Foto's door Trevor Wagener.

Wopke en Bonky willen gewoon knokken

"Ik ben niet bang om aangepakt te worden door een groter iemand. Het is wel jammer dat ik ze niet vol op hun gezicht kan raken."

|
okt. 11 2018, 12:54pm

Foto's door Trevor Wagener.

“Ben je eigenlijk al op gewicht, of niet?”, vraagt Wopke Booijen (22), beter bekend als ‘De kleinste baas’, nieuwsgierig aan Ihsan Yuksel (18). Die laatste luistert op zijn beurt naar de bijnaam ‘Bonky’. De kickboksers gaan op 13 oktober tegen elkaar vechten op het gala van Fightersheart in Venray. De bijnaam van Ihsan verraadt het antwoord op Wopke’s vraag al een beetje, want de spierbundel zit netjes onder het streefgewicht van 50 kilo. “Sowieso man. Ik zit rustig op 48, 48.5 kilo ongeveer.”

Dat klinkt niet erg zwaar voor een bonkige vechter, maar Wopke en Bonky zijn dan ook wat kleiner dan de gemiddelde kickbokser. Binnen Europa is hun gevecht zelfs de eerste officiële partij tussen kleine mensen ooit, voor zover bekend. Vorig jaar had Wopke ook al een gevecht op de planning staan, maar dat ging niet door omdat zijn tegenstander niet kwam opdagen. De kans dat het nu wél doorgaat is een stuk groter, al is het maar omdat Bonky op Instagram liet weten weinig van Wopke heel te zullen laten. VICE Sports ontmoette de twee in de Solo Gym in Rotterdam, en sprak met ze over hoongelach, O-benen en zinloze trashtalk.

VICE Sports: Ha jongens, hoe gaat het met jullie?
Wopke: Ik voel me goed en ben lekker aan het trainen voor de dertiende. Ik heb er lang op moeten wachten, weet je. Nu heb ik er echt heel veel zin in.
Bonky: Ik kan ook niet wachten tot het zover is.

Ik had gelezen dat vorig jaar lang niet iedereen jouw gevecht serieus nam, Wopke. Zijn jullie niet bang om weer zoiets te horen?
Bonky: Bang niet, sowieso niet. Ik wil gewoon laten zien dat wij ook gewoon partijen kunnen vechten. Mensen die lachen of opmerkingen maken zullen er altijd zijn, snap je? Die laat ik lekker gaan.
Wopke: Weet je wat het is? Er zullen ongetwijfeld mensen op ons gevecht afkomen voor de lol, of omdat ze het lachwekkend vinden. Maar ik ben al heel mijn leven klein en niet anders gewend om grappenmakers links te laten liggen.

In de ring zullen Wopke en Bonky vijanden zijn, daarbuiten zijn zij goede kennissen van elkaar.

Willen jullie dat zulke mensen wegblijven, de dertiende?
Wopke: Tja, als ze er zijn dan zijn ze er toch? Ik heb eigenlijk liever dat ze wel komen. Als ze ons eenmaal zien vechten, zullen ze vast wel anders over ons denken. Als ze überhaupt al de moeite nemen om helemaal naar Venray af te reizen om ons alleen een beetje uit te lachen. Bonky en ik nemen dit serieus. We hebben hard hard getraind hè, vergis je niet.
Bonky: Nog steeds.
Wopke: En in de week voor de partij nemen we rust. Het is echt niet zo dat wij zomaar zonder voorbereiding de ring instappen.

Wat willen jullie met deze partij bereiken?
Bonky: De winst man, haha.
Wopke: Ik ook natuurlijk. Ik ben al heel mijn leven een sportman. Dan wil je altijd winnen.

Ik bedoelde het eigenlijk meer in de bredere zin. Jullie zijn hoe dan ook pioniers.
Wopke: Oh zo. Het zou natuurlijk heel mooi meegenomen zijn als wij, als kleine mensen, andere kleine jongens en meisjes kunnen inspireren. Wat Bonky dus eerder al een beetje aangaf.
Bonky: Ik wil andere lilliputters laten zien dat ze niet moeten stoppen met wat ze het allerleukst vinden. Of dat nou vechten is of een andere sport. Je moet doen wat je leuk vindt, toch?
Wopke: Zeker, al doelde ik eigenlijk meer op het leven in het algemeen. Wij zetten onszelf niet aan de kant voor mensen die langer zijn en dus denken dat ze meer voorstellen. Of mensen die ons altijd alleen maar zielig vinden. Dat is bullshit, begrijp je?

