Hoe skateboarden in de jaren zestig doorbrak in Nederland

Ene meneer Beenhakker uit Deurne had het in 1965 goed in de smiezen.

|
aug. 31 2017, 12:22pm

Hij was de pionier die in dat jaar skateboards introduceerde in Nederland. Beenhakker beheerde een rolschaatsfabriek, dus de stap naar skateboards was snel gemaakt. “In Amerika is dit een enorme sport geworden,” zei de ondernemer in Tiener Magazine.

Maar niet iedereen was verkocht. “Een nieuwe manier om je nek te breken, afkomstig uit Amerika: je zou het rolschaatsen op één grote schaats kunnen noemen, of steppen op een autopedje zonder stuur,” schreef het dagblad Het vrije volk kritisch. Het was nog maar de vraag of de rage wel zou aanslaan in Nederland, want in eerste instantie vond men het ‘plankrollen’ vooral gevaarlijk. Maar daarover later meer.

De oorsprong van het skateboard ligt bij Californische surfers die ook weleens op het land wilden surfen, waarna ze rolschaatswieltjes onder hun boards monteerden. Er was alleen één praktisch probleem: je kon best bochten maken met dit skateboard, maar niet grote en kleine tegelijk. Om de soepelheid van de wieltjes in te stellen was zelfs een schroevendraaier nodig. De ‘schaatsplank’ van Beenhakker was dan ook flink anders dan de skateboards die je nu op straat ziet.

In de jaren zeventig waren de Amerikaanse skateboards inmiddels sterk verbeterd. Dankzij de komst van het materiaal polyurethaan hoefden wielen bijvoorbeeld niet meer van metaal of klei worden gemaakt. En doordat veel zwembaden in Californië in 1976 leeg kwamen te staan vanwege ernstige droogte, werden ook de eerste bowls en halfpipes geboren. Een perfecte plek voor skateboarders om hun kunsten te oefenen. En dat was nodig ook, want ze reden eigenlijk alleen op straat, en werden daar als gevaarlijk beschouwd.

In Nederland ontstonden ondertussen nieuwe pogingen om het skateboard te introduceren, en daarbij kwam hulp uit een onverwachte hoek: een marketingcampagne in de Donald Duck. “Trouwe lezertjes van het vrolijke weekblad Donald Duck was het al lang opgevallen: de neefjes Kwik, Kwek en Kwak gaan tegenwoordig niet meer uitsluitend te voet over de trottoirs van Duckstad, maar vaak op een plankje met wieltjes, waarop ze zich steppend en rollend voortbewegen,” schreef de Telegraaf in mei 1977.

Kwik, Kwek en Kwak hebben ongetwijfeld hun steentje bijgedragen aan de stijgende bekendheid van het skateboard, maar om te zeggen dat het dankzij hen door heel Nederland werd omarmd zou misschien wat veel eer zijn. Zo bekend was het skateboard toen nog niet. Bij veel ouders had het nog altijd de reputatie gevaarlijk te zijn; voor skateboarders zelf, maar ook voor voetgangers op straat.

In de zomer van 1978 kregen alle Nederlandse politiekorpsen dus de opdracht om strenger hand te haven: kinderen die hinder of gevaar veroorzaakten zouden op de bon worden geslingerd, en het risico lopen dat hun skateboard in beslag zou worden genomen. Daarmee kreeg onder andere Neelie Kroes haar zin; een jaar eerder had de toenmalig staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat er in de Tweede Kamer voor gepleit om ‘de schaatsplank uit het verkeer te nemen’. Tegelijkertijd was zij degene die in mei 1978 de eerste skateboard-baan in Nederland had geopend, op de Flevohof in Oost-Flevoland:

Eigenlijk was het dus vooral belangrijk om meer plekken te creëren waar jongeren konden skateboarden – dan zou iedereen zijn zin hebben. Hoewel skaters in eerste instantie geluiden lieten horen als ‘Tegen kinderen die op straat voetballen wordt óók niets ondernomen,’ en ‘Rolschaatsen is minstens zo gevaarlijk,’ erkenden ook zij langzamerhand dat de straat geen ideale plek was.

Vanwege de veiligheid, maar ook omdat de straat eigenlijk niet zoveel te bieden heeft. “Kinderen hebben er ontzettend veel plezier in om allerlei stunts uit te halen,” zei Sheila Halley bijvoorbeeld, de oprichter van de skateclub Subs. “Maar als je alleen over het trottoir (een plat vlak dus) kunt scheuren, dan verveelt het gauw. Het is een sport, waarbij creativiteit, lenigheid, evenwichtsgevoel en zelfverzekerdheid komt kijken.”

Je zou het inderdaad bijna vergeten, maar skateboarden werd een gerespecteerde sport. De eerste wedstrijden en kampioenschappen dienden zich aan rond deze tijd. In een aflevering van het Polygoonjournaal is bijvoorbeeld te zien hoe in 1983 het Nederlands kampioenschap skateboarden en rollerskates werd gehouden, in de Rotterdamse Weenahal:

Een onderdeel hiervan was uiteraard de halfpipe. “Inderdaad een halve pijp, die in het midden een stuk verlengd was,” aldus de polygoonstem in kwestie. “Veel deelnemers speelden hier op de skateboard een spel met de zwaartekracht, dat hen overigens vaak in onzachte aanraking met de baan bracht.” Juist. De grote winnaar van het toernooi – de toen twintigjarige Lee Connors uit Rotterdam – reed desalniettemin op rollerskates. Want ook die hadden inmiddels hun plekje in het skatepark opgeëist, wat dan weer nooit gekund had als al die Californische zwembaden nooit waren uitgedroogd.

Mis niets! Like VICE Sports Nederland voor je dagelijkse dosis ijzersterke sportverhalen.