Sam van Raalte

De rauwe wereld van kickbokser Mootje Piraat

“Andere gevangenen probeerden mijn eten af te pakken, of pakten mijn schoenen uit mijn cel."

door Sam van Raalte; foto's door Sam van Raalte
|
okt. 30 2018, 12:34pm

Sam van Raalte

Mootje Piraat ploft neer op de bank in de woonkamer van zijn flat. De kickbokser heeft er net een ochtendtraining op zitten. Hij draagt een trainingsbroek, sneakers en een jasje van Clan de Banlieue. Zijn gekrulde haar staat recht overeind, als een kroon op zijn hoofd. “Dit is nou Overdie,” zegt hij. “Ken je de wijk een beetje?”

Ik ben hier vandaag om met Mootje te praten over zijn jeugd en leven in de Alkmaarse wijk Overdie. Hij woont hier met zijn moeder, broertje en twee halfzusjes in een sociale huurwoning. Mootje, die eigenlijk Mahamed Ahmed heet, wordt gezien als een groot kickbokstalent. Als B-klasser vocht hij al een paar partijen voor Enfusion. Hij is hard bezig naam te maken voor zichzelf.

Mootje op de bank.

Mootje heeft een harde jeugd achter de rug. Zijn moeder Khadija nam hem en zijn broertje als baby’s mee vanuit Somalië naar Nederland. Zijn vader bleef achter in Somalië, om het gezin later achterna te reizen. Maar zover kwam het niet. “Mijn vader is doodgeschoten in Somalië toen ik één jaar was,” vertelt Mootje. “Volgens mijn moeder heb ik hem wel een keer gezien, maar ik weet er niks meer van.”

De echte reden voor zijn vaders dood heeft Mootje nooit achterhaald. “Mijn moeder zegt dat het door de oorlog kwam. Een zusje van mijn vader zei juist dat hij in de criminaliteit was beland. Ik weet het niet.” In Nederland kreeg Khadija later twee dochters van een nieuwe man. Mootje heeft hem echter nooit gezien als vervanger van zijn biologische vader. “Mijn moeder is mijn vader en moeder tegelijk geweest.”

Mootje in zijn slaapkamer.

Mootje woonde eerst met zijn moeder en broertje in Bergen, een dorp vlakbij Alkmaar. “Het was niet onze buurt,” vertelt hij. “Er wonen veel Nederlandse mensen en wij zijn best donker, zeg maar. Ik was ook een probleemjongen.” Volgens Mootje was het verschil in welvaart een van de redenen dat hij ontspoorde. “De meeste mama’s en papa’s daar in Bergen hebben heel veel centjes. De kinderen om me heen kregen wat ze wilden. Ik niet. Ik ging daarom klooien.”

Mootje begon als kleuter dingen te jatten. Als hij een fiets op straat zag die hij mooi vond, nam hij die mee naar huis. “Ik was gewoon heel irritant, omdat ik nooit kreeg wat ik wou hebben. Af en toe moet je een tik achter je oren krijgen, of zien hoe iemand werkt. Ik heb vroeger nooit een voorbeeld gehad.” Op een gegeven moment was de maat vol voor de moeder van Mootje, en besloot ze het gezin van Bergen te verhuizen naar Overdie, waar ze een paar mensen kende.

In het trappenhuis.

Sindsdien woont Mootje in Overdie. Hij is trots op de wijk en wil die graag laten zien. We lopen de flat uit en stappen in de glimmende Golf die hij van een sponsor leent. Onderweg vertelt Mootje hoe hij begon met kickboksen. Een maatje nam hem als puber voor het eerst mee naar No Limit, de Alkmaarse de sportschool waar kickbokser L’Houcine Ouzgni traint, ook wel bekend als ‘Aussie’. “Ik ben er toen heen gegaan en stond vooral een beetje met die handschoenen te kloten,” herinnert Mootje zich.

Aussie haalde Mootje daarna vaak van straat, als hij op de pleintjes aan het hangen was. “Dan kwam Aussie langs en zei hij: kom trainen. Daarna hingen we tot een uur of elf in de sportschool, in plaats van buiten. Dat werd een routine.” Tot een maand geleden trainde Mootje bij het team van Aussie. Daarna maakte hij de overstap naar sportschool M-Sports. “Kijk, Aussie is een hele goede trainer,” legt hij uit. “Maar de mensen eromheen vond ik niks meer. Ik wilde next level. Bij M-sports lopen meerdere A-klassers, bij Aussie toen niet.”

Marino achter de bar.

We rijden langs No Limit, waar Team Aussie traint, maar we gaan er niet naar binnen. Het is Mootje niet in dank afgenomen dat hij is weggegaan bij de sportschool, dus we rijden door naar zijn nieuwe gym. M-sports is klein en schoon, met twee rijen bokszakken en een ring. Achter de bar zit Marino Schouten, de nieuwe trainer van Mootje. Gewichten staan hier nauwelijks. “Ik zeg altijd: van ijzer word je niet wijzer,” legt Marino uit. “Bodybuilders slaan nog geen deuk in een vers kadetje.”

