Foto's via social media Real Murcia/Michel Doodeman.

Hoe ik als student mede-eigenaar werd van Real Murcia

Soms moet je gewoon je corazón volgen.

|
31 januari 2019, 2:36pm

Foto's via social media Real Murcia/Michel Doodeman.

Als de scheidsrechter op zijn fluitje blaast om het einde van UD Melilla - Real Murcia te bezegelen, een wedstrijd in de Spaanse derde divisie, zit ik in Amsterdam juichend achter m’n laptop. ‘Mijn’ Real heeft namelijk de koploper verslagen. Of ‘ons’ Real kan ik misschien beter zeggen, aangezien ik niet de enige zal zijn die op deze zaterdagmiddag vrijwillig naar een haperende, Spaanse stream zit te kijken en de overwinning viert: samen met meer dan 20.000 andere mensen op de wereld ben ik sinds kort mede-eigenaar van Real Murcia.

Real Murcia is niet zomaar een kleine derdedivisionist. Los Pimentoneros (vrij vertaald: ‘de paprikamannen’, sommige dingen moet je eigenlijk ook niet willen vertalen) speelden in totaal 18 seizoenen op het hoogste niveau van Spanje, en hebben een prachtig stadion waar ruim 31.000 mensen in passen, genaamd het Nueva Condomina (nogmaals: sommige dingen moet je niet willen vertalen). Ook heeft de club een trouwe achterban en een ware rivaal in de vorm van stadgenoot UCAM Murcia. Vanbuiten lijkt het dus een club met grote mogelijkheden. Maar vanbinnen rommelt het al jaren.

In 2014 eindigde Real Murcia keurig als vierde in de tweede divisie van Spanje, maar door financiële problemen werd de club teruggezet naar de Segunda División B, het derde niveau. Supporters gingen de straat op om te protesteren, maar het mocht niet baten. In 2018 werd bekend dat de schuld van Real Murcia was opgelopen tot 53,2 miljoen euro. De financiële puinhoop was zo enorm dat het leek alsof de club gerund werd door Peter-Jan Rens en de organisatoren van het Fyre Festival.

Het Nueva Condomina (Via Wikimedia)
Het Nueva Condomina (Via Wikimedia).

De Britse journalist Sid Lowe schetste eind vorig jaar helder wat zo’n geldtekort met een club kan doen. Veel ballen waren kapot, maar omdat er geen poen was om ze te kunnen vervangen moesten supporters geld inzamelen. Ook gebeurde het regelmatig dat spelers op de club geen gebruik konden maken van water en elektriciteit, omdat de rekeningen niet op tijd waren betaald. Een aanvaller van Real Murcia werd zelfs door de politie van zijn bed gelicht omdat de huur van zijn appartement niet was betaald door de club.

Vorig jaar oktober besloten de supporters en spelers, die net als de medewerkers al maanden hun salaris niet hadden gekregen, te protesteren tegen voorzitter Victor Gálvez. In de wedstrijd tegen CF Talavera stonden de voetballers van Murcia de eerste dertig seconden na de aftrap volledig stil, terwijl hun tegenstanders enigszins twijfelend de bal rondspeelden. Dat de voorzitter – die op social media pronkte met zijn Lamborghini, terwijl zijn personeel niet eens warm kon douchen – niet héél populair was, behoeft waarschijnlijk geen uitleg.

Uiteindelijk vertrok Gálvez en werd hij vervangen door een paar locals die beloofden om meer samen te werken met de supporters. Er werden manieren bedacht om geld in te zamelen, en een daarvan wist wereldwijd de aandacht te trekken: de club ging aandelen verkopen. Vanaf slechts €1,22 (tien aandelen) kon iedereen ter wereld zich een oliesjeik voelen en geld pompen in de noodlijdende club, zonder meteen zijn of haar volledige bankrekening om te hoeven kieperen.

De reddingsactie begon nog in de betrekkelijke anonimiteit, maar niet veel later schreven onder meer The Sun en La Gazzetta dello Sport erover. Mede dankzij de internationale aandacht investeerden zelfs AS Roma en Spaans international Pepe Reina in de club.

Ook de spelers zetten zich in voor de reddingsactie van de supporters (Via Facebook)
Ook de spelers zetten zich in voor de reddingsactie van de supporters (Via Facebook).

Nadat ik hoorde over deze reddingsactie, werd ik zelf ook enthousiast, en kocht ik in een opwelling meteen aandelen. Ik wist toen nog vrijwel niets over de club en betwijfelde of de aandelen ooit in waarde zouden stijgen, maar het ging om het gebaar. Ik besloot om Real Murcia te zien als een vakantieliefde: je begrijpt haar nauwelijks en het levert weinig op, maar soms moet je gewoon je corazón volgen. Net zoals Enrique Iglesias dat doet in ongeveer elk nummer dat hij ooit heeft gemaakt.

