Sam van Raalte

Paupercity, pyro en dode paarden: welkom bij de Tifosi BiancoNero

“Wij zijn geen Tukkers. Wij zijn Almeloërs.”

|
sep. 14 2018, 10:46am

Sam van Raalte

Op de zwarte voordeur van het honk staat de Griekse god Heracles groot afgebeeld in het wit. Binnen is elke muur, tafel of kruk zwart-wit geverfd. Dit is het supportershome van Heracles Almelo, onder Vak Q van het Polman Stadion. Ik ben hier om te praten met Kimberley (22), Thom (21) en Dominique (32), aka Dodo, van de fanatieke sfeergroep Tifosi BiancoNero.

Er is de afgelopen jaren een hoop gebeurd bij Heracles Almelo. Het stadion werd volledig vernieuwd en het logo veranderd, en binnen het stadion bepaalden de Tifosi BiancoNero steeds meer de sfeer. De groep werd vijf jaar geleden opgericht en viert dit seizoen zijn eerste jubileum. Naar aanleiding daarvan spreek ik in het supportershome met de Tifosi BiancoNero over de geschiedenis van hun groep, hun geuzennaam als paupers en Heracles’ allereerste Europese uitwedstrijd.

VICE Sports: Hoe is deze sfeergroep vijf jaar geleden begonnen?
Dodo: We hadden hier eerst de BTE, de Brigata Tifosi Extreme. Die zijn ermee gestopt, daarna gebeurde hier eigenlijk niks meer op supportersgebied. We zijn toen met een paar supporters samengekomen, en begonnen ergens in een oude hal met doekjes van vijftien meter. Toen kwam de verbouwing van het stadion, dat groter werd, waardoor de acties dus ook groter moesten. Wat was de grootste tot nu toe?
Kim: Het Paupercity-doek van Arouca thuis was volgens mij de grootste. Die was zestig bij twaalf meter.

Paupercity, waar komt die naam voor Almelo vandaan?
Thom: Volgens mij is het een beetje hetzelfde als Ajacieden die zich joden noemen. Het is een geuzennaam. Van Almelo wordt vaak gezegd dat iedereen er in een trainingsbroek loopt en werkloos is. We hebben aangenomen dat we paupers zijn.
Kim: We gebruiken het ook vaak in onze liederen: “Paupers, dat zie je zo, Almelo!”

BiancoNero op bezoek bij Go Ahead Eagles. (Foto via Tifosi BiancoNero)

Vinden jullie Almelo ook echt een pauperstad?
Dodo: Mijn persoonlijke mening is dat Almelo gewoon een kutstad is, maar daarom hou je ervan. Als je door Almelo fietst, kom je langs stukjes die er niet uitzien, maar dat vind ik dan toch gewoon mooi. Er is hier niet veel te beleven, behalve Heracles natuurlijk.
Kim: Het heeft gewoon wat. Volksbuurten met vervallen huizen en van die tuinstoelen voor het huis.
Thom: Je hebt straten met ramen in de voordeuren. Als je daar om zes uur ‘s avonds langs fietst, staat iedereen uit zijn voordeur te hangen, met elkaar te praten, blikjes Schultenbräu erbij. Dat is mooi aan Almelo.

Dat klinkt inderdaad gezellig. Ik vond ‘Paupercity’ ook een tof spandoek.
Kim: Hij kon beter, hoor.
Thom: Hij kon gedetailleerder. Paupercity was heel groot en massaal, maar ik vond het geen hele goede actie. We zijn heel kritisch op wat we maken. Soms ben ik bezig en wil ik een lijn een paar centimeter naar links of rechts verschuiven. Dan denk ik: waar ben ik mee bezig? Dat doek is zestig meter. Niemand ziet die drie centimeter verschil.

Het Paupercity-doek tegen Arouca. (Foto via Tifosi BiancoNero)

Op welke actie zijn jullie in die vijf jaar tot nu toe het meest trots?
Thom: We hebben ooit een actie met ontiegelijk veel vlaggen neergezet tegen Roda JC. De tekst op het doekje daarbij was: “Jullie kracht is ons gevoel, onze dromen, jullie doel”. Dat vind ik een hele mooie tekst. Het was een actie over de gehele korte zijde, in Argentijnse stijl, met veel vlaggen, uitgeknipt papier dat van boven kwam en ballonnen. Die complete chaos vond ik mooi.
Dodo: Dat was inderdaad een hele mooie. Zelf vond ik qua detailwerk de doeken die we hebben gemaakt voor het afscheid van Jan Smit superfraai. Daar hebben we wel drie maanden in ploegendienst aan gewerkt. Dat was een mooie actie met fakkels en alles erbij. Al zijn de acties op onze korte zijde meestal het best.

