Ik ben Esma ‘Fight Queen’ Hasshass

“In één klap was alles weg. Ik kan dat nog steeds niet geloven.”

|
jul. 16 2018, 8:33am

In deze serie laat VICE Sports jonge, opkomende vechtsporters aan het woord. Dit keer is dat Esma Hasshass, de twintigjarige kickbokser uit Tilburg. Ze debuteerde in 2016 als eerste vrouw bij Glory, maar raakte vorig jaar betrokken bij een zeer ernstig auto-ongeluk, waardoor ze er lang uit lag. Nu is ze op de weg terug.

Dit is haar verhaal.


“Ik was eerst nergens bang voor. Maar als ik nu auto rij, voel ik angst. Ik droom soms nog over het ongeluk, dan zie ik de beelden weer voor me. Ik heb ook grote littekens op mijn gezicht en benen, waardoor ik er elke dag aan word herinnerd. Ik wil niet dat mensen mijn littekens zien. Vroeger droeg ik korte broekjes met trainen, nu alleen maar lange broeken. Zelfs nu het zomer is, draag ik alleen maar lange broeken.

Voor het ongeluk was ik echt nergens bang voor. Het ging goed met mij, misschien wel iets te goed. Toen Nick Hemmers me twee jaar geleden vroeg of ik in wilde vallen voor Glory’s eerste vrouwengevecht, hoefde ik daar niet eens over na te denken. ‘Is goed,’ zei ik meteen. Zo’n kans laat je niet gaan. Vroeger keek ik altijd met mijn vader naar Glory op tv. ‘Kijk papa, daar ga ik vechten,’ zei ik dan altijd, ook al vochten er toen alleen maar mannen.

Voordat ik het wist zat ik met Nick in het vliegtuig naar Los Angeles, op weg naar mijn Glory-debuut. Ik zal die trip nooit vergeten. In het stadion kwamen er gelijk fans op me af om met me op de foto te gaan. Ik voelde me een superster, had alle vertrouwen in mezelf en genoot van alles. Het mooiste was het moment waarop ik in het stadion naar de ring liep. Ik besefte het allemaal: hier sta ik als achttienjarige, in Amerika, op Glory. Opeens was het míjn naam die de speaker omriep.

Ik won die partij helaas niet, maar iedereen had respect voor me, omdat ik op het laatste moment was ingevallen tegen Tiffany van Soest, een ervaren vechtster. Na mijn Glory-debuut maakte ik naam bij KOK, een kickboksorganisatie in Moldavië. Ik heb daar een hoop fans gekregen. Ze sturen me hele pakketten met bloemen, rozen en van alles. Ik zou daar vorig jaar om de wereldtitel van KOK gaan vechten. Maar vlak daarvoor kreeg ik het auto-ongeluk. In één klap was alles weg. Ik kan dat nog steeds niet geloven.

Het gebeurde toen ik samen met een vriendin, Selver Ozcan, naar huis reed na een dagje Amsterdam. We waren bij Bavel, vlakbij Tilburg. Ik reed op een tweebaansweg en wilde iemand op de rechterbaan inhalen. Die auto sneed me opeens af door voor me langs te kruisen. Ik moest vol op de rem. In paniek stuurde ik naar rechts om die auto te ontwijken, want daar was ruimte. Ik dacht dat het wel goed zou komen.

Maar het regende hard en ik reed 120 kilometer per uur, dus mijn auto gleed door. Ik kon de auto die ons afsneed nog ontwijken, maar ik kon mijn auto niet onder controle krijgen. Ik bleef op de rem trappen en stuurde naar rechts en links, maar het lukte niet om grip te krijgen. Ik weet alleen nog dat ik daarna bomen zag. Daar knalden we tegenaan. De auto vloog over de kop. Ik vloog door de voorruit, toen was ik weg.

Ik lag in de berm, in het donker, buiten bewustzijn en buiten het zicht van langsrijdende auto’s. Dit had echt mijn dood kunnen zijn. Ik heb engeltjes op mijn schouders gehad. Opeens kreeg ik een stoot lucht. Ik kwam in één keer, boem, terug bij bewustzijn. Heel raar is dat, alsof je opeens terugkomt op aarde. Ik wist op dat moment niks, behalve één ding: ik leef. Dat was echt alles wat ik dacht: ik leef nog.

Rechts van mij lag mijn auto. Ik moest opstaan, hoe dan ook, om Selver te vinden. Misschien was ze wel dood, dacht ik. Alles in mijn lijf deed pijn. Heel mijn oog was dicht van het bloed. Mijn been lag helemaal open. Het vel van mijn scheenbeen was omgeklapt naar beneden. Mijn rug lag open. Maar ik besefte dat ik door moest gaan, anders was het gewoon klaar. En ik ben een sterke meid, dus ik stond op.

