Foto's door Dave Aalbers.

De jaren van Nassir Maachi in Cyprus, Malta en Griekenland

“Op Malta zat het uitgaansgebied 500 meter van mijn appartement, ik kon er bijna niet omheen.”

|
01 september 2018, 4:00am

Foto's door Dave Aalbers.

De meeste Nederlandse voetballers die naar Cyprus vertrekken, zijn binnen een half jaar weer thuis. De op papier lekkere salarissen worden negen van de tien keer te laat of helemaal niet betaald. Nassir Maachi (32) kreeg het wél voor elkaar om het lang vol te houden op Cyprus. Na vier clubs op het eiland en avonturen in Griekenland en Malta, is hij nu weer terug in Nederland.

Afgelopen woensdag zette hij zijn handtekening onder een contract bij amateurclub DOVO, dat uitkomt in de Derde Divisie. Dit is zijn verhaal.


“In Malta moest ik de eerste dag in een appartement slapen dat de club had geregeld. Het was zo’n groot Italiaans huis met van die hoge muren. Het was slecht geïsoleerd en echt stervenskoud daarbinnen. Het enige dat ik daar had was een bed, een dun dekentje en een elektrisch kacheltje. Ik moest het dunne dekentje over dat kacheltje heen leggen zodat de warmte direct op mijn lichaam terechtkwam. Ik kreeg gewoon buikpijn van de kou. Ik dacht alleen maar: what the fuck, hoe ben ik hier nou weer beland?

Om in aanmerking te komen voor een contract moest ik eerst meetrainen bij het Maltese Birkirkara. Tijdens die trainingen werd ik in dat appartement gestald. Ze zagen direct dat ik kwaliteiten had en er lag al snel een contract voor me klaar. Ik heb ze duidelijk gemaakt dat ik voor daarna zelf een woning zou zoeken. Ik vond een leuk appartementje in Balluta Bay, dat is echt het mooiste gedeelte van Malta. Ik hoefde maar de deur uit te stappen en ik zag overal barretjes. Ik kreeg op Malta weinig speeltijd, dus ik leefde er meer als toerist dan als voetballer.

Ik liep vanaf mijn appartement zo richting de koffiebarretjes om de hoek. Ontbijten met koffie en een croissantje en daarna nog een stukje zwemmen. Dan nog een hapje eten en in de avond een beetje trainen. Ik werd er goede vrienden met een Belgische gozer die er als reisleider voor TUI werkte. Ik heb met hem het hele eiland bezocht en ik pakte veel feestjes. Het uitgaansgebied zat 500 meter van mijn appartement vandaan, dus ik kon er bijna niet omheen. Het was echt een geweldige tijd, maar op een gegeven moment kwam het besef: Nass, wil je nou nog voetballen? Ik nam het voetbal op Malta gewoon totaal niet serieus. Het had meer weg van amateurvoetbal dan van profvoetbal.

Op Malta kreeg ik op een gegeven moment zelfs een normale baan aangeboden. Bij een iGaming-bedrijf zochten ze iemand die goed Engels en Nederlands sprak. Ik kon aan de slag als vertaler. De trainingen waren pas om acht uur ‘s avonds, dus ik had tijd genoeg. Ik twijfelde op dat moment echt om te gaan bijbeunen. Maar daarvoor moest ik ‘s ochtends al om acht uur opstaan, en dat zag ik niet zitten. Ik vond het veel te leuk om ‘s avonds ook ergens tot laat te kunnen blijven. Dat ik het überhaupt overwoog, zegt genoeg over hoe het voetballend toen met mij ging. Dit was het dieptepunt.

Voor die tijd op Malta heb ik veel betere tijden gekend als voetballer. Twee jaar daarvoor vertrok ik als topscorer van PEC Zwolle richting AEK Larnaca op Cyprus. Door een lekker eerste seizoen op het eiland kon ik zelfs naar Panathinaikos, waar Yannis Anastasiou op dat moment trainer was. Maar Larnaca wilde me niet laten gaan en het seizoen erna kreeg ik te maken met een vervelende knieblessure. Het revalidatieproces is gewoon ontzettend klote gelopen. De medische kennis op dat eiland is gewoon veel minder dan in Nederland. Daar begon de ellende.

