Welkom in de jeugd van kickbokser Tayfun Ozcan

"We aten soms elke dag aardappelen met uien. Dus dat beetje extra geld kwam goed uit."

|
09 augustus 2018, 9:38am

Tayfun Ozcan kijkt slaperig uit zijn ogen als hij de voordeur van zijn huis opent. “Welkom maat, het is gisteren laat geworden,” zegt de kickbokser. Hij draagt een zwart shirt van een van zijn sponsors en een kort broekje. Om Tayfuns pols glimt een zilverkleurig horloge. Zijn ietwat vermoeide ogen gaan schuil achter een zonnebril.

Als ik het huis van Tayfun in loop, gaat zijn vriendin Janneke net de deur uit, op weg naar haar werk bij de schoonheidssalon in de buurt. “Dag schat, werk ze!”, zegt Tayfun terwijl hij haar uitzwaait. Binnen hangt een grote fotocollage aan de muur, met foto’s van de overwinningen die Tayfun behaalde op tegenstanders als Mohammed Jaraya, Nordin Ben Moh en Andy Souwer. In een kast rust een kampioensgordel van Enfusion, waar Tayfun verschillende toernooien won op zeventig kilo. Maar daar kom ik niet voor.

Tayfun voor de fotocollage in zijn huis.

We hebben vandaag met elkaar afgesproken om Tilburg-Noord te bezoeken, de wijk waar Tayfun is opgegroeid. Onlangs plaatste hij een post op Instagram waarin hij verwees naar zijn jeugd. “Van statiegeld verzamelen om te eten tot schoonmaken bij bejaarde vrouwen om mijn moeder geld te geven voor boodschappen! En nu leef ik mijn droom”, zette hij erbij. Ik ben benieuwd naar het verhaal daarachter. Tayfun moet zich voor vertrek thuis nog heel even opfrissen, daarna gaan we de deur uit.

We stappen in zijn zwarte Golf en gaan ervandoor. Op weg naar zijn oude wijk vertelt Tayfun dat hij vroeger op zowel voetbal als kickboksen zat. “Ik kon de contributie alleen niet opbrengen, dus die betaalde ik bij voetbal en kickboksen allebei niet. Af en toe had ik een trainer die in me geloofde en dat dan voor mij deed.” Zo kwam de jonge Tayfun terecht bij Balans Gym, waar ze meteen wat in hem zagen. Trainer Halit Kurt, de eigenaar van de sportschool, liet hem om die reden meetrainen.

De belt van Enfusion, tussen foto's van gewonnen partijen.

Terwijl we verder rijden door de straten van Tilburg, vertelt Tayfun dat zijn ouders van elkaar scheidden toen hij jong was. Zijn vader heeft geen rol gespeeld in zijn leven. “We hebben niet echt contact,” zegt hij. De vechtsporter heeft een oudere broer, twee broertjes en drie zusjes. Zijn moeder voedde de zeven kinderen thuis alleen op. Omdat zij uit een boerendorp in Turkije komt en de Nederlandse taal niet kende, was dat extra zwaar voor haar. Ze leefde van een uitkering en was verder fulltime met de kinderen bezig.

Tayfun herinnert zich dat vriendjes die vroeger over de vloer kwamen zich er weleens over verbaasden dat zijn moeder niet uit de keuken kwam. “Dat klopte ook gewoon. Mijn moeder kwam niet uit de keuken. Echt man,” vertelt hij verder. “Ze was de hele tijd bezig met eten maken, kleren schoonmaken en het huis poetsen. Ze heeft twintig jaar van haar leven niet geleefd en helemaal niks van Nederland gezien. Alsof ze in een gevangenis zat. Alles alleen voor haar kinderen.”

