Waarom Mark de Vries moederziel alleen in Hongarije is

"Ik heb er echt alles voor over om te slagen. Achttien maanden lang heb ik mijn kinderen nauwelijks gezien."

door Julian Droog; foto's door Julian Droog
|
mei 22 2018, 9:45am

De ober in tapasrestaurant Pata Negra in het centrum van Boedapest zet nog twee koude flesjes San Miguel neer. De Spaanse gehaktballen, varkensribbetjes en een zalmtartaar staan daarnaast. “Eigenlijk zou ik dit wel vaker mogen doen,” zegt Mark de Vries, terwijl hij naar de goed gevulde tafel kijkt. De oud-profvoetballer is dit seizoen helemaal alleen op avontuur in Hongarije, waar hij werkt als assistent-trainer bij Budapest Honved.

De Vries (42) is inmiddels zes jaar gestopt als profvoetballer. Tijdens zijn loopbaan bij onder meer Heart of Midlothian, Leicester City, sc Heerenveen en Cambuur groeit hij uit tot een publiekslieveling. Zijn populariteit wordt nog groter door het tv-interview dat hij in 2012 geeft aan het einde van het voetbalseizoen. De Vries barst dan in huilen uit, omdat zijn contract bij Cambuur is opgezegd. Het betekent het einde van zijn carrière als voetballer. Nu werkt De Vries aan een nieuwe carrière als trainer. Ik ben naar Hongarije afgereisd om hem daarover te spreken.

“Ik ben op een missie”, zegt De Vries in Boedapest. “Ik wil hoofdtrainer worden. Het liefst zo snel mogelijk.” Honved is na avonturen in China en op de Faeröer Eilanden de vierde profclub waar hij werkt is als trainer. Ik bezoek een wedstrijd van Honved tegen Ujpest, kijk Champions League bij De Vries thuis en spreek hem in Pata Negra over zijn avonturen als trainer, het bekende huilinterview aan het einde van zijn spelersloopbaan en het belang van hiërarchie in de kleedkamer.

VICE Sports: Mark, wat krijg je hier mee van de Hongaarse manier van leven?
Mark de Vries: Op de club zie ik aan de mensen uit welke sociale klasse ze komen. Er zijn best wel grote verschillen hier. We hebben bijvoorbeeld een materiaalman, Robby Baggie. Tenminste, zo noemen we hem. Zijn echte achternaam weet ik niet eens. Hij is een oude Hongaar en werkt al zijn hele leven voor de club. Hij verdient volgens mij niet heel veel. Je kan aan zijn lichaamstaal zien dat hij het zwaar heeft, maar hij is altijd vrolijk.

We hebben een bijzondere band. Iedere dag geef ik hem een knuffel. Ik praat Nederlands tegen hem, hij spreekt Hongaars terug. Toch begrijpen we elkaar. Laatst was hij er een week niet. Toen ik hem weer zag, tikte hij op zijn borst. Het ging slecht met zijn hart. Dat soort momenten raken me.

Wat heeft je naar Hongarije gebracht?
Afgelopen zomer werkte ik op de Faeröer Eilanden met Maurice Ross, een Schotse vriend. We zagen die periode als een soort trainersbootcamp. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat waren we met het spelletje bezig. Wat moesten we anders? We zaten aan het einde van zo’n fjord en keken tegen een berg aan. Op een dag belde Erik van der Meer mij. Hij zocht een assistent-trainer bij Budapest Honved. Dat was een gouden kans voor mij om mijn cv verder op te krikken, omdat Honved dit seizoen in de voorronde van de Champions League ging spelen.

Erik van der Meer is hier in december ontslagen. Waarom zit jij hier nog wel?
De club wilde mij niet afkopen. Dus ben ik gewoon mijn werk blijven doen onder de nieuwe coach. Uiteindelijk ben ik blij dat ik ben gebleven. Ik heb geleerd om te gaan met zo’n aparte nieuwe situatie. Dat gaat me goed af. Ik heb ook wel het idee dat ik hier in Hongarije een naam heb opgebouwd. Met de spelers kan ik namelijk heel goed overweg. Ik merk ook dat ze mijn visie en inbreng respecteren en mij als een toegevoegde waarde zien.