“This is the best doctor in Cyprus. He studied in Germany,” kreeg ik te horen bij de kennismaking met de arts. De dokter zei dat het allemaal wel meeviel, en dat ik binnen vier weken weer op het veld zou kunnen staan. Er volgde een gesprek met de dokter, de technisch directeur en de clubpresident. Daar legde ik uit dat ik snel weer fit zou zijn. Toen zei die dokter ineens met een stalen gezicht: “Dat heb ik helemaal niet gezegd.” Het liefst wilde ik die man achter die tafel vandaan trekken en hem in elkaar slaan. Maar daar schiet ik natuurlijk ook niks mee op. Uiteindelijk heeft die blessure me anderhalf jaar gekost.

Daarna kwam ik op Malta terecht, waar ik zelfs bijna niet meer aan spelen toekwam. Als ik nog wat wilde bereiken als voetballer, wist ik dat ik zo snel mogelijk weg moest uit Malta. Een zaakwaarnemer belde me op met de mogelijkheid om terug naar Cyprus te gaan. Het net gepromoveerde Paphos wilde me hebben. Ik was zo wanhopig dat ik er zo snel mogelijk tekende. Bij Paphos voelde ik me na die moeizame periode in Malta eindelijk weer gewaardeerd. Rondom de wedstrijden liep heel de stad uit en ik kon als speler van de club gratis eten bij restaurants in de stad.

De mensen waren ontzettend warm in Paphos. Er stapte een keer een vader samen met zijn zoontje op me af. Dat kindje was een groot fan van mij. Die man vroeg me of ik zijn zoon wat tips kon geven. Zoiets doe je natuurlijk gewoon uit een goed hart. Die man belde de volgende dag bij me aan en had een groot cadeau voor me mee. Had hij een juicemixer voor me gekocht. Zo’n ding kost denk ik wel zestig euro. Totaal niet nodig, maar zo ontzettend lief.

Ondanks dat ik persoonlijk wel een lekker seizoen draaide, degradeerden we met Paphos. Ik stapte over naar Nea Salamina Famagusta, een andere Cypriotische club. Ook daar kwam ik wel weer aan mijn doelpunten, maar aan het einde van het seizoen had ik een salarisachterstand van drie maanden. Daar keek ik na die jaren op Cyprus niet meer raar van op. Ik werd steeds handiger om dat soort situaties af te handelen. Vaak sloot ik een deal. Dan besparen zij wat, maar dan heb ik in ieder geval een groot deel van mijn geld. Binnen een jaar was ik weer weg, waarna ik nog kort in Griekenland bij Apollon Smyrnis en op Cyprus bij Alki Oroklini speelde.

Na zes jaar vond ik het wel weer tijd om terug naar Nederland te komen. Ik ben eigenlijk best wel trots dat ik het zo lang in het buitenland heb volgehouden, zeker in landen als Cyprus en Griekenland. In Nederland heb ik nog geprobeerd een contract af te dwingen bij een betaaldvoetbalclub, maar dat gaat niet zo makkelijk na zo’n lange periode in het buitenland. Ook mijn leeftijd speelt een grote rol. Ik ben nu 32, en Nederlandse clubs zoeken liever spelers die ze kunnen rekken en slijpen. Dat zit er bij mij niet meer in. Ik heb ervoor gekozen om te tekenen bij de amateurs van DOVO. Gert Kruys is er trainer, ik ken hem nog goed uit mijn tijd bij FC Dordrecht.

Gert Kruys heeft ook twee voetbalscholen, en daar wil hij mij trainingen laten verzorgen. Op deze manier kan ik het traject van het profbestaan naar mijn tweede leven zo smooth mogelijk laten verlopen. Het voetballeven heeft nou eenmaal een einddatum, zo nuchter ben ik wel. Ik zou het ook mooi vinden om ooit zelf een voetbalschool te openen. Ik wil ook een avondstudie oppakken. Ik begreep dat er een lerarentekort is, dus misschien kan ik sportleraar worden.

Ik probeer in iedere situatie nuchter en kalm te blijven. Dat deed ik ook toen mijn transfer naar Panathinaikos niet doorging. Veel mensen zouden denken: fuck, waarom moet mij dit nou weer overkomen? Die mensen blijven lang in teleurstellingen hangen en raken in een depressie. Ik geloof dat God alles bepaalt. Of een deur gaat open en het brengt me ergens, of een deur blijft dicht, en dan ligt er weer iets anders moois voor me in het verschiet.”

Dit is een monoloog uit de serie VICE Sports Avonturiers. Zie hier alle verhalen uit deze serie .

Je kunt je hier aanmelden voor onze nieuwsbrief om wekelijks het beste van VICE Sports Nederland in jouw mailbox te krijgen.