Een grote mond en een boksersneus: het verhaal van oud-bokser Joop Kruis

Hij was de lijfwacht van André Hazes, scheurde op televisie telefoonboeken aan gort en trainde Gegard Mousasi.

|
14 december 2017, 2:16pm

De neus van Joop Kruis zie je niet snel over het hoofd. Die zit immers schots en scheef, en midden op zijn gezicht. Of net naast het midden eigenlijk. Maar dat is lang niet het enige opvallende aan de 73-jarige oud-bokser.

De Amsterdammer werd vier keer Nederlands kampioen, vocht 26 partijen en verloor er nul. Daarna trainde hij kampioenen als Lucia Rijker en Pedro van Raamsdonk en was jarenlang bevriend met André Hazes en Wim Rusko. Ook gaf hij MMA-vechter Gegard Mousasi bokslessen. We spraken hem in een café in Amsterdam over zijn scheve neus, sporten met André Hazes en telefoongidsen in stukken scheuren.

VICE Sports: Ha Joop, in een interview uit 1971 zei je: “Ik voel er niets voor om met een gehavend gezicht door het leven te gaan. Daarom boks ik voorzichtig.”
Joop Kruis: Ja, ik was zuinig op mijn gezicht, ook al zou je dat nu misschien niet zeggen. Bij één wedstrijd in Duitsland kreeg ik bijvoorbeeld een verschrikkelijk pak slaag. Ik won wel, maar heb toen een jaar niet gebokst. Ik dacht: ik wil niet zo boksen. Je moet sowieso goed bij de tijd zijn om geen klappen te krijgen, maar je ontkomt er niet aan.

Voorzichtig boksen is niet helemaal gelukt he?
Nou, mijn neus stond eigenlijk al een beetje scheef sinds mijn zestiende. In het zwembad ben ik op een duikplank gestuiterd.

Maar het boksen heeft ook niet geholpen neem ik aan?
Haha, nee. Niemand bokst zonder klappen te vangen. Ik heb hem één keer laten repareren. Stond er dertig man aan mijn ziekenhuisbed, die allemaal kwamen kijken hoe die neus in elkaar zat. Daarna stond hij wat rechter. De dokter zei toen dat het beter was om te stoppen met boksen, maar dat was tegen dovemansoren. Ik heb vrienden zat die zeggen: “Ik zet hem zo recht voor je.” Maar laat hem maar lekker scheef staan. Het interesseert me niks.

Hoe ben je eigenlijk met boksen begonnen?
Ik was bijna twintig en had een vrouw, maar ik had geen zin om elke dag thuis te zitten. Een vriend van mij zei: “Een zoon van mij bokst en slaat je zo de kop achterstevoren.” Dus toen ging ik eens op de boksclub kijken, en een jaar later was ik kampioen van Nederland. Dat ging heel snel.

Was het meteen duidelijk dat je talent had?
Ja, ik kon aardig boksen, sloeg hard. Ik werd twee keer Nederlands kampioen en heb twee keer mijn titel verdedigd. Dat kwam omdat ik veel inzicht had voor Nederlandse begrippen. Klappen nemen is niet zo makkelijk als klappen geven. Je kunt een hoop leren, maar je moet wel inzicht hebben. Zo zag ik ook in dat ik niet goed genoeg was voor de Europese top of de wereldtop. Die jongens in Amerika waren écht goed.

Heb je dan nooit in Amerika willen trainen?
Nee, ik ben er wel een paar keer geweest, als trainer van Lucia Rijker en met Pedro van Raamsdonk. Er is daar kanonnenvoer zat om mee te sparren, maar ze slaan je ook zo uit je schoenen. Ik zag jongers vier keer neergaan tijdens de training, maar dan moesten ze gewoon door. Dat is niet slim. Iedereen wil tegenwoordig wereldkampioen worden, met het verstand van een kip. Toen ik tegen de Europees kampioen bokste, sloeg hij een spaarpot in mijn kop. Een dikke geul. Toen had ik snel in de gaten dat ik niet zo ver kon komen als ik wilde. Ik heb tweede en negende op de Europese ranglijst gestaan, dat was het. Er zijn ook mensen die doorgaan, maar die kunnen hun eigen naam niet meer schrijven.

Foto’s door David Meulenbeld, archiefbeelden via Joop Kruis.

Ben je daarom uiteindelijk gestopt? Uit voorzorg?
Nou, ik was dertig en het was gewoon tijd. Tegenwoordig gaan mensen door tot ze veertig zijn. Ik had door kunnen boksen, maar ik verdiende heel weinig geld voor hoeveel ik moest doen. Ik trainde vier keer in de week, stond op de markt op het Waterlooplein en was ook nog portier.

Uiteindelijk werd je zelfs nog de lijfwacht van André Hazes. Hoe is dat ontstaan?
Ik trok elke dag met hem op. We woonden naast elkaar in Vinkeveen. We werden goede vrienden. Het is twaalf jaar geleden dat hij doodging, maar het lijkt twaalf weken. Je hoort zijn gejank nog steeds dagelijks op de radio en tv, haha.

