Rugby en een miljoenenbedrijf: de wereld van Hesam Fahimi

“Als jij op kantoor komt met een blauw oog ben je voor mensen slachtoffer. Ik ben voor veel mensen dader.”

door Ties Cleven; foto's door Kas van Vliet
|
mei 18 2018, 8:56am


In het weekend en ‘s avonds een bitje en het rood-zwart-geel van de rugbyers van The Dukes, tijdens kantooruren een colbert en een gestreken overhemd: dat is het leven van de in Iran geboren Hesam Fahimi. Al tien jaar combineert hij de werelden van rugby en het ondernemen.

Vanwege pijntjes, een aanstaand huwelijk en zakelijk succes stopte Fahimi na de seizoensfinale van 2015 met rugby bij The Dukes. In die wedstrijd veroorzaakte hij twee tegenscores. Revanchegevoelens zorgden ervoor dat hij vorig jaar opnieuw het veld betrad, ondanks de blauwe ogen waarmee hij soms aanschuift bij meetings. VICE Sports zocht Fahimi op in zijn kantoor in het hartje van Eindhoven. Dit is zijn verhaal.


“De combinatie van rugby op het hoogste niveau en het aansturen van ons bedrijf is loodzwaar. We trainen twee of drie avonden per week. Regelmatig loop ik de ochtend daarna naar de make-updoos van mijn vrouw. Heb ik weer een blauw oog of een snee in mijn gezicht, terwijl ik een partner ga ontmoeten. Met foundation werk ik de wonden dan ’s morgens weg.

Ideaal is dat niet. Na een wedstrijd lig ik vaak de hele zondag verkreukeld op de bank. Wat het extra lastig maakt: als jij met een blauw oog gaat vergaderen, ben je voor mensen het slachtoffer. Ik ben met mijn wat brede uiterlijk voor mensen toch al snel de dader, een vechtersbaas. Mijn afkomst helpt ook niet mee. Mijn wieg stond in de Iraanse hoofdstad Teheran. Tot mijn tiende woonde ons gezin in Iran. Omdat mijn broer astma heeft, konden we niet in Teheran blijven. Die stad ligt in een dal waar smog hangt. Snel na de geboorte van mijn broertje verhuisden we naar Karaj, op een uur rijden van Teheran. Daar speelde mijn jeugd zich af.

Het leven in Iran verschilt enorm met het leven in Nederland. Neem alleen al de inwoners. Voornamelijk de vrouwen zijn veel meer bezig met het uiterlijk. Logisch. Zij dragen allemaal een hoofddoek, dus hun gezicht is het enige dat ze kunnen laten zien. Dat moet dan ook perfect zijn. Dat alles in Iran anders is, merkte ik pas echt tijdens de twee keren dat ik terugging voor familiebezoek. Het is daar chaos, drukte, smog, altijd geluid.

Om bepaalde redenen waar ik liever niet over uitweid, moest ons gezin vluchten. Dat ging anders dan nu, namelijk met het vliegtuig. Als ik op het nieuws beelden zie van bootjes en overvolle vluchtelingenkampen raakt dat me enorm. Ik wil in de toekomst graag iets doen voor vluchtelingen. Door drukte is dat er nog niet van gekomen.

Onze keuze was Canada of Nederland. Het werd Nederland, puur op de gok. Met valse paspoorten vlogen we eerst naar Duitsland, maar daar mochten we niet blijven. We kwamen terecht in een azc in Zuiddorpe op Zeeuws-Vlaanderen. Dat vormde een enorm contrast met Iran. Ik herinner me vooral de verveling. Ellenlange dagen. Er is letterlijk niets te doen. Dan ga je maar afwassen, tafels dekken of dat soort dingen.

Mijn ouders deden dat ook. Dat was ons geluk. De directeur zag dat we een hardwerkend gezin waren. Daarom kregen we een woning toegewezen even verderop in Sint Jansteen. Ik ging daar voetballen en deed taekwondo. Rugby speelde nog geen rol. Bij rugby dacht ik aan gasten met helmen die alleen maar tegen elkaar beuken en klappen uitdelen. Dat is wat je in films ziet. Het tegendeel bleek jaren later waar.

