Proshots

Dit is het leven van Daniëlle van de Donk als Oranje Leeuwin in Londen

“Mijn vader vliegt het liefst elke wedstrijd over vanuit Eindhoven om erbij te zijn.”

|
01 augustus 2018, 9:50am

Proshots

In deze serie laat VICE Sports Nederlandse atleten aan het woord die naar het buitenland zijn vertrokken voor hun sport. Van een sumoworstelaar die naar Japan vertrok, tot een wielrenner die de Ronde van Congo won: alles komt langs.

Dit keer is het woord aan Daniëlle van de Donk, international voor de Oranje Leeuwinnen. De 26-jarige middenvelder speelt sinds 2015 voor Arsenal in Londen. VICE Sports belde Van de Donk op tijdens een hersteldag na een wedstrijd, om erachter te komen hoe zij haar leven heeft ingericht in Engeland.


“Ik heb vandaag een recovery day. Dan verzamelen we om één uur ‘s middags op de club met de selectie, lunchen we en gaan we daarna de gym in. Daarna gaan we nog eventjes het veld op en het zwembad in. Dan mag ik weer naar huis, en ga ik lekker mijn eten koken. Vanavond doe ik dat toevallig met wat teamgenootjes. Iedereen brengt dan zijn favoriete eten mee, dat we buiten lekker met zijn allen opeten.

We komen vaak bij elkaar als team. Bijna iedereen in de selectie komt uit het buitenland, op vier Engelsen na. De meesten hebben hier in de buurt dus verder weinig vrienden of familie zitten. Dan is het altijd goed dat je wat kunt doen met je teamgenoten. We gooien het vaak in de groepsapp als we wat willen doen. Er zijn er altijd wel een paar die naar een spelletjeshal, de bioscoop, bowlingbaan of Londen in willen gaan. Die spelletjeshal is trouwens echt geweldig. Ik win altijd.

Als we Londen in gaan, willen we altijd iets nieuws ontdekken. De populaire stukken hebben we na drie jaar wel gezien. We lopen de zijstraatjes in en stappen elke keer bij andere metrohaltes uit. Er zitten overal wel leuke pubs en restaurantjes. In Shoreditch heb je bijvoorbeeld een pingpongcafé, Bounce. Dat is echt supervet. Daar kan je midden in de bar een pingpongtafel huren. Er staat muziek aan, en mensen komen je de hele tijd drinken brengen.

Zo komen we eigenlijk overal wel een beetje binnenrollen. Een keer liep ik met Sari van Veenendaal en Dominique Janssen bij een kruispunt met een supergrote rotonde, waar een gebouw met een heel groot bord op stond, met de tekst “Entrance here”. Wij dachten: wat kan je daar nou hebben? Dus wij liepen daar naar binnen. Bleek midden op de rotonde gewoon een super gezellige bar te zitten. Dat is ook wel de cultuur hier, alles in Engeland heeft met drinken te maken, zelfs een rotonde. Ik kom uit Brabant, dus dat bier vind ik niet vies. Maar ik kan niet altijd drinken als profvoetballer, dus wij staan vaak met een ranja in de pub. Dat moet dan maar.

Mijn vader komt het liefst elke wedstrijd over. Hij kan vanaf Eindhoven naar Stansted vliegen met Ryan Air. Dat kost niks, dus dat wil ik ook nog wel graag betalen. Ik vind het altijd superfijn als hij langs de lijn staat bij mijn wedstrijden. Meestal is hij heel rustig. Soms loop ik veel te veel, dan kom ik te veel op links of rechts uit. Dan roept hij “midden”. Of hij zegt “tempo” als ik in mijn acties de snelheid hoger moet houden. Dan doe ik dat en helpt dat me ook echt.

Maar ik heb natuurlijk ook weleens wedstrijden dat ik zeg: “Hou je bek joh”. Dan zit ik er helemaal niet in en gaat hij ook nog eens dat soort dingen roepen. Dan roep ik wat terug, maar dat kan hij gelukkig allemaal wel hebben. Ik zie hem dan gewoon lachen. Elke wedstrijd roept hij ook wel een keer met een hele zware stem: “Door de benen!” Hij was zelf een technische zaalvoetballer, dus hij speelde altijd iedereen door de benen. Dus als ik dat ook doe, vindt hij dat helemaal geweldig. Vaak ben ik helemaal niet in de positie om dat te doen, maar dan roept hij het alsnog. “Door de benen!”