Toen ik hier bij de thuiswedstrijd tegen Ujpest was, kreeg ik de indruk dat niet alle supporters hier lieve jongens zijn. Krijg je daar ook wat van mee?
Over het algemeen zijn het aardige mensen, maar op dat dag dat Erik was ontslagen kwam het bijna tot een handgemeen met twee supporters. Ik reed samen met Erik weg van de club toen de spoorbomen gelijk om de hoek van het sportcomplex net naar beneden gingen. We moesten wachten en stonden klem tussen twee auto’s. Erik zag al snel twee gasten aan komen lopen. Ze vroegen eerst of hij Erik was en meteen daarna wilde een van die mannen zijn arm in de auto steken. Erik deed snel het raam dicht en zei dat hij net ontslagen was.

Maar dat was blijkbaar niet genoeg. Ze schreeuwden dat hij moest oprotten. Op het moment dat Erik nog een keer zijn raampje open deed, wilde die supporter weer zijn hand in de auto steken. Toen zetten we ons schrap om te vechten. Erik en ik keken elkaar aan en wisten: als het moet, dan moet het. Gelukkig konden we precies op dat moment weer doorrijden. De woede was in die periode vooral gericht op Erik, dus ik heb er nu geen last van.

Waarom kies je eigenlijk voor een omweg als trainer? Het zijn niet de meest bekende voetballanden waar je tot nu toe hebt gewerkt.
Ik heb geen tijd om te wachten totdat ik ergens in Nederland een kans krijg. Ik ben bijna 43. Een trainer heeft natuurlijk ook een houdbaarheidsdatum. Nu heb ik in korte tijd een duidelijke cv opgebouwd. Ik heb video-analyses gemaakt, tweede elftallen geleid en ervaring in de voorronde van de Champions League opgedaan. Kom daar maar eens aan in Nederland als beginnende trainer. Ik heb er echt alles voor over om te slagen. Achttien maanden lang heb ik mijn kinderen nauwelijks gezien en nu zit ik helemaal alleen in een onbekend land. Het is gewoon mijn droom om hoofdtrainer te worden.

Ik sprak tijdens de wedstrijd tegen Ujpest vrienden van je in het stadion. Zij vertelden me dat je echt op een bezeten manier bezig bent met het vak, bijvoorbeeld dat je hele dagen naar video’s kijkt.
Ik heb toegang tot een programma waarin je alle wedstrijden van over de hele wereld en clips van spelers kunt zien. Soms zoek ik een willekeurig land en ga ik een wedstrijd kijken. Bijvoorbeeld een competitieduel uit Argentinië of Bolivia. Ik ken de spelers dan niet, maar hoop dat ik iets zie dat me interesseert. Laatst heb ik zelfs naar een wedstrijd uit derde divisie van Frankrijk zitten kijken. Als je constant wedstrijden uit dezelfde competitie ziet, vallen de kleinste dingen niet meer op, omdat er steeds dezelfde dingen gebeuren. Op deze manier blijf ik mezelf kietelen.

Wat doe je vervolgens met die waarnemingen?
Ik teken veel trainingen uit en denk na over tactieken. Ik heb thuis een hele stapel papieren liggen. Ik ben bijna obsessief als het gaat om formaties en speelwijzen. Ik heb thuis zo’n whiteboard staan met magneten. Ik zit bijna iedere avond te schuiven en te puzzelen met die dingen. Ik doe het allemaal om het trainersvak me helemaal eigen te maken en mijn eigen filosofie uit te werken. Die is eigenlijk heel simpel: ik wil gewoon voetballen.