De gabbercultuur bloeide en iedereen droeg Nike Air Max. Dat wilden mijn broer en ik ook. Maar geld daarvoor was er niet. Om te werken had je een sofinummer nodig. Per ongeluk werd aan mij een sofinummer toegewezen. Daar heb ik natuurlijk niets van gezegd. Op dat nummer namen mijn broer en ik een krantenwijk. Meerdere keren per week gooiden we krantjes en folders bij mensen door de bus. Daarvoor legden we flinke afstanden af in Sint Jansteen, door weer en wind. Omdat onze ouders het niet breed hadden, gaven we een deel van ons salaris aan hen. Bij kinderen in de klas ging dat andersom. Air Max kwamen er nooit, de goedkopere Nikes wel.

In die jaren leerde ik wat hard werken is. Zowel in mijn rugbycarrière als in het bedrijfsleven heb ik daar veel aan. Als 18-jarige student in Eindhoven begon ik echt te ondernemen. Een groep jongens hield altijd de zogenoemde Libido-feesten. Zo fout als dat klinkt, was het ook. Bij de ingang kreeg iedereen een polsbandje. Daarop stond óf dat je vrijgezel was óf op zoek was naar iets beters. Zulke dingen.

De feestjes waren best populair, maar de organisatie stopte. Met zes vrienden wilden we dat overnemen. Daarvoor hebben we serieus een VOF opgezet, met alle risico’s die daarbij komen kijken. Dat was niet slim. Uiteindelijk moesten we vooral boetes betalen omdat we tot te laat doorgingen, maar het was een goede leerschool. Daarop voortbordurend ontstond het bedrijf Markteffect. Dat zette ik op met een vriend. In tien jaar tijd werden de Eredivisie, Jupiler League, de rugbybond en clubs als PSV, NAC en Vitesse klant van ons. Sport zit in het dna van ons bedrijf. Maar we doen ook onderzoek voor onderwijs- en zorginstellingen en kleine lokale ondernemingen.

In opdracht van hen doen we marktonderzoek. Soms gaat het om miljoenen. We berekenen bijvoorbeeld voor PLUS hoeveel van de boodschappen bij hen te danken zijn aan hun band met de Eredivisie. Of we helpen PSV met een betere service naar hun gasten toe. Denk aan het verkorten van de wachttijd voor een biertje in de rust.

Pas op mijn 22e, toen Markteffect al een jaar bestond, begon ik met rugby. Ik kwam voor het eerst in aanraking met de sport na een fitnesstraining. Ook als student was ik al 1,90 en woog ik 100 kilo. Ik zag een groep studenten rugby trainen. Dat leek me tof. Ik kwam zwaar opgepompt uit dat fitnesshonk en vroeg aan de rugbytrainer of ik mee mocht doen. Die zag dat wel zitten, zo’n brede gast. Sinds die avond was ik verkocht. De regels en het gecontroleerd spelen heb ik later geleerd.

Mijn moeder vond rugby maar niets. Al op dag één zei zij dat ik ermee moest kappen. Nu nog steeds. Als student ging ik altijd terug naar Zeeland om thuis de was te laten doen. Een flink eind reizen voor een wasje. Lui, ik weet het. Elke week was er wel wat: dan weer een blauw oog, dan weer een snee of een dikke lip. Mijn moeder waarschuwde me dat mijn gezicht er nog eens aan ging. Niet handig voor iemand met ambities in het zakenleven. Zij zag me liever tennissen.

Na zes jaar maakte ik mijn debuut in het Nederlandse team, thuis tegen Malta. Markteffect was toen al groot geworden. Coach Alex Chang, toen ook mijn trainer bij The Dukes, gaf veel spelers de kans bij Oranje, onder wie mij. Nederland vertegenwoordigen was een droom die uitkwam. Je kent wel van die mensen die rondlopen in een Oranjeshirtje. Dat is niet aan mij besteed. Ik draag zoiets pas als ik het verdien, als ik hard genoeg heb gewerkt om geselecteerd te worden. Dat moment was daar. Eindelijk mocht ik de kleuren van Nederland dragen.