Waren jullie altijd al vrienden?
Nee, we hadden eerst juist vaak ruzie. Ik wilde nooit met hem omgaan, want ik vond dat hij niet aardig voor zijn vader was. Ik zag zijn vader vaak heel zielig zitten bij bokspartijen in Amsterdam-Noord. Dat trok ik me aan, dus gaf ik zijn pa wat drinken. Maar later kwam ik André steeds vaker tegen in Vinkeveen, en gingen we biljarten. Zo begon het.

Heb je ooit met André Hazes gebokst?
Nou, ik heb hem één keer achter mijn Jeep aan laten lopen, op het strand bij Huis ter Duin. Maar na honderd meter was het afgelopen, hoor. Hij ging liever drinken. André was toen al op, dronk de hele dag – niet best. Maar ik heb gelukkig ook genoeg leuke dingen met hem meegemaakt.

Je hebt ook Gegard Mousasi getraind. Hoe was dat?
Toen ik Kekker (Gegard Mousasi, red.) ging trainen, kon hij niet zo goed boksen. Ik heb hem een jaar onder handen genomen, maar al na drie maanden kon ik hem niet meer aan. Hij pikt dat snel op. Hij heeft het nu wel laten verslappen helaas, terwijl de jongens die goed kunnen boksen toch vaak winnen in die kooi.

Hoe kan dat?
Je moet een gevoel voor afstand hebben. Boksen is heel moeilijk. Probeer mij te slaan, dat werkt niet. Jij denkt: ik sla die ouwe man even voor zijn kop. Maar nee hoor. Haha, ik heb altijd praatjes over iedereen, maar ik weet wel hoe het zit. Tuurlijk krijg ik op een gegeven moment een draai om mijn oren, maar het gaat om afstand.

Ik hoorde dat je vroeger regelmatig telefoongidsen in stukken scheurde. Klopt dat?
Ja, vooral als ik met Wim Ruska ging drinken. In de kroeg geloofde niemand hem als hij zei dat ik dat kon, dus scheurde ik er eentje in stukjes en gooide die in de lucht. Dat vond het barpersoneel minder natuurlijk, 9000 van die stukjes. Mensen van televisie kwamen eens in mijn winkel langs met vier telefoonboeken, of ik het even voor kon doen. Daarna waren ze twee minuten stil. Later mocht ik het op televisie nog eens doen, scheurde ik zo’n boek in zeven stukken.

Hoe ben je met deze hobby begonnen?
Iemand scheurde een keer een Gouden Gids in tweeën en toen wilde ik dat ook proberen. Bleek appeltje eitje, zelfs de kleine stukjes. Ik heb behoorlijk grote klauwen namelijk. Ik heb het in Israël ook eens gedaan. Zaten we te eten in Tel Aviv, kwam iemand met een heel glad telefoonboek aan, dus het lukte niet. Toen ben ik naar de wc gegaan, en daar lukte het wel. Toen ik terugkwam legde ik de helften bij een Joodse worstelaar neer en zei: “Tomorrow I do this with your neck.” Hij werd helemaal gek, tot-ie de volgende dag hoorde dat ik helemaal geen worstelaar was.

Haha. Heb je altijd zo’n grote mond gehad?
Ja, eigenlijk wel. Ook tegen André Hazes, of tegen Wim Ruska, die 120 kilo woog. Tegen iedereen. Maar ik kwam nooit in de problemen. Tuurlijk gaf ik iemand wel eens draai om zijn oren, maar ik vocht nooit op straat. Als iemand stoer deed, zei ik: “Kom eens langs in de sportschool.” Dan was het binnen twee rondes klaar. Maar ik heb niet meer zo’n grote bek als vroeger.

Wat is er veranderd?
Toen ik met Lucia Rijker in Amerika was, werd ik opgehaald door James Toney, meervoudig wereldkampioen. Die man stond op het vliegveld te schreeuwen en te schelden: “Waar is mijn Porsche? Waar is mijn hond?” Ik vond hem asociaal. Maar hoe meer ik met hem optrok, hoe meer ik mezelf tegenkwam. Ik parkeerde mijn auto ook zo scheef als hij, had een grote bek tegen iedereen. Ik snapte ineens waarom mensen een hekel aan mij hadden. Het was een pleuriskerel, een nare man. Maar door hem denk ik anders over het leven. Dat heb ik aan die krankzinnige asociaal te danken, haha.

Geef je nu nog bokstraining?
Ik heb geen trek meer om te trainen. Er zijn zo veel mensen die zich ermee bemoeien. Vroeger had je gewoon één trainer, nu staat er hele families naast die het beter weten. Maar ze weten niks. Tegenwoordig geven er nog maar weinig mensen les met verstand van boksen. Je moet zelf aan het boksen geproefd hebben, wil je les kunnen geven. Maar die gasten kunnen mij nog niet eens raken, ook niet op mijn huidige leeftijd.

Mis niets! Like VICE Sports Nederland voor je dagelijkse dosis ijzersterke sportverhalen.