Soms werd dat door de kinderen niet gewaardeerd, vooral toen ze gingen puberen. Tayfun vertelt over het moment waarop hij zijn moeder het meeste pijn deed. Hij was toen veertien en zat op een best nette middelbare school, Rooi Pannen. Zijn moeder was daar trots op. Maar toen sloeg Tayfun iemand uit zijn klas en werd hij van school gestuurd. “Ik kwam op een mindere school terecht,” aldus Tayfun. “Het was er keivies. Toen mijn moeder dat zag, moest ze huilen. Ze keek me aan en zei: ‘Ben ik je hiervoor aan het opvoeden? Ben je aan het lijden voor dit?’”

Tayfun wordt emotioneel als hij over dit moment van zijn jeugd vertelt. De haren op zijn armen gaan recht overeind staan en hij staart voor zich uit. Hij valt even stil in de auto. “Ik krijg er bijna tranen van,” zegt hij dan. “Dat was voor mij het punt waarop ik zei: ik moet nu echt een omslag maken in mijn leven. Zij is aan het lijden voor ons, terwijl we eigenlijk alle kansen hebben in Nederland. Heel eerlijk, maat.”

De vrouw in het paars herkent Tayfun.

Dan rijden we het straatje binnen waar vroeger de basisschool van Tayfun zat. De kickbokser slaakt een kreetje van verbazing. “Wow, het is veranderd hier. Ik herken het niet eens meer.” We stappen uit en lopen door een poortje. Daarachter ligt een binnenplaats, waar een groepje ouderen aan een tafel koffie zit te drinken. “Hé, ik ken jou toch?”, zegt een van de vrouwen meteen tegen Tayfun. “Ben jij Tayfun? Jou ken ik nog wel. Ettertje.”

De goedgebekte vrouw blijkt vroeger de beheerder te zijn geweest van een buurthuis waar Tayfun veel kwam. “Daar liep hij te klieren,” zegt ze. “Maar hij heeft daarna wel zijn excuses aangeboden. Je herkent me toch wel Tayfun?” Tayfun zegt dat hij de vrouw herkent, maar het komt er niet heel overtuigend uit. Hij kijkt liever naar wat er allemaal veranderd is. Op de plek waar zijn oude school stond, staat nu een zorgatelier voor ouderen. Hij wijst naar gaten in een hek. “Kijk, hier klommen mijn vriendjes en ik altijd door als de poort dicht was. Dan konden we hier voetballen.”

Een van de ouderen vraagt wat we eigenlijk komen doen, waarop ik uitleg dat Tayfun de afgelopen jaren flink naam heeft gemaakt als kickbokser en ik een reportage kom maken over zijn jeugd. “Nou Tayfun, je bent toch nog goed terechtgekomen,” zegt de vrouw die hem eerder voor ettertje uitmaakte. “Niet naast je schoenen gaan lopen hè?” Tayfun belooft dat hij dat niet zal gaan doen. “Daarvoor heb ik genoeg narigheid meegemaakt. Houdoe hè!”, zegt hij, en we lopen weer door het poortje de straat op.

Tayfun wijst een gat in het hek aan, waardoor hij vroeger naar binnen klom.

Pal naast de plek waar vroeger de basisschool van Tayfun zat, staat een groot huis met een voortuintje. “Hier woonde een vrouwke waar ik altijd ging schoonmaken,” vertelt Tayfun. “Ze was ziek, droeg een luier, liep een beetje mank en was altijd buiten aan het schoonmaken. Ik zag een paar keer dat ze moeite had met vegen en vroeg of ik kon helpen. Dat vond ze wel aardig. Ze nodigde me binnen uit, en we gingen broodjes eten. Ik weet niet wat het was, maar ik had meteen een band met haar. ”

Op een gegeven moment ging Tayfun ook de boodschappen doen voor deze vrouw, die Genoveve heette. “Ze had een bepaalde drop die ze lekker vond, die haalden we dan altijd bij de Kruidvat,” vertelt Tayfun verder. “Zo’n drop met een beetje stof erop. Ik kreeg soms tien of twintig euro toegestopt als ik haar boodschappen deed. Dat was echt veel, man. We hadden het in die tijd echt slecht thuis. We aten soms elke dag aardappelen met uien. Dus dat beetje extra geld kwam goed uit.”

