Foto's: Proshots

Hoe dweilorkest Kleintje Pils het gezicht van Thialf werd en Poetin kleineerde

“We voelen goed aan wat mensen willen bij het schaatsen: een gladiatorensfeer.”

|
feb. 9 2018, 10:09am

Foto's: Proshots

Sommige stadions zijn voor altijd verbonden met een muzikant. De Kuip heeft Lee Towers en het Philips Stadion heeft Guus Meeuwis. IJsstadion Thialf in Heerenveen heeft dweilorkest Kleintje Pils. Dik dertig jaar maakt het orkest muziek in de schaatstempel van Friesland. La-la-la-liedjes die iedereen kan meezingen, zeker met een paar liter bier achter de kiezen, maar waarvan bijna niemand de naam kent.

Kleintje Pils speelde in meer dan veertig landen, kreeg twee duimen omhoog van de paus, trad op bij Elfstedentochten en was bij meer topschaatswedstrijden aanwezig dan Mart Smeets Noorse truien in zijn kast heeft hangen. Onder anderen Ruud Gullit, koning Willem-Alexander en meervoudig wereld- en Olympisch kampioen Shani Davis houden van de band. Laatstgenoemde hing op de afterparty van het WK in Moskou zelfs een toeter van Kleintje Pils om zijn nek.

Momenteel richt de zeventien man sterke formatie zich op de aankomende Winterspelen in Zuid-Korea. VICE Sports zocht bandleider Ruud Bakker op in theater ’t Onderdak in Sassenheim, waar Kleintje Pils wekelijks repeteert. We spraken hem over oranjecultuur, je instrument ontdooien met likeur en opkomen voor homorechten in Rusland.

VICE Sports: Ha Ruud, ik dacht eigenlijk dat jullie uit Heerenveen kwamen.
Ruud Bakker: Dat denkt bijna iedereen en dat imago houden we graag in stand. Onze Friese uitstraling doet het in elk schaatsstadion ter wereld goed. Schaatsen zit in de vezels van Friesland. Maar Kleintje Pils komt uit de Bollenstreek. We begonnen in 1975 als dweilorkest voor carnaval. Toen in 1986 de Elfstedentocht werd gereden, gingen we daarheen. Beelden van ons gingen de wereld over. Opeens waren wij dé Nederlandse schaatscultuur. Zo ging het balletje rollen. We werden later aanvoerder van het legioen van Thialf, maar iedere keer rijden we daarvoor dus op en neer.

Waarom is Kleintje Pils al zo lang populair?
Kleintje Pils brengt het oranjegevoel over. Nederlanders houden daarvan. We voelen goed aan wat mensen willen: een gladiatorensfeer. Onze muziek staat nooit op blad. We improviseren altijd. Dat is het geheim. Het publiek zet iets in, wij pikken in. Of andersom. Als we van muziek switchen is een klein signaaltje genoeg om heel het orkest weer op dezelfde lijn te krijgen. Daarin zijn we door en door getraind.

De nummers waarop schaatspubliek altijd losgaat zijn onze versies van twee stukken van Giuseppe Verdi: Aida en het Slavenkoor. Die vervelen na tientallen jaren nog steeds niet. Supporters gaan dus los op muziek die oorspronkelijk komt van een operacomponist. Dat is eigenlijk raar, maar ook geweldig. Iedereen gaat staan, zingen, springen, zwaaien, er ontstaan waves. Het mooiste van alles is dat niemand weet hoe die nummers heten. Maar iedereen herkent ze direct.

Kleintje Pils in 2016 in actie in Berlijn. (Foto: Proshots)

Wat vindt Sven Kramer van jullie muziek?
De huidige generatie schaatsers, met name Sven, is compleet gefixeerd op presteren tijdens hun race. Daar is geen contact mee te maken. Ik weet het dus niet. Hoe anders was dat een aantal jaar terug. Claudia Pechstein, Barbara de Loor, Jochem Uytdehaage, Carl Verheijen. Met hen kon je echt lachen man, in de bus of in het vliegtuig onderweg naar wedstrijden. Zij zongen liedjes mee, maakten altijd een praatje. Of ze zwaaiden naar ons tijdens het inlopen. We staan altijd in dezelfde bocht. Die atleten hielden van de schaatscultuur.