Er was alleen één probleempje. Door financiële problemen kon de bond geen tenues betalen. De bond had geen cent te makken. Toen ben ik zelf ingesprongen. Ons bedrijf liep goed, ik verdiende meer dan een goede boterham, veel meer dan je met rugby ooit kunt verdienen in Nederland. De hoogste vergoeding zal zo’n 500 euro per maand zijn. Dus ik liet zelf onze rugbyshirts, truien en tassen maken. Triest eigenlijk dat zoiets nodig was. Maar als nationaal team moet je een tenue hebben. Dat zorgt voor spirit.

Voorafgaand aan die wedstrijd tegen Malta oefende ik het volkslied dagelijks. Heb je al een drukke baan en je sport, komt zulke stress er ook nog eens bij. Ik ben niet zo goed met teksten. Maar na vaak genoeg repeteren, lukte het. Tot dat moment had ik moeite met het volkslied, moet ik zeggen. “Ben ik van Duitsen bloed”, bijvoorbeeld. Hoezo dan? Klinkt wel gek als ik dat zeg, dacht ik. Maar vanaf die wedstrijd is het ook mijn lied.

De wedstrijd daarop was tegen Kroatië. De zenuwen waren minder. Ik had het lied onder de knie. Sta je daar op het veld, besluiten die idioten in dat stadion om alle coupletten af te spelen. Weet je hoeveel dat er zijn? Natuurlijk kende niemand dat hele lied. Jayjay Boske, die later bekend werd als tv-presentator, stond naast me. Begint die gast gewoon ieder couplet maar wat te improviseren. Aan het einde van het lied schreeuwde iedereen steeds het eerste couplet mee.

Uitwedstrijden met Nederland waren sowieso prachtig. Met mijn bedrijf verdiende ik genoeg. Dus in Kroatië, waar alles sowieso al geen drol kost, stonden we in de club volop flessen wodka te bestellen. Dat waren mooie feestjes. Met teamgenoot Mark Darlington had ik in de scrum vaak mot. Hij drukte me altijd in de nek naar beneden. Als zo’n gast na genoeg biertjes naar je toekomt om te zeggen dat het sponsoren van het team echt niet had gehoeven, maar dat hij wel erg dankbaar is, dan is dat een mooi moment.

In clubverband werd ik nog nooit kampioen van Nederland. Dat is zuur. Ik speel al nagenoeg mijn hele carrière bij The Dukes in Den Bosch. De beste club van Nederland is Hilversum. Overstappen kan je niet maken. Dat wil ik ook niet. Dat is zoiets als van Feyenoord naar Ajax gaan. Op mijn dertigste stopte ik. We verloren de seizoensfinale nadat we heel het seizoen bovenaan stonden. Dat was dé kans om kampioen te worden. Twee tegentreffers kwamen door fouten van mij. Daar had ik heel veel moeite mee.

Ik ging in 2015 ook trouwen. Je vrouw wil soms ook een dagje iets met je doen. Ik kreeg een zoon. De pijntjes, Markteffect, ik kon het allemaal niet meer combineren. In 2015 stopte ik met rugby en ging ik me richten op mijn baan als mededirecteur. We hebben meer dan dertig vaste personeelsleden en zo’n veertig oproepkrachten.

Die verloren seizoensfinale blijft knagen. Het gevoel overheerst dat mijn carrière nog niet af is. Ik was toen dertig en in topvorm. Nu denk ik dat ik te vroeg ben gestopt. Daarom rugby ik sinds dit seizoen weer. Helaas bungelen we nu onderaan. The Dukes zijn niet zo sterk als een paar jaar terug. De gemiddelde leeftijd is lager. De sterke lichting van toen is voor een deel gestopt. Ik moet voor ervaring zorgen. Maar wie weet. Dit team heeft vooral tijd nodig.”

Mis niets! Like VICE Sports Nederland voor je dagelijkse dosis ijzersterke sportverhalen.