Van Dumpert tot de islam: het verhaal van voetballer Sidney Schmeltz

"De rituelen, het handen wassen en bidden, hebben een stukje onzekerheid bij me weggehaald."

|
sep. 28 2017, 8:50am

Sidney Schmeltz stond in de lente van 2013 opeens met zijn kop op Dumpert. De buitenspeler had net te horen gekregen dat SC Veendam, zijn club, failliet was gegaan. Op de site Keek had hij een filmpje geüpload waarin hij zei dat hij blij was dat SC Veendam failliet ging. “Ik ga terug naar de beschaving,” zei Sidney.

Het filmpje werd doorgeplaatst op Dumpert, uitgebreid besproken bij Voetbal Inside en de Nederlandse voetbalwereld kotste Sidney even uit. Sindsdien heeft hij niet meer voor een Nederlandse profclub gespeeld. Sidney vertrok naar Engeland, waar hij voor Oldham Athletic, Shrewsbury Town en Hartlepool speelde. Daarna ging hij in de Arabische wereld op avontuur bij Petrojet FC in Egypte en Al Ahli in Bahrein.

Ondertussen bekeerde Sidney zich tot de Islam. Nu is hij vanuit Nederland op zoek naar een nieuwe club, het liefst weer in het Midden-Oosten. VICE Sports sprak met Sidney af in een café in Amsterdam. Dit is zijn verhaal.


Alle foto’s door Ryan Oosterling.

“Veel mensen bij SC Veendam zijn goed voor me geweest. De materiaalman, de supporters, lieve mensen bij de club. Ik heb hen pijn gedaan door dat filmpje te maken nadat SC Veendam failliet ging. Ik had dat nooit moeten doen. Ik was boos op de bestuurders van de club en handelde uit emotie, zoals wel vaker in die tijd. Johan Derksen haalde flink naar me uit, maar ik begrijp dat wel.

Ik ben na dat filmpje weggegaan uit Nederland, naar Oldham Athletic in de League One. Ik belandde daar in een wereld van aanzien. Dat klinkt misschien gek, aanzien bij Oldham Athletic, maar voetbal leeft enorm in Engeland. Mijn eerste avond daar kwam ik in de stad een jongen tegen die me meenam naar een grote nachtclub. We liepen zo, hup, via de keuken naar binnen als VIP’s. Zo’n status heb je daar meteen als profvoetballer. En dat was pas League One, het derde niveau.

Ik ging te veel op in die status in Engeland. Ik ging veel uit en leefde alleen nog maar voor mezelf. Mijn vader, opa, zussen en moeder vormden eerst een sterk front om me heen, maar ik zag hen nauwelijks meer. De relatie met mijn vriendin, waarmee ik een dochtertje heb, ging uit. Ik ging vaak uit met Christian Montano, een Colombiaanse buitenspeler die ook bij Oldham Athletic speelde. Hij nam mij in huis, zodat ik niet meer in een hotel hoefde te wonen. Ik was goed met hem.

Na een avond uitgaan zette ik een keer de televisie aan met een bakje koffie. Ik zag opeens het gezicht van Montano op de BBC. Hij was door een journalist op undercover camera vastgelegd terwijl hij meedeed aan matchfixing. Montano beloofde op beeld dat hij een gele kaart zou pakken in een wedstrijd van Oldham Athletic tegen Wolverhampton. Matchfixers zetten er dan heel veel geld op in dat hij zo’n kaart pakt. Zo verdienen ze geld. Heel Engeland sprak over Montano.

Onze trainer bij Oldham Athletic, Lee Johnson, vertrouwde zijn spelers niet meer. Hij dacht dat er meer in het complot zaten. Ik ging met Montano om, dus Johnson vroeg me of ik ervan wist. Ik zei van niet, maar ik denk toch dat die zaak indirect de reden was dat de club me opeens een maand wilde verhuren aan Shrewsbury Town. Toen ik terugkwam van Shrewsbury, moest ik bij het tweede elftal trainen. Een andere speler had mijn plek bij Oldham Athletic ingenomen. Ik besloot te vertrekken.

Ik heb nog even bij Hartlepool gezeten, maar daar werd mijn contract na drie maanden niet verlengd. Terwijl ik mijn spullen aan het pakken was om naar huis te gaan, werd ik opeens via Facebook gebeld door het officiële account van Petrojet FC, een Egyptische voetbalclub. Ik dacht: what the fuck is dit nou weer? Aan de andere kant van de lijn hoorde ik een hele enthousiaste arabier praten. “Sidney, my friend, habibi, habibi, come to Petrojet!,” zei hij, een bestuurder van Petrojet FC.