Jullie hebben ook een keer een spandoek gemaakt waarop stond dat jullie op Santa’s Bad List stonden. Hoe waren jullie daarop gekomen?
Thom: De wedstrijd was op kerstavond en daar wilden we wat mee doen. Iemand zei: “Wij staan altijd op Santa’s bad list, wij doen het altijd verkeerd”. Daar is een prachtig doek uit gekomen dat heel veel aandacht heeft gehad in heel Europa.
Kim: Daar ging een mooie discussie aan vooraf, trouwens.
Dodo: Ja, ze wouden die kerstmuts rood maken. Ik zei: “Wat willen jullie?” Een kerstmuts hoort rood, maar wij schilderen geen rood. Dus die muts is blauw geworden. We zijn ook heel blij dat het rood nu uit ons clublogo is.

Wat is jullie slechtste actie geweest?
Dodo: Jaren geleden maakten we een mega-tank met allemaal paupers ervoor. Het doek was te gedetailleerd. Het ontwerp zag er mooi uit, maar we wisten niet waar we moesten beginnen met schilderen. Het leek uiteindelijk nergens op.
Thom: Uiteindelijk werd er zoveel pyro achter gezet dat het toch wel een goede actie was.

Jullie hebben een vriendschapsband met Preussen Münster. Hoe zit die band in elkaar?
Thom: Het is lang geleden begonnen met iemand van de oudere garde, die veel groundhopte en naar Preussen Münster ging. Nu gaan er vaak mensen over en weer. Ik denk dat bij meer dan de helft van de wedstrijden van Münster wel mensen van Heracles aanwezig zijn. Het is een uurtje rijden van hier.
Kim: Het kan in een half uur.
Thom: Haha, klopt, een keer moesten we een trein halen voor een uitwedstrijd en gingen we te laat weg. Ik weet niet meer waarom, maar het was een puinhoop. We reden met 170 over de autobahn. Toen we eindelijk aankwamen op het station, stonden de jongens van Münster daar. “Ah joh, we pakken een trein later,” zeiden ze. Hadden we voor niks gehaast.

Hoe ziet een tripje er normaal gesproken uit als je die kant op gaat?
Thom: Wij gaan er gewoon heen met een paar autootjes, drinken veel bier en hebben dan vaak na de wedstrijd nog een feestje bij een van die jongens thuis. Het is sinds een paar maanden wat anders, want hun groepen hebben er nu zelf voor gekozen om hun club niet meer te supporten. Ze vinden dat het te commercieel is geworden. Voor dat besluit hebben wij veel respect. We komen er wel nog steeds. Veel van ons hebben daar vrienden gemaakt, dus je blijft er ook heen gaan om vrienden te zien.

Hoe zien jullie de rivaliteit met FC Twente?
Kim: Ik moet zeggen dat het de laatste jaren wel een stuk minder is geworden. Eerder speelde er rond de derby veel meer. De laatste jaren is dat hevig afgezwakt.
Dodo: Ze waren er natuurlijk heel druk mee bezig om zelf in de Eredivisie te blijven en dat gezeik met hun supportershome, en weet ik veel wat. Volgens mij hebben ze daar zelfs een tijd een complete sfeerstop gehad.
Thom: Maar wij hebben altijd al een grote hekel aan FC Twente gehad en dat zal ook nooit veranderen.
Kim: Die haat is er nog, hoor.
Dodo: Er gebeurt misschien minder, maar die haat die blijft.

Waar komt die haat vandaan?
Thom: Omdat zij alles zijn waar wij een hekel aan hebben. De regio Twente is best wel vervlecht. Supporters van beide clubs werken allemaal bij elkaar. Op de werkvloer gaat het over de onderlinge spanning en acties. Ik heb ook collega’s gehad die, als wij de derby hadden gewonnen, de dag daarna niet op werk verschenen. Wij zijn ook de club van de stad, van Almelo. Zij zijn de club van de omgeving. Iedereen loopt er blind, als een gloryhunter, achteraan. Wij voelen niet heel veel verwantschap tot de regio Twente.
Dodo: Absoluut niet. Als mensen mij vragen of ik in Twente woon, zeg ik: “Ho ho, ik woon in Almelo”.
Kim: Ik ben geen Tukker, ik ben een Almeloër.

