Voetballen van Geuzenveld tot Angola: het verhaal van Dominique Kivuvu

“Ik raakte Francesco Totti per ongeluk met mijn noppen vol op zijn achillespees. Vanaf dat moment heeft hij me heel de wedstrijd alleen maar uitgescholden in het Italiaans.”

door Dave Aalbers; foto's door David Meulenbeld
|
jan. 11 2018, 4:30pm

Dominique Kivuvu zit sinds een half jaar zonder club. De verdedigende middenvelder is nu dertig en wil nog een paar jaar profvoetbal spelen, maar het valt de voormalig speler van Telstar, NEC en FC Oss niet mee om weer aan de bak te komen. Hij weegt nu zijn opties vanuit zijn woonplaats Amsterdam.

Kivuvu speelde zeven jaar geleden nog met CFR Cluj in de Champions League tegen Bayern München en had het dat seizoen nog flink aan de stok met AS Roma-icoon Francesco Totti. Maar nadat zijn contract bij CFR Cluj in 2013 afliep, kwam Kivuvu anderhalf jaar zonder club te zitten. Uiteindelijk week hij uit naar Angola om aan de bak te komen en afgelopen seizoen speelde hij in de Jupiler League voor FC Oss, maar nu is hij dus opnieuw clubloos.

De verschrikkelijke gebeurtenissen rondom zijn buurtgenoot Abdelhak Nouri afgelopen zomer onderstreepten voor Kivuvu nog eens extra dat voetbal niet het allerbelangrijkste is. Het liefst gaat hij in het buitenland aan de slag, maar Nederland behoort ook tot de opties. VICE Sports sprak met Kivuvu in een cafeetje in Amsterdam. Dit is zijn verhaal.


“Er bellen veel zaakwaarnemers, voornamelijk uit het buitenland. Een aanbieding moet voor mij écht goed voelen en dat goede gevoel heb ik tot nu toe niet gehad. Zaakwaarnemers in het buitenland zijn er meestal alleen op uit om spelers snel te transfereren. Daarna willen ze je niet meer begeleiden. Ze willen gewoon even geld binnenharken.

Ik had afgelopen seizoen ook door kunnen gaan bij FC Oss. Ze boden me een nieuw contract aan, maar ik wilde toch een stap hogerop. Sindsdien ben ik op zoek naar iets nieuws, het gaat alleen niet makkelijk. Nu zit ik al een tijd zonder club. Het is moeilijk, maar het maakt me mentaal alleen maar sterker. Het vormt me als mens.

Ik zat voor het eerst zonder club toen ik in de zomer van 2013 wegging bij CFR Cluj. Ik heb veel meegemaakt daar, in Roemenië. In mijn eerste jaar speelde ik met CFR Cluj in de Champions League. Dat gevoel is echt onbeschrijfelijk. Louis van Gaal gaf me nog complimenten na het duel met Bayern München. In het eerste duel met AS Roma raakte ik na vijf minuten Francesco Totti met mijn noppen vol op zijn achillespees. Het ging echt per ongeluk, maar vanaf dat moment heeft hij me heel de wedstrijd alleen maar uitgescholden in het Italiaans. Na de wedstrijd twijfelde ik nog even om shirtje met hem te ruilen, maar ik vermoedde dat dit er niet in zat.

In mijn eerste anderhalf jaar bij CFR Cluj heb ik vijf verschillende trainers gehad. Die kwamen steeds met hun eigen spelers. Op een gegeven moment wist ik dat ik niet meer zou gaan spelen en ben ik een half jaar op huurbasis naar Mjällby in Zweden gegaan. Daarna zou ik weer naar Nederland gaan. Alles was al rond voor een verhuur naar VVV-Venlo. Mijn toenmalige vriendin had alles in Nederland al geregeld voor mijn dochtertje. Maar op de dag van mijn afscheid mocht ik ineens niet meer weg van CFR Cluj, omdat een andere middenvelder zijn achillespees scheurde. Ik moest mijn vriendin bellen met het slechte nieuws. Ze was in shock en moest huilen.

Ik ben daardoor nog een seizoen gebleven, maar speelde er bijna niks meer. Na dat jaar liep mijn contract af. Ik had geluk: er was direct interesse van Heracles Almelo. Lerin Duarte zou naar Ajax gaan en daarna konden ze mij halen. Maar de transfer ging niet door. Tijdens een training scheurde ik mijn achillespees. Van Milano Koenders, die toen bij Heracles speelde, hoorde ik dat ze me wel in de gaten zouden houden. Maar ik ben een volwassen man, ik weet heus wel dat het niet zo werkt. Ik kon niet verwachten dat ik na zo’n blessure direct een club zou vinden.

Na vijfenhalve maand revalideren speelde ik pas weer mijn eerste oefenwedstrijd met de Wooter Academy. FC Eindhoven toonde in die periode interesse, maar geld was een probleem, dus ik kon alleen op amateurbasis komen. Dat vond ik goed, maar ik wilde dan wel een appartementje in de buurt van de club. Ik kan natuurlijk niet kosteloos elke dag op en neer rijden van Amsterdam naar Eindhoven. Een appartementje kon niet geregeld worden, dus toen hield het op.

Uiteindelijk kreeg ik een aanbieding van Kabuscorp SC uit Angola, het land waar mijn roots liggen. Ik heb er een wedstrijd gekeken en gesproken met de president van de club. Het klikte meteen tussen die man en mij. Hij nodigde me bij hem thuis uit bij zijn familie, wat ik veel vond zeggen. Ik twijfelde wel over de stap naar Angola, omdat het toch erg ver weg is. Maar ze wilden me graag hebben en deden me een paar aanbiedingen. Uiteindelijk ben ik er toch voor gegaan.