Toen de stofwolken eenmaal waren opgetrokken, bleek ik lang niet de enige te zijn die zich had laten verleiden door de Spaanse club. Bijna 21.000 mensen hebben inmiddels aandelen gekocht, wat ruim 700.000 euro heeft opgeleverd. En samen met al die aandeelhouders ben ik nu dus eigenaar van Real Murcia. Wat een leuk feitje is voor op feesten en partijen, maar helaas ook weer niet betekent dat ik de trainer kan ontslaan of jonge talentjes kan kopen.

Op het moment dat ik aandeelhouder werd, stond Real Murcia er vrij dramatisch voor. Los Pimentoneros hadden al vier wedstrijden op rij niet gewonnen, en de eerstvolgende wedstrijd was de stadsderby tegen rivaal UCAM Murcia, de club waar ik ineens een gezonde hekel aan hoorde te hebben. Ik nam me voor om de derby live te kijken, maar had er helaas geen rekening mee gehouden dat livestreams van de Spaanse derde divisie vrij lastig te vinden zijn. Na een lange en onsuccesvolle dwaaltocht langs obscure Russische streamingsites zag ik dat Real Murcia de wedstrijd met 2-1 had verloren.

Real Murcia volgen via een streampje.
Hier volg ik Real Murcia via een streampje.

Die week na mijn debuut als mede-eigenaar had ik geleerd van mijn fouten, en vond ik voor aanvang van de wedstrijd een website waar je voor drie euro ook deze potjes live kan bekijken. Echt glamorous is het niet om wekelijks te moeten betalen om een staaltje tranentrekkend voetbal te zien, maar op onzedelijke tijden achter je laptop zitten hoort nu eenmaal bij een vakantieliefde. Na de nederlaag tegen UCAM Murcia was mijn club afgezakt naar de elfde plaats, en ook de tweede wedstrijd na de overname van de aandeelhouders – tegen FC Jumilla, nog zo’n club waar ik nooit van had gehoord – werd niet gewonnen.

Een van de meest opvallende dingen aan het volgen van een club die elke peseta moet omdraaien, is de hoeveelheid reclame die je om de oren vliegt. Voor aanvang van elke wedstrijd ligt de wedstrijdbal op een soort kastje dat gesponsord wordt door KFC, en zelfs in de wedstrijdverslagen op Twitter wordt sluikreclame gemaakt voor een lokale spa. Maar het hoogtepunt is toch wel de terugkerende reclame voor Restaurante Arco de San Juan, die regelmatig tijdens de livestream in het beeld verschijnt. Alsof je rustig op FOX Sports een wedstrijd van FC Emmen zit te kijken en opeens geconfronteerd wordt met een enorme reclame voor Snackbar De Berehap.

De reclame.
Reclame voor Restaurante Arco de San Juan.

Net op het moment dat ik de ontevreden “werken-voor-je-geld!”-supporter in mij voelde opborrelen, was het eindelijk zover: er werd voor het eerst gewonnen. Oké, het was slechts tegen het tweede elftal van UD Almería – het eerste elftal van Almería is een middenmoter in de tweede divisie, dus je kan je inbeelden hoe slecht het B-team is – maar dat maakte de vreugde er niet minder op. In de strijd om promotie helpt elk puntje, aangezien een plaats bij de eerste vier al genoeg is om deel te nemen aan de play-offs.

Na nog een overwinning volgde de uitwedstrijd tegen koploper UD Melilla, die op de een of andere manier ook gewonnen werd. De bloedstollende slotfase was moeilijk te volgen, omdat het beeld plotseling in tweeën werd opgedeeld en er, naast de wedstrijd, een soort kerstbingo live vanuit een kerk werd uitgezonden:

De kerstbingo tijdens UD Melilla – Real Murcia.
De kerstbingo tijdens UD Melilla – Real Murcia.

Ook in de drie daaropvolgende wedstrijden bleef Real Murcia ongeslagen, en ik sluit niet uit dat dit mede te danken is aan het uit 94 landen afkomstige aandeelhouderslegioen. Helaas wordt de club nog steeds geteisterd door spoken uit het verleden, en werd er deze winter noodgedwongen afscheid genomen van maar liefst zeven spelers om geld te besparen. Zo vertrok publiekslieveling en topscorer Dani 'Het Stiertje' Aquino bijvoorbeeld naar de Cypriotische middenmoter AEK Larnaca. Dat supporters het als een persoonlijke nederlaag beschouwen dat hun favoriete speler naar zo’n matige club vertrekt, begrijp ik inmiddels volledig.

Los van de exodus van spelers en de matige livestreams, gaan er ook dingen beter bij Real Murcia. De spelers en medewerkers krijgen hun salaris weer en de fans zijn optimistisch. Zij verdienen zelf natuurlijk ook een compliment, want als ze zich niet zo hadden ingezet voor de club, lagen Los Pimentoneros nu misschien wel naast HFC Haarlem en BV Veendam op het clubvoetbalkerkhof. Vamos Real! Op naar de Primera División.

Dit is een verhaal uit de rubriek Sportgeschiedenis met Doodeman, waarin Michel Doodeman bijzondere hoofdstukken uit de sportgeschiedenis belicht. Zie hier alle verhalen uit deze serie.