Toen ik vanaf het station in de bus naar het stadion kwam, moest ik in een rode bus met een paard erop. Het leek net een soort FC Twente-bus. Kennen jullie die?
Kim: Ja, ik stap er nooit in.
Dodo: Nee, ik ga er ook niet mee. Mij niet gezien.
Thom: Nee, ik ook niet. Na jaren zeuren hebben ze hier ook de rode stoeltjes uit het stadion gehaald. In het oude stadion waren de stoeltjes rood. Daar ergerde iedereen zich bont en blauw aan. De deuren waren ook rood. Die zijn allemaal zwart geschilderd.

Een uitgemergeld paard tegen FC Twente. (Foto via Tifosi BiancoNero)

Wat zijn jullie mooiste acties in de derby geweest?
Kim: Poeh, dat zijn er best wel aardig wat geweest.
Dodo: Ik vond die met het uitgemergelde paard fantastisch, toen ze daar dat gezeik met die centen hadden. Dat was een uitgemergeld paard op een geldkistje, opgehangen aan een strop, met de tekst “De vette jaren zijn nu voorbij”. Die was wel superklein, maar altijd als wij daarna tegen FC Twente speelden, kwam er weer een kopje in de media met dat spandoek. Kreeg ik weer een glimlach op mijn gezicht.
Thom: Ik vond de actie met het doek “Groot geworden door klein te blijven” wel goed. Nadat het doek omlaag ging was er ook veel pyro te zien, dat vind ik het altijd wel mooi.

Pyro is mooi, maar schuurt altijd met de clubleiding. Hoe is jullie relatie tot de clubleiding van Heracles Almelo?
Thom: Af en toe loopt de spanning wel op, maar ik denk dat wij echt niet mogen klagen met de clubleiding van Heracles. Heracles is een heel open club sinds Jan Smit aantrad. Wij kunnen gewoon open met bestuurders praten als Mark-Jan Fledderus of Hans Golbach.
Kim: Als ik het vergelijk met andere eredivisieclubs, mogen wij de handen dichtknijpen met hoe het hier opgepakt wordt. Alleen worden de regels nu wel aangescherpt, omdat je met politie en gemeente te maken krijgt.
Dodo: Het is ook vaak zo dat iets niet van de club komt. Dan komt de KNVB met iets, die ziet weer wat, en dan moet de club wel reageren. Of de gemeente heeft weer wat bedacht. Maar de bestuursleden komen vaak een biertje halen in het supporterscafé. Na elke thuiswedstrijd komen er ook twee spelers, dat is zo afgesproken.

Pyro vanuit BiancoNero. (Foto via Tifosi BiancoNero)

Begin vorig seizoen hebben jullie wel kort een boycot gehouden door onenigheid met het clubbestuur. Waar ging dat toen over?
Thom: Het was een optelsom van allemaal kleine dingetjes, met als druppel een stuk of zes stadionverboden voor onze groep, onder meer voor Kim.

Waarvoor was dat?
Kim: Ik zwaaide met een grote vlag en de mensen bovenin het stadion zeiden dat ze daar last van hadden. Ze wilden de vlag afpakken en daar was ik niet zo van gediend. Dat is een beetje uit de hand gelopen. Ik kreeg een half jaar stadionverbod.
Thom: Er kwamen daarna nog een paar stadionverboden bij die we niet terecht vonden. Het opmerkelijke was dat Heracles binnen een paar uur aan de telefoon hing nadat we het bericht van de boycot op Facebook hadden geplaatst. De club vroeg of we wilden komen praten. Daarna kwamen ze meteen met allemaal dingen over de brug waar wij al langer om vroegen, zoals een nieuw ophangsysteem voor doeken, en het verwijderen van reclameboarding om ruimte voor de doeken te maken. Toen wij onze voeten in het gras zetten, kon dat opeens wel.
Dodo: We hebben toen wel voet bij stuk gehouden door de eerstvolgende wedstrijd te boycotten. Daarna zijn de gesprekken verder gevoerd, kwamen we eruit en zeiden we: “Wij zijn er weer.” Het bestuur besefte snel dat de club niks is zonder sfeer.

Dodo, Kim en Thom in het Polman Stadion.

Was dat jouw eerste stadionverbod Kim?
Kim: Nee, ik heb er al vier gehad. Drie ervan vind ik onterecht, die waren voor kleine lullige dingetjes. Maar die laatste met die vlag, daar kan ik inkomen. Dat was duw- en trekwerk.
Thom: Ik heb er nog nooit een gehad, en iedereen hier zegt dat dat een klein wonder is. De voorzitter van Tifosi BiancoNero zegt altijd aan het begin van het seizoen wie als eerste een stadionverbod gaat krijgen. Ik sta al jaren op nummer 1, maar ik heb er nog nooit een gekregen.
Dodo: Ik alleen voorwaardelijk twee jaar.