Marino is slank, heeft een scherpe kop en praat razendsnel. Het is de bedoeling dat hij als trainer de kleine foutjes uit het kickboksen van Mootje haalt. “Mootje beweegt heel veel in de ring, maar doet heel weinig,” legt de trainer uit. “Dat kunnen we nog verbeteren. Als hij straks A-klasser wordt, moet het strak zijn.” De twee trainen ook op knock-outs, om de stijl van Mootje uit te breiden. “Een knock-out kun je nog niet van Mootje verwachten, omdat hij licht is. Dat komt nog wel. Het zit in de timing.”

Marino en Mootje.

Binnen een jaar of twee hoopt Mootje de stap van de B-klasse naar de A-klasse te zetten. Toch heeft hij al een paar partijen bij Enfusion mogen vechten. “Weet je wat het is? Je moet verkopen. Ik heb het geluk dat ik tafels kan verkopen, anders had ik geen moer gehad. Mensen vinden het leuk om mij te zien vechten, omdat ik spectaculair vecht. Ik ben licht, snel, en heb opvallend haar dat heen en weer gaat.”

Ik vraag Marino welke vechters hij interessant vindt in de gewichtsklasse van Mootje. “Al sla je me dood,” antwoordt hij. “Ik analyseer tegenstanders nooit. Dan sta je al 1-0 achter.” De overgang van Mootje naar zijn sportschool is volgens Marino netjes gegaan. Maar op gala’s laat hij hem de komende tijd liever niet vechten tegen kickboksers van Team Aussie. “Als Mootje er eentje in elkaar slaat in de ring, kan dat op straat gezeik opleveren. Daar heb ik geen zin in.”

Mootje bellend in de auto.

Mootje stelt voor om naar het pleintje te gaan waar hij nog altijd veel tijd doorbrengt met zijn vrienden. Onderweg vertelt hij hoe hij zijn Instagram heeft uitgebouwd. Voor een beginnende kickbokser heeft hij al aardig wat volgers. “Ik heb een deel zelf opgebouwd, en het is me verder ook gegund,” vertelt hij. “Boef gooit af en toe een promotie voor mij op Insta. Hij is een jongen uit Alkmaar. We leerden elkaar kennen op een feestje, toen hij nog niet zo bekend was, en hebben een beetje contact gehouden.”

Ook rapper Piraat, die een neef is van Mootje, heeft hem vaak gepromoot op Instagram. “Dat is gewoon mijn bloedneef. Hij kwam vroeger vaak bij me eten, maar de laatste tijd spreken we elkaar wat minder, omdat hij druk met rap bezig is en ik met kickboksen. Maar als ik opkom, doe ik een Piraat-vest aan. Ik represent dat we allebei uit Alkmaar komen.”

Mootje op het pleintje.

Het pleintje ligt er rustig bij als Mootje de auto parkeert. Op het lege trapveldje groeit wat onkruid door het beton. Rondom het veld staan een paar apparaten om op te fitnessen. Een paar betonblokken zijn in rozetinten gespoten, met vlinders en bloemen erop. Terwijl we het pleintje op lopen, herinnert Mootje zich dat hij hier vroeger vaak tikken heeft gehad. “Dit was vroeger echt een probleemwijk. Oudere jongens gaven me af en toe gewoon klappen. Het was gewoon klote.”

Mootje heeft in Alkmaar op drie middelbare scholen gezeten: het Petrus Canisius College, De Viaan en het Horizon College. “Ik werd weggestuurd omdat ik niks deed. Ik zeg je eerlijk: ik was een irritante jongen.” Aussie gaf hem soms wat centen, zodat hij iets had, maar dat vond Mootje niet genoeg. “Mijn vrienden en ik hebben hele foute dingen gedaan om geld te verdienen. Dealen doe je wel, tuurlijk, dat doet iedereen op straat. Terwijl ik buiten geld aan het verdienen was, zei ik tegen mijn moeder dat ik bij de Albert Heijn werkte.”

Mootje voor zijn flat.

Mootje vertelt dat hij op zijn zeventiende begon aan een serie woningovervallen met een goede vriend, die op dit moment nog vastzit voor een ander delict. Het duurde niet lang voor ze tegen de lamp liepen. Mootje hing op het pleintje toen hij opeens werd opgepakt. “De politie heeft mijn hele huis doorzocht. Mijn moeder was helemaal kapot. Mijn broertje moest huilen.” Zelf werd hij in de isoleercel gegooid. Daar zat hij vier dagen, voordat hij zijn moeder mocht bellen.

In eerste instantie probeerde Mootje alles nog tegen haar te ontkennen. Maar de politie had alles natuurlijk al verteld. “Ik weet het nog als de dag van gisteren. Alles kwam uit. Ze ging kapot. Toen pas ben ik wakker geworden.” Mootje werd naar Teylingereind gebracht, een jeugdgevangenis in Sassenheim. “Ik was magerder dan nu. Andere gevangenen probeerden mijn eten af te pakken, of pakten mijn schoenen uit mijn cel. Ik ging weer knokken, pap pap, en zat zo weer in de isoleercel.”

Mootje op zijn balkon.