Tayfun voor het hoekhuis waar Genoveve woonde.

Helaas leeft Genoveve nu niet meer, dus we lopen langs het huis, een pleintje op. Hier zamelde Tayfun vroeger flesjes in voor statiegeld. Hij vertelt dat dat hij hier vaak hing met een groepje van vijf jongens, waaronder een van zijn broertjes. “We hadden allemaal sowieso niet veel te eten, maar wouden ook soms wat te snoepen hebben. Vroeger stonden hier allemaal bosjes en waren mensen aan het chillen hier. Men liet van alles achter, zoals bierflesjes of grote colaflessen. Die pakten wij dan op”

Maar het ging ook verder dan dat. Tilburg is een studentenstad, en waar studenten zijn, wordt goed gezopen. “We wisten waar in de buurt de studentenhuizen waren,” vertelt Tayfun verder. “Die leeggedronken kratjes stonden soms opgestapeld in tuinen. Daar gingen we dan langs om bierflesjes te stelen.” De buit was volgens Tayfun nooit meer dan een paar euro statiegeld, maar daar kan je een hoop mee. In de supermarkt kochten ze huismerk chocoladerepen, chips of cola van vijftien cent.

Op dit pleintje zamelde de jonge Tayfun vroeger flesjes in voor statiegeld.

We lopen verder door de wijk, langs een kerk. In de kerk woont een vrouw die hem en zijn vriendjes vroeger geweldig vond. Ze heet Annelies en nodigde de jongens regelmatig uit om appelflappen te bakken. Ze leerde Tayfun daar zelfs piano spelen. “Haar man was een echte professor. We kunnen wel even kijken of ze thuis is, dat is wel lachen,” zegt Tayfun. “Ik ben hier zestien jaar of zo niet meer geweest. Ik ben echt benieuwd of ze me herkent. Van binnen is het echt groot in die kerk. Je gaat schrikken man.”

We lopen naar het poortje dat toegang biedt tot de tuin rondom de kerk. Tayfun belt aan en doet zijn zonnebril af. Een wat oudere dame komt de kerk uit lopen. Het is Annelies. Tayfun krijgt meteen een enorme glimlach op zijn gezicht, maar het duurt even voordat Annelies hem herkent. “Goeiedag,” zegt ze in eerste instantie opgewekt tegen Tayfun. “Moet ik jou nog kennen?” Dan valt het kwartje en herinnert Annelies zich dat Tayfun een van de jongens was die vroeger in de buurt hing. “Jullie waren een aantal van die snotapen. Och, je bent zoveel ouder geworden. Komen jullie binnen voor de koffie?”

Tayfun valt Annelies in de armen.

De kerk is van binnen inderdaad prachtig. De piano waarop Tayfun vroeger pingelde, staat er nog steeds. Overal ligt speelgoed van de kleindochter van Annelies en de professor. We gaan aan de eettafel zitten. Als Annelies koffie aan het zetten is, leunt Tayfun mijn kant op. Op fluistertoon zegt hij: “Als ik straks zeg wat mijn werk nu is, gaat ze schrikken.” Dan komt de professor binnen. Hij heet Bart en herkent Tayfun meteen. “Hoe is het jongen? Dat is echt lang geleden,” zegt hij. “Sjongejonge, kleine mennekes worden groot.”

Annelies proest haar koffie even later bijna uit als Tayfun vertelt dat hij professioneel kickbokser is geworden. “Dat is een gevaarlijk beroep man!,” zegt Bart. “Dan krijg je klappen af en toe.” Tayfun pareert dat meteen door te zeggen dat hij meer klappen uitdeelt dan dat hij moet incasseren. Trots laat hij video’s zien van zijn gevechten over de hele wereld. “O jee, o jee,” zegt Annelies lachend. “Mijn God, wat een ellende, waarom doe je dat nou toch? Heb je daar die platte neus van gekregen?” Bart is flink onder de indruk. “Bam! Bam! Sjongejonge,” zegt hij.