Dit is trouwens de eerste keer dat er een vrouw zit bij deze interviewserie. Zitten er meer vrouwen bij de Tifosi BiancoNero?
Kim: Mijn moeder regelt veel achter de schermen. Wij zijn de enige twee vrouwen nu binnen de Tifo. We hebben wel meerdere vrouwen in de groep gehad. De BTE was erop tegen, gewoon anti-vrouw. Dat begreep ik ook wel. Ik was volgens mij de eerste vrouw binnen de Tifo en ben nooit meer weggegaan. Het loopt gewoon goed.

Waarom begreep je het wel dat de BTE geen vrouwen toestond?
Kim: Het is een mannenwereld. Ik werk zelf bij Defensie, en ben niet anders gewend dan met mannen te werken en om te gaan. Dus ik denk dat mijn omgang met mannen al anders is dan voor de meeste vrouwen. Kijk, ik ben ook een kind van de club, ik heb in de buurt leren lopen. Ik ben meer one of the guys. Ik denk dat ik een bijzondere positie heb.

Het shirt van Thom.

In 2016 kwalificeerde Heracles zich voor het eerst voor Europees voetbal. Hoe beleefden jullie die wedstrijd?
Kim: Dat was echt gekkenhuis bij Utrecht uit. Het was ongelofelijk, als klein clubje.
Thom: Op de terugweg is de spelersbus nog stilgezet op de snelweg, met allemaal fakkels eromheen.
Dodo: Daarna zijn we naar het stadion gegaan. Het home en het stadion werden opengegooid, daar hebben we een groot feest gebouwd. Het regende en iedereen stond op het veld, prachtig. Je hoopt het in je stoutste dromen en dan gebeurt het ook gewoon.
Kim: De mensen met stadionverboden waren hier toen ook. Dat mag eigenlijk niet, maar daar hebben ze toen niet moeilijk over gedaan. Het was echt als vanouds gemoedelijk.

Een paar maanden later was het zover, Arouca-uit. Ik herinner me nog een hele hoop ophef over een bus die een berg niet opkwam.
Dodo: Ach, schei uit met die berg.
Thom: Ik zat zelf niet in die bus, maar andere jongens van onze groep wel. Op de een of andere manier zat er een journalist van Tubantia in die bus. Dat wijf liep op Twitter elke drie seconden wat te posten over hoe het ging in die bus. Er heeft vast iemand gehuild, maar van wat wij hoorden viel het best mee. De bus kwam gewoon lastig de berg op, waardoor wat mensen gingen lopen. Maar dat werd aangedikt. Zeker bij Tubantia, wat wij een rode krant vinden.
Dodo: Ze hebben dat paard in hun logo, wat denk je dan?
Thom: Op onze Facebook hebben we ook niemand geblokt, behalve politie-agenten en journalisten van Tubantia.

Oké, goed, vergeet die bus. Hoe was die trip naar Arouca voor jullie?
Kim: Ik kon er niet bij zijn, ik had toen dat stadionverbod voor die vlag.
Dodo: Ik heb toen de grootste fout uit mijn leven gemaakt. Ik ging op vakantie met mijn toenmalige vriendin. Daardoor heb ik de eerste Europese uitwedstrijd van Heracles gemist. Dat vergeef ik mezelf nooit meer.
Thom: De wedstrijd was kut, maar verder was het voor veel Heraclieden de mooiste dag van hun leven. Iedereen zat in hotels in Porto, omdat in het kleine Arouca bijna geen hotels te boeken zijn. Vanuit Porto reden bussen naar Arouca, wat een klein bergstadje is. Daar kwam in een keer 900 man van Heracles. Dat hadden ze nog nooit gezien, ze schrokken zich dood. Het werd helaas 0-0 bij Arouca, na de 1-1 thuis, dus we lagen eruit. Maar we kunnen wel zeggen dat we ongeslagen zijn in Europa.

Ik zag op jullie Insta een foto van een jongetje dat zijn middelvingers opstak naar uitsupporters. Wie is dat?
Kim: Haha, dat is Stijn.
Thom: Een van onze jongens is wat ouder, begin dertig. Die heeft een zoontje die hij af en toe meeneemt naar de voetbal. Een geweldig baldadig jong.
Dodo: Prachtig, dat is de volgende generatie.

Dit is een verhaal uit De Twaalfde Man , de serie van VICE Sports over fanatieke supportersgroepen in Nederland. Zie hier alle verhalen uit deze serie.

Je kunt je hier aanmelden voor onze nieuwsbrief om wekelijks het beste van VICE Sports Nederland in jouw mailbox te krijgen.