Na anderhalve maand in de jeugdgevangenis kwam Mootje vrij, onder meer vanwege zijn prille carrière als vechtsporter. Eenmaal thuis mocht hij ‘s middags twee uur trainen in de sportschool, verder had hij huisarrest met een avondklok. “De avondklok vond ik het ergste. Ik zag dit huis de hele tijd, ik werd helemaal gek.” Dit duurde een half jaar. Oudere jongens uit de wijk kwamen langs en vertelden Mootje dat hij met zijn vechtsporttalent meer kon, als hij geduld zou hebben.

Een paar van hen zijn Mootje gaan sponsoren, zodat hij zich sindsdien volledig op kickboksen kan focussen. Zo kwam hij aan wat geld, kleren en de huurauto. Omdat Mootje nog bij zijn moeder en stiefvader woont, heeft hij verder weinig kosten. Inmiddels heeft hij met zijn vechtsportcarrière ook wat naam gemaakt in de wijk. “Ik wil nu een voorbeeld zijn voor mijn broertje en zusjes. Jongens in de buurt kijken ook naar me op, en ik wil niet dat ze horen dat ik weer vastzit. Dat kan ik niet maken.”

Mootje vertelt.

Dan komen drie vrienden van Mootje het plein op lopen. Ze stellen zich voor als Owen, Abdullah en Hamza, maar willen niet op de foto. Ook zij sponsoren Mootje maandelijks met wat centen. “We kennen Mootje al van toen hij een snotneus was,” zegt Owen. “Het is belangrijk dat mensen achter je staan en je pushen. Als je niemand hebt, kan je snel terugvallen. Zeker in een achterstandswijk. Je wordt makkelijker meegetrokken als je niks hebt. De hele buurt houdt van hem. Nu is het zijn beurt om die kleintjes mee te nemen.”

De jongens vertellen dat ze Mootje tegenwoordig wegsturen als ze hem op het pleintje zien hangen. “Tuurlijk is het af en toe niet leuk voor hem, maar later gaat hij ons bedanken,” vertelt Abdullah. “We hoeven niks terug voor onze steun, alleen liefde en respect. Ik hoop dat Mootje financieel onafhankelijk wordt met zijn sport. Dat ik een keer thuis op de bank lig, de tv aanzet, hem zie en denk: oké, dat is mijn jongen. Die heeft het gemaakt.”

Mootje laadt boodschappen uit.

Mootje wil nog even langs zijn huis rijden, omdat zijn moeder inmiddels thuis is gekomen. We zeggen de jongens van het pleintje gedag en rijden richting de flat. “Ik zeg je eerlijk, het is heel moeilijk om geduld te houden tot ik mijn eigen geld verdien,” zegt Mootje. “Je wil toch dikke dingen hebben. Je ziet altijd die voetballers in dikke dingen rijden. Maar wie weet word ik op een gegeven moment op een toppartij gezet, met een topbedrag.”

“Voor Redouan Laarkoubi heb ik heel veel respect,” vervolgt hij. “Laarkoubi heeft een tweeling, werkt in de ochtend bij de tram en vecht tegen jongens die dat allemaal niet hoeven.” Ik vraag Mootje waarom hij zelf dan niet werkt naast het trainen, waarop hij zegt dat hij soms personal training geeft. “Verder hoeft het ook gewoon niet nu. Mijn sponsoren gooien vaak acht of negen tientjes in de auto als ik die meekrijg. Ze willen dat ik mijn eigen geld opspaar.”

Mootje met zijn moeder en halfzusjes.

Als we aankomen bij de flat, staat de kinderwagen van Mootjes moeder in het trapgat. De kickbokser pakt er wat boodschappen uit en neemt die mee naar boven. Khadija heeft een dochtertje in haar armen als we het huis in lopen, terwijl het andere halfzusje van Mootje me met grote ogen aankijkt. Wat komt die vreemdeling hier doen? Mootje stelt voor om een paar foto’s met elkaar te maken. “Stuur je mij de foto’s ook op?”, vraagt Khadija.

Ik vraag Khadija wat ze vindt van de vechtsportcarrière van haar zoon. Ze vertelt dat ze de uitslagen van zijn gevechten volgt, maar niet naar de gala’s komt kijken. “Ik vind het moeilijk om mijn kind iemand te zien slaan, of geslagen te zien worden. In de toekomst ga ik misschien mee, als er een echt groot gala is. Maar ik wil eigenlijk echt niet mee.” Dan vraagt ze Mootje waar zijn volgende gala is, waarop de twee het kort met elkaar bespreken.

“Ik heb het gevoel dat het de goede kant op gaat met Mootje,” zegt ze even later. “Hij is populair geworden in de wijk. Zelf word ik nu altijd ‘Mootjes moeder’ genoemd.” Maar Khadija houdt een slag om de arm. “Ik ben trots op hem als hij echt verdergaat. Als hij echt professioneel wordt en de goede kant op gaat, niet de slechte kant.”

Mootje zegt gedag.


Je kunt je hier aanmelden voor onze nieuwsbrief om wekelijks het beste van VICE Sports Nederland in jouw mailbox te krijgen.