Dat had ik niet verwacht bij zo’n bonkige oud-spits.
Iedereen denkt waarschijnlijk dat ik houd van lange ballen, omdat ik als voetballer vaak gedwongen zo gespeeld heb. Maar dat is niet mijn filosofie, al ben ik het wel eens met bijvoorbeeld Pierre van Hooijdonk dat het eindeloze geschuif achterin ogenschijnlijk tot niets leidt. Waar we in Nederland te lang door blijven breien, kun je ook een keer zeggen: laten we het probleem verleggen. De bal naar de spits spelen en dan gaan voor de tweede bal.

Verschilt de mentaliteit in het Hongaarse voetbal van de Nederlandse?
In Hongarije is die hiërarchie nog meer voelbaar dan in Nederland. Hier bepalen de oudere spelers bijvoorbeeld wat er gebeurt in de kleedkamer. De jonge jongens hebben daar niets over te zeggen. Een jongere speler zou hier never een grote mond hebben tegen een oudere speler. Dat vind ik niet verkeerd. Ik kan slecht tegen de air die sommige jonge spelers over zich hebben. Er hangt een sluier van “kijk mij nou” over ze heen, ook als ze nog niks bewezen hebben. Ik moet daar aan wennen, want als trainer moet ik daar gewoon mee dealen.

Toen ik in Schotland en Engeland voetbalde, merkte ik daar ook dat de hiërarchie nog belangrijk is in de kleedkamer. Daar had iedere voetballer bijvoorbeeld een bootboy, een speler uit het beloftenteam die je schoenen schoonmaakt. Met kerst en aan het einde van het seizoen gaf je jouw bootboy dan wat geld als dank. Andrew Driver, die nu bij De Graafschap speelt, was mijn bootboy bij Hearts. En Andy King, die later met Leicester City kampioen is geworden, maakte mijn schoenen schoon toen ik daar speelde. In Nederland is zoiets ondenkbaar.

[De Vries laat een korte stilte vallen.]
Weet je waar ik slecht tegen kan? Van die spelers die met zo’n enorm chagrijnige kop op de bank gaan zitten. Als je gehoord hebt dat je niet speelt, is het logisch dat je boos bent. Als voetballer moet je altijd willen spelen, maar er moet nog wel een wedstrijd gespeeld worden. Als je dan zo chagrijnig op de bank gaat zitten, maak je geen gemotiveerde indruk. Moet ik je dan als coach nog laten invallen? Ga jij met die houding voor mij de wedstrijd beslissen?

Dat is gewoon een teken dat je jezelf belangrijker vindt dan het team. Toen ik bij derdeklasser HCSC coach was, had ik een routinier die zelfs weigerde warm te lopen. Ik heb het toen tijdens de wedstrijd laten gaan, maar in de kleedkamer heb ik hem duidelijk gemaakt wat ik ervan vond. Zoiets wilde ik niet meer hebben. Voor de rest van de spelers was het ook meteen duidelijk. Het was een goede test voor mij als trainer, want het was in mijn allereerste wedstrijd als coach.

Je hebt dus zelf als speler nooit geweigerd om in te vallen?
Nee, maar ik heb weleens een hele helft voor niks warmgelopen. Achteraf kan ik daar wel om lachen. Het was met Cambuur tegen Fortuna Sittard, Stanley Menzo was mijn coach. De wedstrijd was bijna afgelopen toen Menzo me riep. Voordat ik nog een paar minuten mocht invallen, zei hij gewoon eerlijk dat hij me helemaal vergeten was. Zo gefocust was hij op de wedstrijd. Hij heeft wel drie keer sorry gezegd.