Tayfun laat Annelies en haar kleindochter zijn gevechten zien.

Het gesprek gaat aan tafel over van alles: de verschillen tussen Turkije en Marokko, hoe de wijk is veranderd, het werk van Bart en Tayfuns trouwplannen. Tayfun laat trots een foto van zijn toekomstige vrouw zien. “O, dat is een mooie blonde stoot,” zegt Annelies. Ook Bart is onder de indruk. “Zo, dat heb je goed versierd zeg. Sjongejonge.” Ik vraag waarom Annelies Tayfun en zijn vriendjes vroeger uitnodigde om appelflappen te maken. “Ach, het waren rotzakjes in de buurt, maar vooral omdat ze zich verveelden,” zegt ze. Tayfun krijgt weer een grote glimlach op zijn gezicht. “Moet je nagaan wat een mooie mensen dit zijn, dat ze het zo probeerden op te lossen.”

Aan tafel bij Annelies en Bart.

Dan is de koffie op en is het tijd om te gaan. We bedanken Annelies en Bart voor de gastvrijheid. Tayfun krijgt twee dikke knuffels. “Leuke mensen hè,” zegt hij als we richting zijn auto lopen. Tayfun wil nog graag zijn moeder laten zien. In de auto belt hij zijn broertje Hakan, om te vragen of zijn moeder thuis is. Die blijkt alleen net naar werk vertrokken te zijn. “Oh, is cool bro, dan spreek ik jou morgen wel. Rustig aan jongen,” zegt hij tegen zijn broer. Hakan is er bij kickboksgala’s altijd bij, vertelt Tayfun.

Tayfun voor de woning van zijn moeder.

We rijden de straat in waar Tayfuns moeder woont. De bekers die Tayfun in zijn kickbokscarrière heeft gewonnen staan trots voor de ramen. Omdat zijn moeder er niet is, poseert Tayfun voor de ramen met de bekers. “Ik heb op zich geen verkeerde jeugd gehad, alleen hadden we gewoon geen geld,” benadrukt hij nog maar even. Dan rijden we naar het station, waar ik de trein moet pakken. Onderweg komen we langs een kapper, waar toevallig een van Tayfuns broertjes voor de deur staat.

“Hé, hier staat mijn broertje Arif!,” zegt Tayfun. Hij toetert, zet de auto langs de kant van de weg en omhelst zijn broer. “Ik word geïnterviewd door een bekende journalist,” zegt hij, gebarend naar mij. Ik voel me een beetje opgelaten, maar ga erin mee. De broers praten kort over waar hun vader zit. Dan gaat Arif ervandoor en besluit Tayfun opeens zijn haar te laten knippen. “Geen opscheer, maar gewoon netjes oké?”, zegt hij tegen de kapper, die het schitterend vindt dat er foto’s worden genomen in zijn zaak.

Arif, een van Tayfuns broertjes.
Tayfun kijkt scherp in de spiegel.

Na een korte knipbeurt gaan we door naar het station. Ik vraag Tayfun wat hij de rest van de dag gaat doen. “Niet zoveel, op de bank hangen, man. Ik ben een beetje moe,” legt hij uit, terwijl we de parkeerplaats van Station Tilburg oprijden. Voordat ik uitstap, bedankt Tayfun me uitgebreid dat ik met hem door zijn oude wijk wilde lopen. Ik bedank Tayfun voor zijn tijd en wens hem veel succes met de voorbereiding op zijn volgende gevecht.

“Dankjewel,” zegt hij. “Als ik eraan terugdenk, was het eigenlijk heel naïef van me om om mijn droom als kickbokser na te jagen in plaats van een opleiding. Wat kan je nou verdienen met kickboksen? De kans was 99% dat het zou mislukken. Maar ik heb geluk gehad. Het is nog steeds geen vetpot, maar ik kan ervan leven. Nou, houdoe hè.”

Je kunt je hier aanmelden voor onze nieuwsbrief om wekelijks het beste van VICE Sports Nederland in jouw mailbox te krijgen.