Op Instagram hebben jullie allebei video’s met trashtalk naar elkaar gepost. Gaan jullie daar nog meer van maken?
Bonky: Weet ik niet, man. De promotor wilde dit graag. Dat snap ik wel.
Wopke: Ik heb sowieso maar één zo’n filmpje gemaakt. En daarin hield ik het nog rustig, haha.

Bonky zei dat hij jou gaat slopen, Wopke.
Bonky: Haha, dat heb ik gezegd ja. Dan nog: we zullen de dertiende wel zien wat er gaat gebeuren.
Wopke: Daarom heeft trashtalken zo weinig zin. Ik hou daar niet van. Gewoon normaal doen, respect voor elkaar hebben en vriendelijk zijn. De rest regelen we in de ring wel, toch?
Bonky: Precies. Die filmpjes plaatste ik vooral om mijn volgers een beetje voor te bereiden. Verder is alles gewoon rustig tussen ons.
Wopke: Die jongen tegen wie ik een jaar geleden zou vechten, James Ali, praatte wél veel van tevoren. Maar op de dag dat we de ring in zouden gaan, kwam hij niet opdagen. Waarom praat je zoveel als je toch niet komt? Ik hield mijn mond wel, was aanwezig, maar kreeg niets. Dat was best demotiverend.

Bonky wilde gelukkig wél jouw tegenstander zijn.
Bonky: Wopke had mij een berichtje gestuurd met de vraag of ik wilde vechten. Zonder te twijfelen zei ik meteen ja.
Wopke: Het is voor mij al best moeilijk om een tegenstander te vinden, en ik wist dat hij weer fit en ready was. We zouden deze partij ook eigenlijk al eerder draaien.
Bonky: Ons gevecht stond al ingepland, maar toen moest ik geopereerd worden. En het herstel daarvan duurde wat langer dan ik had verwacht.
Wopke: Snap je nou ook hoe lang ik al wacht? Ik ben zo gretig hè, niet normaal.

Bonky, waar moest je aan geopereerd worden?
Bonky: Ik had last van O-benen, man. Daarom moest die operatie er wel komen. Mijn benen werden rechtgezet, alleen duurde het een jaar voordat alles weer normaal ging. Dat was een moeilijke tijd. Opnieuw leren lopen en rennen en zo. Maar nu is alles weer gewoon hetzelfde.
Wopke: Misschien kan je nu wel hardere low-kicks geven?
Bonky: Die waren sowieso al hard, man.
Wopke: De grote vraag is of je ze ook kan incasseren...
Bonky: Wacht jij nou maar, haha. We gaan het zien.

Bonky, lig jij qua voorbereiding niet flink achter op Wopke?
Wopke: Hij gaat natuurlijk niet zeggen dat hij meer of minder getraind heeft dan ik. Zoiets zou ik in ieder geval niet toegeven.
Bonky: Ik heb ook hard getraind, dus ik lig zeker niet achter. Kracht, cardio, alles. Toen het bekend werd dat ik tegen Wopke zou vechten, woog ik 45 kilo. Maar hij woog meer dan 50, dus er mocht wel wat bij. Ik had geen speciaal voedingsschema, maar at gewoon alles waar je dik van wordt. En ook wel gezonde dingen natuurlijk, maar dan in grotere porties. Anders heeft trainen weinig zin.

Hoe ziet jullie training eruit? Met wie sparren jullie eigenlijk?
Bonky: Met iedereen in mijn lesgroep. Het maakt me niet uit met wie. Of zij nou twee of drie koppen groter zijn of niet.
Wopke: De meeste sparringpartners zijn dat natuurlijk wel. Ze hebben langere armen, waardoor ze ons makkelijk kunnen slaan. Ik zeg kunnen, want het is aan ons om dat te ontwijken door ermee te leren spelen. Bang ben ik niet. Anders was ik nooit aan deze sport begonnen.
Bonky: Ik ben ook nooit bang om aangepakt te worden door een groter iemand. Het is soms alleen wel jammer dat ik diegene dan niet vol op zijn gezicht kan raken. Dat is zonde, maar ook weer niet zo erg. Zolang ik maar een paar lekkere stoten uit kan delen, is het goed.
Wopke: Precies. We trainen niet anders dan de rest of met kleine kinderen. Gewoon als ieder ander.
Bonky: Alleen zo kunnen wij beter worden, toch.
Wopke: Precies. Als kleine vechters moeten wij wel dichterbij en meer naar voren komen om de ander te kunnen raken. Tegelijk moeten we op onze eigen afstand letten. Maar daar leer je mee omgaan. Ik geef grote jongens ook tikken, geloof me. Gasten waarvan jij nooit zou verwachten dat ik ze zou raken.