Ik ben deze dagen ook hard op zoek naar een nieuw appartement. Arsenal heeft rondom Londen een paar grote huizen, waar de buitenlandse speelsters in kunnen wonen. Afgelopen jaar had ik het geluk dat twee mensen uit een huis weggingen en daar niemand bij werd gestopt, waardoor ik een heel groot huis had met één teamgenootje, Anna Moorhouse. Zij is nu naar West Ham United vertrokken, waardoor ik in mijn eentje over ben en een nieuw appartementje moet vinden.

Dat grote huis zat in Shenley, bij het trainingscomplex. Shenley is echt supersaai, omdat je altijd een stukje moet rijden als je wat wil doen. Ik wil nu in St. Albans gaan wonen, een stadje vlak boven Londen. Arsenal betaalt het appartement, daar heb ik een budget voor gekregen van de club. De huurprijzen zijn hier soms belachelijk hoog, maar als ik zeg dat het een huisje van Arsenal wordt, vinden verhuurders dat vaak hartstikke interessant. Het komt dus vast goed.

Ik volg hier in Engeland de studie Sportmanagement & Marketing aan de Johan Cruyff Academy. Afgelopen seizoen heb ik voor mijn studie vanuit hier een minor aan de Hogeschool van Amsterdam gevolgd. Dan moest ik elke keer Facetimen met de begeleider, die gelukkig heel flexibel met me meedacht. Mijn werkgroepje had ook een groepsapp aangemaakt, zodat ik mee kon praten. Mijn groepje ging dan naar de lessen toe en een iemand hield mij telkens op de hoogte van alles.

We moesten bijvoorbeeld een analyse maken van een systeem waarmee Nederlandse amateurclubs hun wedstrijden opnieuw kunnen bekijken. Daarnaast had ik nog individuele opdrachten, waarbij ik mee moest kijken bij vergaderingen van Nederlandse voetbalclubs. Dat ging niet zo makkelijk vanuit Engeland, maar gelukkig had ik vanuit de praktijk wat ervaringen, van toen ik nog in Nederland speelde bij Willem II, VVV en PSV. Ik heb alles van die minor uiteindelijk ook netjes gehaald.

Ik vind het heel fijn dat ik door mijn studie regelmatig mijn gedachten van het voetbal kan verzetten. Dat had ik vroeger nooit. Toen dacht ik juist: ik moet mijn gedachten puur op het voetbal hebben, anders gaat het niet goed. Maar als ik mijn gedachten nu soms even kan verzetten met zo’n studieopdracht, zodat ik even wat minder aan het nadenken ben over het voetballen, dan levert dat me minder stress op in mijn leven. Dat komt omdat ik ouder ben, denk ik.

Ik had eigenlijk eerder naar het buitenland moeten gaan. Ik heb vroeger heel veel stappen gemaakt die veilig voelden. Als ik eerder uit die comfortzone was gegaan, had dat mij geholpen in mijn persoonlijke ontwikkeling, het volwassen worden. Ik merk dat ik dat als heel erg prettig heb ervaren sinds ik naar het buitenland ben gegaan. Al liep niet alles toen meteen op rolletjes.

Toen ik in 2015 wegging bij PSV, ging ik eerst naar Zweden om voor Göteborg FC te spelen. Ik wist meteen: dit ligt mij niet. Ik vond het heel veel reizen. Soms vlogen we en moesten we dezelfde dag voetballen. We speelden ook veel op kunstgras, daarvan krijg ik gewoon last van mijn lichaam. Bij Arsenal zit ik nu met Louise Quinn in het team. Zij speelde jarenlang in Zweden. Zij ging laatst helemaal stuk. “Ik begrijp gewoon niet dat je hier zo goed bent, terwijl je in Zweden zo slecht was,” zei ze lachend. Dat was bot, maar ze had wel gelijk. Ik was niet goed hoor in Zweden, poeh.

De competitie in Engeland vind ik heel professioneel, echt een wereld van verschil. Dit is in mijn ogen de sterkste competitie in het vrouwenvoetbal, dus ik ben nog niet uitgekeken op Engeland. Maar Amerika heeft me ook altijd wel getrokken. Wie weet dat ik daar nog een keertje heen ga aan het einde van mijn carrière. Ik zie het wel. Ik heb deze zomer voor een jaar bijgetekend bij Arsenal, daarna komt het WK. Daarna kijk ik wel wat dat brengt.”

Dit is een monoloog uit de serie VICE Sports Avonturiers. Zie hier alle verhalen uit deze serie.