We spraken international Jeroen Saedt over voetballen met een hersenbeschadiging

“In het team maken we grapjes over hoe we eten, dat na een maaltijd soms alles onder zit.”

door Nick de Jager; foto's door David van Haren
|
21 juni 2018, 1:08pm

Jeroen Saedt en ik lijken op elkaar. We trappen in het weekend allebei een balletje bij een amateurclub, we moeten het tijdens het uitgaan bepaald niet van ons gouden keeltje hebben (aardappelen kunnen beter zingen) en we hebben beiden een shirt van het Nederlands elftal in onze kast hangen. Maar terwijl ik me alleen in het oranje hijs om me enigszins aan de dresscode te houden voor een festival op Koningsdag, heeft Saedt het nationale tenue op heel wat imposantere plekken gedragen. Op een WK, om maar wat te noemen.

Saedt (23) heeft cerebrale parese (CP) en speelt zijn interlands voor het Nederlandse CP-voetbalteam. CP is een spierzwakte die ontstaat door een beschadiging in de hersenen. De prikkels van de beweging die hij in zijn hoofd bedenkt, doen er daardoor langer over om bij zijn spieren te komen. Saedt zit als aanvallende middenvelder al jaren bij de selectie van het Nederlands CP-elftal, waarmee hij op EK’s en WK’s heeft gespeeld tegen voetballers met dezelfde bewegingsstoornis. Vlak na het WK dat nu bezig is in Rusland, wordt het EK CP-voetbal in Nederland gehouden. Saedt is met zijn team, als nummer drie op de wereldranglijst, kanshebber voor de eindoverwinning.

VICE Sports: Hoi Jeroen. Hoe word je beperkt door CP tijdens het voetballen?
Jeroen Saedt: Ik verwerk informatie iets minder snel, en voer handelingen wat trager uit. Tegelijkertijd is het niet zo dat het heel erg opvalt. Ik speel gewoon bij het tweede van FC Zutphen, een amateurclub bij mij in de buurt. Ik ben er sowieso pas op mijn achttiende achter gekomen dat ik CP heb.

Waarom wist je het niet eerder?
Ik liep in mijn jeugd een beetje anders dan anderen, maar wist niet dat het door CP kwam. Het duurde bij mijn geboorte lang voordat ik eruit was. Dat zorgde voor zuurstoftekort en daardoor heb ik autisme gekregen. Geen zware vorm, maar ik had het in mijn jeugd wel wat lastiger. Op school was ik af en toe een lastige jongen en ik ben een tijdlang van voetbal afgegaan. Ik speelde in de D1, maar de sfeer in mijn team was niet goed. Sommige teamgenoten gedroegen zich als haantjes en ik was sociaal te kwetsbaar om daarmee om te gaan. Voor mijn ontwikkeling als mens was het beter te stoppen.

Waarom ben je toch weer op voetbal gegaan?
Ik behield mijn passie voor voetbal. Toen ik stopte, ben ik andere sporten gaan doen. Hockey, tennis… Het was niet hetzelfde. Ik wilde snel weer voetballen, maar werd eerst nog geremd door mijn ouders. Op mijn zeventiende besloot ik het weer eens te proberen. Ik sloot me aan bij mijn oude club FC Zutphen. Ik kwam in het derde terecht en werd heel goed door mijn trainer Jos Janssen opgevangen. Op het veld ging het eigenlijk vanzelf.

Je wist toen nog steeds niet dat je CP had. Hoe ontdekte je dat?
Dat kwam een jaar later. Ik mocht een oefenduel meedoen met het tweede elftal. In de auto vertelde trainer Rob Haveman over een wedstrijd die zijn team had gespeeld, tegen een CP-team. Ik had geen idee wat dat was. Toen ik hoorde wat het was, dacht ik: ik heb ook een zuurstoftekort gehad, misschien heb ik ook CP. Mijn trainer heeft toen Taco Lourens, destijds assistent-trainer van het Nederlands CP-team, getipt. Op dat moment is het balletje gaan rollen. Ik heb testen gedaan bij de KNVB in Zeist. Daar bleek uit dat ik een beperking had.

Je bent er compleet door toeval achter gekomen.
Ja, ik had niet zo’n last van mijn lichaam bij het voetbal. Ik was beter geweest als ik het niet had, maar ik wist niet anders. Het was moeilijk om de zwaarte van mijn beperking te bepalen. Een zevental (CP-teams spelen in zeventallen, red.) moet verschillende gradaties aan beperkingen opstellen. Uit de keuringen kwam geen sluitend antwoord op de vraag welke gradatie ik precies had. Op de bank konden ze goed zien dat ik een beperking had, maar op het veld bijna niet. Uiteindelijk kwam ik in de zwaarste categorie terecht, waardoor ik veel kon spelen in het begin. Heel fijn. Nu zit ik overigens in de middelste categorie.

Ben je gelijk naar Oranje gehaald?
Ik was meteen welkom om een paar keer mee te trainen op Papendal. Op basis daarvan mocht ik mee naar Engeland. Daar was een voorbereidingstoernooi voor het EK van 2014 in Portugal. We zaten op St. Georges Park, het centrum van de Engelse voetbalbond. Dat is een ontzettend groot complex, met een Hilton-hotel en velden met Wembley-gras. Ik was nog een beetje nerveus, want ik zat nog niet lang op voetbal en had veel gemist in mijn ontwikkeling. Maar ik mocht meedoen. Ik voelde me een halve profvoetballer.

