultaten even wat minder gingen. We worstelden dan een beetje met onszelf en wisten niet echt waar we stonden, maar zeiden naar buiten toe wel dat we gewoon doorgingen op dezelfde weg, omdat we Ajax waren.

Nam je bij Ajax zelf het initiatief om met een psycholoog te gaan praten of kwam het vanuit de club?
Het was mijn initiatief. Er waren wel mensen in de club die het al weleens opgebracht hadden en me hielpen, maar Ajax had toen nog geen sportpsycholoog in dienst. Dus ik zocht er zelf een uit. Ik kwam uit bij Wim Keizer, hij heeft me echt goed geholpen. Ik denk dat Ajax inmiddels wel psychologen in dienst heeft.

Klopt het dat je lichamelijk ook problemen had voor topsport?
Deels is het mijn fysiek, ik heb bijvoorbeeld een beetje scoliosis. Mijn broer en zus sporten ook veel, maar zijn ook vaak geblesseerd, dus er is vast ook een deel genetisch. Maar een ander deel is mentaal. Ik geloof echt dat ik mezelf mentaal negatief heb beïnvloed tijdens mijn herstel. Als ik meer gefocust was, me comfortabeler voelde en zelfverzekerd was, dan herstelde ik sneller en voetbalde ik beter. Als ik veel druk voelde, ging ik niet zo slim om met blessures.

Wat deed je dan bijvoorbeeld?
Dan probeerde ik er bijvoorbeeld doorheen te spelen. Ik moest vooral leren luisteren naar mijn lichaam en de signalen die het gaf. Ik moest mezelf vertrouwen.

Het is echt zonde dat je zo vroeg hebt moeten stoppen met voetballen.
Ja man, tegen het eind van mijn carrière in 2005 won ik de Gold Cup met de Verenigde Staten en speelde ik alles. Ik voelde me toen heel erg op mijn gemak en kon het team helpen. Ik doorzag het spel, mede dankzij de goede training die ik bij Ajax had gehad. Maar ik heb dat niet door kunnen zetten, want daarna bleven de blessures komen en was het einde verhaal.

Je bent uiteindelijk, door die blessures, op je 29ste al gestopt met profvoetbal. Is dat iets waar je mentaal nog mee bezig bent?
Het zit wel in me. Ik heb er niet meer zoveel last van als toen ik net stopte met spelen en zag hoe jongens met wie ik had gespeeld gewoon doorgingen. Ik leefde toen voor de sport, maar kon me niet laten zien. Dat was erg moeilijk. Nadat ik stopte duurde het een tijdje voordat ik weer balans had in mijn leven. Als ik nu met spelers en clubs werk, haalt dat ook herinneringen op van mijn carrière als prof, waardoor ik ermee bezig blijf. Mijn relatie met mijn lichaam is nog steeds in ontwikkeling.

Hoe uit die ontwikkeling zich?
Vooral in de manier waarop ik sport. Ik ben gaan surfen en zorg op die manier voor mijn lichaam. Er komt geen druk bij surfen kijken, wat heerlijk is. Er valt een hoop stress weg als je prima een dag kan skippen, al probeer ik wel elke dag te surfen. Maar het blijft een relatie die in ontwikkeling is. Ik wil nog steeds van alles, maar moet luisteren naar mijn lichaam. Ik probeer lichaam en geest goed samen te laten werken.

Je hebt na je carrière als jeugdtrainer gewerkt, doe je dat nog steeds?
Ik heb dat even gedaan bij LA Galaxy en daarna universiteitsteams getraind in North Carolina en bij de El Cerrito Spurs. Dat laatste team zit in de buurt van waar ik nu woon. El Cerrito Spurs is vernoemd naar Tottenham Hotspur en heeft zelfs dezelfde tenues, wat ik wel komisch vind. Ik werk nu met spelers van het voetbalteam van UC Berkeley. Na dit interview heb ik een mental coaching-sessie met een speler.

Zien we je binnenkort weer eens in Nederland?
Ik zou heel graag weer eens naar Nederland komen. Elk jaar denken mijn vrouw en ik er wel over na, maar ik heb nog geen tickets geboekt. Ik zou graag jullie kant opkomen en wat werk doen, zien wat er in Nederland gaande is in de sportpsychologie. Ik hou van Amsterdam, Nederland en het voetbal daar.

Dit is een interview uit de serie Het Nieuwe Leven, waarin gestopte profvoetballers vertellen over hun nieuwe carrières. Zie hier alle verhalen uit deze serie.

Mis niets! Like VICE Sports Nederland voor je dagelijkse dosis ijzersterke sportverhalen.