Ik was al een paar keer in Angola geweest voor het nationale elftal en heb familie daar, maar het blijft een compleet andere wereld. Het ene moment zie je villa’s, het andere moment rijd je door een sloppenwijk. In het begin schrik je daarvan, maar in Roemenië had ik daar al mee leren omgaan. Bij elk stoplicht vraagt een zigeuner daar om geld. Aan het begin geef je iedereen wat, maar op een gegeven moment kom je met een lege portemonnee thuis. Je kunt niet iedereen helpen.

Ik kampte in Angola alleen enorm met heimwee. In een interlandweek was ik regelmatig drie dagen vrij, maar dan kun je niet even snel op en neer naar Nederland. Het was ook allemaal lastig met visums om mensen over te laten komen. Op een gegeven moment hadden we al drie maanden geen salaris gehad, terwijl ik daar in een hotel woonde dat ik zelf moest betalen. Toen ik last kreeg van mijn hamstring en een echo wilde laten maken door mijn eigen fysio, ben ik met de helft van mijn hebben en houden naar Nederland gevlogen.

Ik belde Kabuscorp SC op en gaf aan dat ik niet meer terug zou komen. Ik wilde eerst mijn salaris. ‘Waarom niet? Dominique, kom gewoon hierheen. Dan praten we erover,’ zeiden ze. Ik had daar geen zin in. Ik ga niet helemaal in Afrika zitten, terwijl mijn gezin in Nederland zit en ik geen salaris krijg. Toen betaalden ze alles in één klap en ben ik weer keurig teruggevlogen naar Angola. De president van de club begreep het wel en moest heel hard lachen. Hij had hetzelfde gedaan, zei hij, terwijl hij de man was die mij moest betalen.

Ik ben daarna nog naar een andere club in Angola gegaan, Progresso Sambizanga. Maar daar kreeg ik weer heimwee. Dat vertelde ik gewoon eerlijk. Ze hebben mijn contract ontbonden en me laten gaan. Mijn goede vriend Jeremain Lens vroeg waarom ik niet weer bij NEC ging meetrainen. Hij kende Ernest Faber – die daar toen trainer was – nog uit zijn tijd bij PSV en heeft het meteen aan hem voorgelegd. Faber vond het interessant. Ik kreeg een screenshot van Jeremain, waarop Faber zei: ‘Ik zie dat hij Champions League heeft gespeeld, dan wil ik het ook zien.’ Na een week wist hij genoeg en probeerde hij een contract voor me te regelen. Helaas werkte het technisch hart van NEC tegen en is het er niet van gekomen.

Uiteindelijk werd het FC Oss. Daar speelde ik afgelopen seizoen een wedstrijd tegen Jong Ajax, met Abdelhak Nouri. Ik had hem als jonge jongen vaak op de pleintjes van Geuzenveld zien voetballen en hij is een goede vriend van mijn broertje. Op een gegeven moment kwam hij aan de buitenkant van het veld op me af dribbelen. Ik weet hoe hij iemand voor paal kan zetten met zijn techniek, dus ik riep: ‘Zet me niet voor schut, zet me niet voor schut! Ik wil niet op YouTube.’ Hij moest lachen en speelde de bal af. Riep hij later: ‘Kivuvu, natuurlijk ga ik dat niet bij jou doen. Je komt uit de buurt.’

In Geuzenveld heerst veel criminaliteit, maar Nouri is echt een voorbeeld voor veel jongens. Ondanks zijn leeftijd was hij al zo volwassen. Blijf vooral uit de problemen, was zijn boodschap. Ik was echt in shock toen ik het nieuws afgelopen zomer hoorde. Ik ben daarna ook bij zijn familie geweest. Ik heb er gegeten en ben mee geweest naar de moskee. Ik ben geen moslim, maar ze vroegen of ik meeging en zoiets doe je dan uit respect. Daar zag ik hoe positief en sterk ze zijn. Vooral zijn vader was heel sterk, daar heb ik echt respect voor. We waren in zijn tuin en hij vroeg: ‘Hoezo lacht niemand meer? Iedereen moet gewoon praten en lachen. Het leven gaat door. Appie wil dit niet.’ Hij was zelf ook altijd de lolbroek, dat moeten we blijven doen.

Voetbal is altijd heel belangrijk voor me geweest, maar er zijn belangrijkere dingen. Op zo’n moment besef je dat. Dan krijg je door: ook dit kan zomaar gebeuren. Gezondheid is het allerbelangrijkste. Ik voel me nu gelukkig goed. Om fit te blijven voor als er een club langskomt, werk ik met personal trainer Stefano Seedorf. Hij traint ook Milano Koenders en Mitchell Burgzorg en ook Evander Sno heeft er een tijdje rondgelopen. We werken aan kracht, uithoudingsvermogen en snelheid. Als ik me zo blijf voelen, weet ik zeker dat ik nog vier jaar kan voetballen.”

Dit is een verhaal uit de rubriek Ongewenst Transfervrij, waarin VICE Sports profvoetballers aan het woord laat die graag weer willen spelen, maar door hun eigen fouten of botte pech geen club hebben. Zie hier alle verhalen uit deze serie.

Mis niets! Like VICE Sports Nederland voor je dagelijkse dosis ijzersterke sportverhalen.