Een paar maanden later pakten jullie zilver op het EK.
Dat was een prachtige ervaring. Ik maakte er mijn eerste doelpunten voor Oranje. In de groepsfase, tegen Denemarken, scoorde ik meteen een hattrick. We wonnen die wedstrijd met 14-0, dus heel bepalend waren die doelpunten niet, maar toch. De mooiste wedstrijd was de halve finale tegen Ierland. We kwamen 2-0 voor, maar die Ieren kwamen terug. Het werd gelijk en in de laatste minuut kregen we een penalty. We misten, maar gelukkig wonnen we in de verlenging alsnog. De ontlading die toen vrijkwam, heb ik nog nooit eerder meegemaakt. Pure vreugde.

Je hebt inmiddels een aantal EK’s en WK’s meegemaakt, maar de Paralympische Spelen lijken me het hoogst haalbare. Hoe was het om daarbij te zijn in Rio?
Het is jammer dat we vierde werden, net geen medaille. De aandacht die je tijdens de Paralympische Spelen krijgt, is met geen ander toernooi te vergelijken. Vooraf had Danny Blind, toen bondscoach van het ‘grote’ Oranje, een videoboodschap voor ons ingesproken. Maar ook het stadion en het publiek waren fantastisch. We speelden wedstrijden voor achtduizend man. De beste sfeer was er tegen Argentinië, de aartsrivaal van Brazilië. Het hele stadion juichte voor ons en joelde bij elk balcontact. We waren op een ander continent, maar speelden praktisch een thuiswedstrijd.

Het je ook een mooie verzameling shirtjes die je hebt geruild op zulke toernooien?
Soms ruil ik shirtjes, maar een keer ging het mis. Op het WK 2017 in Argentinië speelden we tegen Brazilië. Ik wilde na de wedstrijd mijn shirtje ruilen met Wanderson. Een goede speler, dus bijzonder om te hebben. Wij ruilden dat shirtje. Wat bleek: die Brazilianen hebben goede spelers, maar geen goede shirts. Het was van veel mindere kwaliteit dan een officieel Oranje-shirt.

Waarom baalde je er zo van?
Ik had spijt, ook omdat op mijn shirt dit keer nummer 9 stond. Normaal heb ik altijd nummer 2. Ik dacht dat ik mijn shirt niet meer terug kon krijgen en liep naar de coach van de Brazilianen. Ik legde hem via een tolk de situatie uit. Ik gaf hem wat accessoires mee, zoals een vaantje met de KNVB-leeuw. Die spelers hadden mijn shirt natuurlijk al lang en breed verstopt. De coach zette die hele selectie op een rijtje in de kleedkamer, waarna de assistenten de kastjes gingen doorzoeken. Kwamen ze in een van die kastjes mijn shirt tegen.

Ik gaf ze als dank nog wat vaantjes cadeaus, en daarvoor kreeg ik zelf alsnog een paar Braziliaanse shirtjes. Toen voelde ik me weer schuldig. Ik heb ze wat witte hemdjes gegeven, om maar iets terug te doen. Ik was heel blij dat ik mijn shirt had. Het ligt niet voor niets in mijn vitrinekast. Ik beloofde ze op het volgende toernooi wél een goed shirt te geven.

Wat zijn je verwachtingen voor komend EK?
Ik hoop dat het een beetje gaat leven in Nederland. Het is voor mij leuk dat mijn familie naar de wedstrijden kan komen kijken. Mijn moeder, vader en zus komen al heel vaak, maar nu kunnen bijvoorbeeld mijn opa en oma ook komen. De titel halen wordt moeilijk, maar we gaan voor een medaille. We hebben zeker kansen. Het eerste doel is natuurlijk om de poule door te komen.

Wat heeft voetballen met het CP-team jou gebracht?
Het heeft me zelfstandiger gemaakt. En sommige ploeggenoten zijn echt vrienden geworden. We bezoeken af en toe een wedstrijd samen. Het leuke is dat we allemaal een beetje zelfspot hebben. We maken grapjes over hoe we eten en dat na een maaltijd soms alles onder zit. Dat is goed, geloof ik.

En CP zelf? Hoe heeft de ontdekking daarvan jouw leven beïnvloed?
Het heeft me geholpen, omdat ik weet wat ik precies heb. Ik woon inmiddels op mezelf en werk bij een bakkerij. Als beginnend bakker help ik met van alles mee. Mijn favoriete taart om te maken is de slagroom-appelkruimeltaart. Die kan lekker mee met het niveau daar. Ik denk weleens: waar was ik gekomen als ik geen CP had? Maar je moet het doen met wat je hebt en daar moet je het beste uithalen. Iedereen heeft iets. Ik ben wat dat betreft heel blij dat CP-voetbal op mijn pad is gekomen.

Mis niets! Like VICE Sports Nederland voor je dagelijkse dosis ijzersterke sportverhalen.