Ik had toch geen club, niks, dus ik boekte gewoon een vliegticket naar Egypte. Als het leuk zou zijn bij Petrojet FC, zou ik er tekenen. Als het niks zou zijn, zou ik er een lekkere vakantie van maken. Ik speelde een oefenwedstrijd mee. De trainer wisselde me al na drie minuten. Ik had nog maar twee acties gemaakt en liep teleurgesteld van het veld. Ik dacht ik naar huis moest. Maar de trainer zei: “Ik heb genoeg gezien en wil niet dat je geblesseerd raakt. Jij gaat meteen tekenen.” Dat deed ik dus.

Ik raakte in Egypte gecharmeerd van hoe de mensen met elkaar omgaan. Ik woonde in een compound en de eigenaar van het appartementencomplex waarin ik zat vroeg me elke avond of ik bij hem kwam eten. “Kom, dan kookt mijn vrouw,” zei hij. Het was niet normaal hoe die mensen mij daar opvingen. Ik at daar elke avond met zijn zonen, buren en vrienden. De vrouwen aten apart, daar moest ik wel aan wennen. Als ik zijn vrouw bedankte voor het eten, zei ze niks terug. Dat vinden ze niet goed.

Elke man die op straat liep en een beetje honger had, werd uitgenodigd. Zulke dingen gebeurden daar. Ik begon me af te vragen wat hen bewoog. Als ze die houding kunnen combineren met de structuur van het westen, denk ik dat ik die kant op verhuis en nooit meer terugkom. Mensen denken altijd dat het westen perfect is, maar het is hier niet perfect. Mensen hebben het ook moeilijk hier. We zouden iets meer van onze luxe in kunnen leveren voor het welzijn van onze mensen.

Mijn contract bij Petroject FC liep na een half jaar af. Ik ging terug naar Nederland en besloot me te verdiepen in de islam. Ik ging voetballen bij de amateurclub Magreb 90 in Nieuwegein. Magreb 90 is eigenlijk een kleine Marokkaanse gemeenschap. Ik bouwde daar een goede band op met de trainer, Alami Ahannach. Hij gaf me boeken over de islam. Ik stelde hem veel vragen, bijvoorbeeld waar de hoofddoek voor is. Ik leerde dat dat is zodat alle schoonheid van een vrouw verborgen blijft voor één man.

Ik was al mijn hele leven katholiek, maar leefde altijd op het randje. De islam geeft me regels, structuur. De rituelen, het handen wassen en bidden, hebben een stukje onzekerheid bij me weggehaald. Ik denk dat elk geloof goed is, zolang het je maar rust geeft. De islam gaf mij rust, al toen ik in Egypte was. Je ziet daar geen schaars geklede vrouwen, alcohol of dronken mensen op straat. Ja, je ziet wel mensen die het moeilijk hebben. Maar die bidden in de moskee naast de rijkste sjeiks.

Alami nam me in Nederland mee naar een islamitische broedergroep. Na de moskee gingen we vaak wat eten, thee drinken en praten. In die broedergroep heb ik me vorig jaar bekeerd tot de islam door de shahada uit te spreken. Nu ga ik er steeds verder in. Ik heb ook meegedaan aan Ramadan. Alsof het zo moest zijn, kreeg ik een maand nadat ik me had bekeerd een belletje van Al Ahli in Bahrein. De club zocht een linksbuiten. De sjeik was enthousiast over me en liet me er tekenen.

Ik heb afgelopen seizoen bij Al Ahli gespeeld. Daarna kwamen er nieuwe spelers en een nieuwe trainer en was het klaar. Zo gaat dat in het Midden-Oosten. Ik ben in mei teruggekeerd naar Nederland. Ik kijk nu of ik naar een club in Oman of de tweede divisie van Dubai kan. De wereld is groot. Je kunt altijd wel een nieuwe club vinden.”

Dit is een verhaal uit de rubriek Ongewenst Transfervrij, waarin VICE Sports profvoetballers aan het woord laat die graag weer willen spelen, maar door hun eigen fouten of botte pech geen club hebben. Zie hier alle verhalen uit deze serie.

Mis niets! Like VICE Sports Nederland voor je dagelijkse dosis ijzersterke sportverhalen.