Uiteindelijk kwam er op een vervelende manier een einde aan je spelerscarrière, toen Cambuur jouw contract niet verlengde. Hoe kijk je daar nu op terug?
Het afscheid steekt nog steeds, omdat ik niet zelf heb kunnen bepalen wanneer ik stopte. Zo zag ik het einde niet voor me. Ik hoopte dat Cambuur me zou willen behouden, op wat voor manier dan ook. Ik had en heb nog steeds een zwak voor die club. Daarom deed het pijn. Ik was 36 en snap dat er door geselecteerd moet worden, maar op die leeftijd had ik nog niet zoveel verval getoond dat ik uit de groep moest. Ik was nog topfit. Wie weet had ik nog wel drie jaar door gekund. Ik kon na Cambuur nog wel voor een jaar naar MVV, maar ik woonde in Den Helder, dus dat ging niet.

Het interview waarin je aangaf dat jouw contract niet verlengd werd bij Cambuur, is memorabel. Het gebeurt niet vaak dat iemand op deze manier moet huilen tijdens een interview. Ben je een emotionele man?
Heel eerlijk, ik ben een jankerd. Als ik ga vertellen wat ik voor mijn kinderen voel, kan ik zo in huilen uitbarsten. Mijn leven draait om mijn kinderen, voetbal is dan heel even bijzaak. Bij gebeurtenissen in het voetbal kan ik ook emotioneel worden. Dat gevoel zit heel diep. Dit seizoen raakte bij ons Filip Holender voor een Champions League-wedstrijd geblesseerd. Ik wist meteen dat hij niet ging spelen en zo’n mooie wedstrijd zou missen. Ik heb zelf elf keer gespeeld in de UEFA Cup en ook gescoord. Zo’n wedstrijd is het mooiste dat er is. Het team zou een geweldige ervaring hebben, terwijl Filip dat ging missen. Ik stond te huilen op het veld. Ik kan keihard zijn, maar als ik me kan identificeren met iemand, dan raakt me dat heel diep. De tranen komen dan vanzelf.

Hoe moeilijk was het om na je voetbalcarrière verder te gaan met je leven?
Ik heb een harde tijd gehad. Ik wil het geen depressie noemen, maar het heeft veel tijd gekost voordat ik accepteerde dat ik geen voetballer meer was. Het is cliché, maar uiteindelijk heeft de passie voor de sport me er bovenop geholpen. Op een gegeven moment heb ik tegen mezelf gezegd: je kan jezelf zielig blijven vinden, maar daar schiet je niets mee op. Ik ben de trainerscursus in Schotland gaan doen en heb de afgelopen tijd over de hele wereld gewerkt. Ik ben weer gelukkig en kan nu ook zeggen: ik ben trainer, geen voetballer.

Hoe was jouw jeugd eigenlijk?
Goed, ik mag niet klagen. Ik had veel vrienden en lag goed bij de meiden. Ik redde me altijd wel. Mijn moeder heeft me alleen opgevoed in Den Helder. Ze werkte keihard als vrijwilligster om zo een bestaan op te bouwen, maar we hadden het niet breed. Ik voetbalde op schoenen van mijn oom. Die waren drie maten te groot. Of ik kreeg het oude paar van mijn teamgenoten. Maar juist ik heb het gered, de meeste anderen niet. Dat zegt wel wat.

Mijn vader heb ik maar één keer gezien, hij woont in Suriname. Ik voel niet echt een band met hem. Hij is nooit betrokken geweest bij mijn leven. Wel zou ik hem nog een keer willen opzoeken met de kinderen. Zodat ze weten wie hij is, dat hij bestaat. En dat ze een foto kunnen maken met de papa van hun papa.

Reza Ghoochannejhad omhelst Mark de Vries na een goal voor Cambuur in 2011.

Je bent geboren in Paramaribo, maar hebt een heel Hollandse achternaam. Waar komt je achternaam vandaan?
Ik heb mijn achternaam van mijn moeder. Zij is half Surinaams, haar vader woonde in Leeuwarden. Vlak nadat ik geboren ben, ben ik met mijn moeder van Suriname naar Nederland gegaan. Vroeger werd ik in Nederland weleens gek aangekeken op die achternaam. Toen ik nog op de HEAO zat, moest ik me eens melden bij een balie. Daar stond een mevrouw met haar rug naar me toe, ze was ergens mee bezig. Ze vroeg alvast mijn naam en wat ik kwam doen. Vijftien seconden later draaide ze zich om en schrok zich helemaal rot. Het laatste wat ze verwachtte was een grote neger.