De Amerikaanse allround-rijder Shani Davis is het mooiste voorbeeld. Je verwacht het misschien niet van hem, maar die man was helemaal idolaat van Kleintje Pils. In 2005 won hij de wereldtitel allround in Moskou. We speelden op de afterparty van dat toernooi. Tijdens één van de nummers pakt Shani opeens een twee meter grote sousafoon af van iemand van ons. Ik denk wat gebeurt hier? Hangt hij dat ding om zijn schouders en begint rond te lopen alsof hij meespeelt. Kon ‘ie natuurlijk helemaal niet, maar het was wel grappig. Shani ging helemaal uit zijn dak.

Zo heb je twee types sporters, denk ik. In onze eerste jaren deden we ook veel voetbalwedstrijden. Daar zag je dat heel goed. Terwijl Marco van Basten alleen maar met de wedstrijd bezig was, konden wij met Frank Rijkaard en Ruud Gullit een feestje bouwen.

Shani Davis met een sousafoon om zijn nek. (Foto via Kleintje Pils)

Waarom spelen jullie niet meer bij voetbal?
Nederland doet aan geen enkel toernooi mee. Nee, serieus: wij vinden dat je tijdens de wedstrijd zelf geen muziek moet gaan maken. Dan is het podium voor de sporters. Het schaatsen biedt, met alle dweilpauzes tussendoor, veel meer gelegenheid voor ons. Daarom zijn we in 2000 gestopt met optreden bij voetbalwedstrijden.

Een van de toernooien in het voetbal waar we wel heen zijn geweest, was het EK van 1996 in Engeland. Dat was echt het toppunt van de problemen rondom hooligans. Zeker in Groot-Brittannië. Wat ik nog goed weet is dat uitgerekend de Britten en de Schotten arm in arm aan het dansen waren in het stadion, op onze muziek. Mooi om mensen zo te verbinden.

Dat had je vast niet voor ogen toen je een carnavalsorkest begon.
Absoluut niet. We maken zoveel gekkigheid mee. Eind vorig jaar nog speelden we het volkslied van Vaticaanstad in Rome. We waren daar omdat ambassades ons wel eens uitnodigen om bij plechtigheden voor de oer-Hollandse sfeer te zorgen. We hadden heel veel geluk, want we mochten spelen op het Sint-Pietersplein. Stak de paus twee duimen omhoog naar ons.

Het Koninklijk echtpaar is ook fan. Achter de coulissen zijn dat echt heel gezellige mensen. We spreken ze vaak, ze houden enorm van sport. In 2002 speelden we op hun huwelijk. Later ook op de kroningsdag van Willem-Alexander. Ik heb gehoord dat ze in februari ook naar de Spelen in Zuid-Korea komen, dat wordt vast gezellig.

Kleintje Pils was ambassadeur van de Winterspelen 2010 in Vancouver. Hoe was die ervaring?
Echt super. We werden volledig in de watten gelegd. De organisatie had een gigantisch huis afgehuurd voor Kleintje Pils. We mochten twee dikke pick-ups rijden en kregen de benzinepasjes erbij. Dat geeft aanzien hè, in zo’n sportland. Hoe die Canadezen hun wintersporters aanmoedigen, wauw. Koningsdag in het kwadraat.

We mochten in Vancouver aanschuiven bij The Colbert Report. Steven Colbert, ik noem hem de Paul de Leeuw van Amerika, maakte live-uitzendingen vanuit het Olympisch dorp. Hij hoorde ons een keer Sweet Caroline spelen. Blijkbaar is dat het clublied van honkbalclub Boston Red Sox. Wisten wij veel. Dat vonden die Amerikanen en Canadezen wel interessant. Dus wij werden uitgenodigd. Eigenlijk konden we trouwens helemaal niet, onze week was helemaal volgepland met wedstrijden.

Maar het was toch wel een eer dat hij ons vroeg. We hebben daarom één dweilpauze, waarin we altijd spelen, overgeslagen. Het optreden dat we bij Colbert gaven, zond de NOS ook live uit. Wat dat is met Amerikanen weet ik overigens niet, maar ook Steven Colbert wilde even zelf op een toeter proberen te spelen.

Had je nog tijd om zelf te schaatsen?
Ik schaats nooit. Gek genoeg houden maar twee van onze leden daarvan.