Wat zijn je plannen voor komend seizoen?
Ik ga terug naar Nederland. Ik heb nu achttien maanden in het buitenland gezeten. Het is voorlopig lang genoeg geweest. De afstand tot mijn drie kinderen wordt steeds moeilijker. Ik heb een dochtertje van twee jaar die ik weinig heb gezien. Vlak na haar geboorte ben ik naar China vertrokken, daarna zat ik op de Faeröer Eilanden en nu hier. Ik hoop na de zomer coach te worden bij een amateurclub in de Tweede of Derde Divisie van Nederland en daarnaast als assistent-trainer aan de slag te gaan in de Ere- of Eerste Divisie.

Je maakt een heel erg serieuze en ambitieuze indruk. Ga je ook nog weleens lekker de kroeg in?
Weet je wat het is, die tijd heb ik wel gehad. En ik ken mezelf, als ik één biertje op heb, volgt de tweede en dan ook de derde. Rond 2 uur weet ik niet meer of ik van voor of achteren leef. En dan moet er daarna nog een shoarmaatje in.

Dat klinkt als een topavond.
Ja, maar dat ga ik toch niet iedere week meer doen? Ik heb dat allemaal wel gedaan toen ik jong was, maar ik ga nu toch niet meer op stap met van die jonge gasten. Af en toe ga ik nog ergens een hapje eten of zo. Laatst was een vriend van me uit Nederland hier met zijn voetbalteam. Toen heb ik nog een topavond gehad. Ik was van plan om het rustig aan te doen, maar toen ik binnenkwam stond er al zo’n grote jongen voor me klaar op de bar. Ik had hem nog niet op of er stond een tweede glas klaar. Toen heb ik mijn jas uitgedaan, ben ik gaan zitten en hebben we een geweldige avond gehad.

Tot slot, ik kwam ook nog een ander filmpje van je tegen, in een bomvolle kroeg in Schotland. Hoe kan het dat je daar zo populair bent?
Ik heb daar vier keer gescoord bij mijn thuisdebuut in de derby tegen Hibs. In augustus krijg ik altijd berichtjes van mensen uit Schotland over die vier goals, omdat het dan weer een jaar geleden is. Zo van: “Mark, weet je nog die vier goals? Bedankt hè!” Schitterend toch? Gaat dit jaar ook weer gebeuren, daar durf ik vergif op in te nemen.

Achter dat filmpje in de kroeg in Edinburgh zit nog een heel verhaal. Dat was in mijn tijd bij Cambuur. Voor een belangrijke promotiewedstrijd tegen Roda JC had ik zoals altijd mijn laptop bij me om in de spelersbus filmpjes te kijken. In zo’n cd-mapje vond iemand twee dvd’s van mijn tijd bij Hearts. Die hebben we in de bus aangezet. Zij zagen toen die vier goals van mijn debuut voor Hearts tegen Hibs. Die jongens vonden het geweldig hoe dat ging.

Zo is het idee ontstaan om als groep een weekend naar Hearts te gaan. We zijn met twaalf man naar diezelfde derby tegen Hibs gegaan. Na de wedstrijd zei er één: “Laten we die kroeg nog even ingaan”. Voordat ik binnen was, hadden mensen me al herkend. Ik werd helemaal naar de achterkant van de bar begeleid, ik heb drankje gedronken en na acht minuten stond ik via de achterdeur alweer buiten. Maar dat had niemand door in die kroeg.

Dit is een interview uit de serie Het Nieuwe Leven, waarin gestopte profvoetballers vertellen over hun nieuwe carrières. Zie hier alle verhalen uit deze serie.

Mis niets! Like VICE Sports Nederland voor je dagelijkse dosis ijzersterke sportverhalen.