Wat is de Elfstedentocht voor Kleintje Pils?
Daar ontstond onze band met de schaatssport. Het was in de winter van 1986. Het carnavalsseizoen zat er net op maar we hadden nog wel zin in een avontuur. Daarom gingen we op de bonnefooi naar de Elfstedentocht. We kenden niemand in Friesland en wisten er de weg niet. We wilden gewoon zo dichtbij de schaatsers komen als mogelijk. Eigenlijk waren we te laat vertrokken. Al snel bleek dat we geen van de elf steden nog in konden. We belandden bij de Bartlehiembrug, dat iconische plaatje dat je altijd ziet. We waren ons er totaal niet van bewust hoe bekend dat houten bruggetje was.

Het was ontzettend koud. De ventielen van onze instrumenten vroren constant vast. De eerste paar uur losten we dat op door alles om de zoveel tijd op te warmen op het dashboard van de auto van een NOS-verslaggever. Maar dat hield ook een keer op. Bleek dat het ook werkte om Berenburg-likeur door je trompet heen te spugen als antivries. Iedereen dronk dat die dag. Maar ja, dat spul is mierzoet. Dat ging ook weer plakken.

Ondertussen dreigde het in Bartlehiem helemaal uit de hand te lopen. Er was 16.000 man op de been. Als iedereen op het ijs zou staan, zou het overal breken. We kregen daarom de taak om mensen van het ijs af te houden. Dat lukte deels. Het leverde legendarische beelden op, die de hele wereld over gingen. Als dank kregen we een symbolisch eeuwig contract van de organisatie. Bij alle Elfstedentochten mogen wij bij het Bartlehiembruggetje muziek maken.

Stonden jullie er in 1997 weer?
Absoluut. Dat werd een nog groter gekkenhuis. Toen wisten mensen namelijk al wat ze konden verwachten met ons erbij. Iedereen stond dus op die plek. Ik hoop natuurlijk dat dat niet de laatste keer is geweest.

Een bezoek van Mark Rutte aan Kleintje Pils. (Foto via Kleintje Pils)

Bij de Spelen van 2014 in Sotsji speelden jullie als statement YMCA. Was dat spannend?
Heel erg. Ik stond te trillen op mijn benen. Paul de Leeuw vroeg dat jaar aan ons of we tijdens de Olympische Spelen in Rusland, ook toen een controversieel land, iets konden doen voor LHBT-rechten. Zoals ik zei is het verbinden van mensen belangrijk voor Kleintje Pils. Paul stelde voor om een lied Who the fuck is Poetin te maken. Leek ons niet zo slim. We wilden wel veilig terugvliegen. Bovendien was Rusland nog altijd ons gastland.

Een bijdrage leveren wilden we echter wel. Mensen stelden allerlei nummers voor om te spelen, maar YMCA zat toch al in ons repertoire. Die keuze was dus snel gemaakt. We zouden YMCA meteen als eerste nummer spelen. Dat was heel eng. Je kent de verhalen van Pussy Riot, de muzikanten die in Rusland opgesloten zaten.

Er ging niets mis. Nog altijd hebben we gelukkig nooit iets van kritiek ontvangen van Poetin of iemand uit die kringen. Wel kregen we heel veel sympathie vanuit de homoscene in heel de wereld. Dat moment werd zelfs het openingsitem van het journaal die dag.

Wat kunnen we van jullie verwachten op de aankomende Spelen?
Sinds 1994 zijn we er tijdens de Olympische Winterspelen altijd bij geweest. Toch voelt het nooit vanzelfsprekend dat we worden uitgenodigd. Daarom proberen we ons repertoire altijd aan te vullen. Nu natuurlijk met Zuid-Koreaanse muziek. Gangnam Style bijvoorbeeld. We proberen ook om het volkslied te leren, maar dat is muzikaal heel moeilijk.

We weten hoe je een stadion laat feesten, maar routinewerk wordt het nooit. Elke keer dat zo’n menigte meezingt met je muziek is kippenvel. Het geeft een adrenalineboost. Zeker op zo’n groot toernooi. Dat zijn de mooiste momenten van je leven. Zuid-Korea wordt een nieuw hoogtepunt, dat weet ik zeker.


Mis niets! Like VICE Sports Nederland voor je dagelijkse dosis ijzersterke sportverhalen.