Het lukte me om te lopen. Ik liep naar de auto en duwde de airbag opzij. Selver zat niet meer in de auto. Ik kreeg weer een hartverzakking en begon haar te roepen: ‘Selver, Selver, Selver!’ Er kwam eerst geen antwoord, dus ik bleef schreeuwen. Na een paar minuten hoorde ik opeens hard geschreeuw van een stukje verderop. ‘Mama! Mama!’, riep Selver. Zij was ook uit de auto gevlogen en lag verderop in de berm.

Ze zat helemaal onder het bloed en haar arm lag open. Ik hielp haar met opstaan en we keken elkaar geschrokken aan. We bloedden zo erg, dat er snel hulp moest komen. ‘Selver, ik moet mijn telefoon vinden,’ zei ik. ‘Want ik moet snel een ambulance bellen.’ Ik liep terug naar de auto en maaide met mijn handen door de glasscherven, op zoek naar mijn telefoon. Die was nergens te vinden, dus ik werd helemaal gek.

Omdat de berm vanaf de snelweg omlaag liep, kon niemand zien dat er een auto-ongeluk was geweest. Alleen degene die het ongeluk had veroorzaakt wist het, maar die was doorgereden. We moesten de berm op om hulp te vragen, dus Selver begon te klimmen. ‘Esma, kom!’, riep ze. Ik kon nauwelijks klimmen met het vel dat van mijn scheenbeen ging, maar ik heb ervoor gestreden om die berm op te komen.

Vrachtwagens, auto’s, alles kwam voorbij op de vluchtstrook. Wij stonden daar onder het bloed, te zwaaien en schreeuwen. Niemand wou stoppen. Selver liep de weg op en ging voor vrachtwagens staan. Als die niet op tijd stopten, sprong ze op het laatste moment terug op de vluchtstrook. Sommige auto’s toeterden alleen dat we aan de kant moesten gaan. Het werkte niet, dus Selver zei dat we naar de stad moesten lopen. ‘Ik kan niet zo ver lopen, maar als jij kunt lopen, moet je gaan,’ zei ik.

Selver wilde me niet alleen laten. Ze deed uit frustratie een schoen uit en gooide die met de hak tegen een langsrijdende auto. Die auto toeterde boos en begon aan de kant te gaan. De jongen die uitstapte schrok zich helemaal kapot toen hij twee meisjes onder het bloed zag staan. Zijn vrienden stapten ook uit zijn auto en belden meteen een ambulance. Tot dat moment leefden Selver en ik op adrenaline. Toen we de ambulance en politie aan zagen komen, zakten we tegelijk in elkaar.

Mijn ouders lagen nog te slapen toen ik door de ambulance naar het ziekenhuis werd gebracht. In het ziekenhuis moest ik ze bellen met het nieuws dat ik een auto-ongeluk had gehad. ‘Mama, doe maar rustig aan. Het is niet erg,’ zei ik. Het was wel heel erg, maar dat wilde ik nog niet aan haar laten zien. Ik wilde haar hartje nog niet breken. ‘Als je straks wil, kom dan naar het ziekenhuis toe,’ zei ik.

Selver en ik kregen operaties aan onze benen, gezichten, armen en ruggen. Na de operaties reden de verzorgers onze bedden naar elkaar, zodat we naast elkaar konden liggen. We keken elkaar aan en begonnen maar te lachen. ‘Esma, weet je hoe sterk wij zijn?’, zei Selver. Daar was ik het mee eens. De doktoren vertelden ons dat we van geluk mogen spreken dat we het hadden overleefd. Het had ook weinig gescheeld of mijn rechterbeen had geamputeerd moeten worden.

Ik heb na het ongeluk echt, echt een zware periode gehad. Eerst kon ik niet eens lopen. Eerlijk, je moet echt genieten als je kunt lopen en gezond bent. Ik was helemaal afhankelijk van andere mensen. ‘Het is afwachten of je nog wel kunt kickboksen,’ zei mijn dokter zelfs. Kickboksen is wat ik doe. Daar leef ik voor met heel mijn hart. En dan kan je opeens niks, niet eens lopen. Dat brak mijn hart.

Ik was helemaal blij toen ik na drie maanden krukken kreeg. Thuis ging ik meteen proberen stukjes te lopen zonder krukken, ook al mocht dat eigenlijk niet. Ik wilde gewoon heel graag. Iedere week belde ik de dokter om te vragen hoe het ging met mijn benen. Zo ging dat wekenlang, totdat ik eindelijk weer een beetje kon lopen. Ik ben toen opeens allemaal dure horloges, kleding en andere spullen gaan kopen. Echt gewoon spenden. Ik had lang netjes gespaard en wilde mezelf verwennen.

Ik ging ook weer naar de sportschool. Nick vond dat nog te vroeg en zei meteen: ‘Jij gaat nog niet trainen. Je mag alleen kijken.’ Maar na twee weken smeken mocht ik voor het eerst weer boksen op de pads. Ik voelde me echt sterk in mijn armen, maar met mijn benen kon ik helemaal niks. Ik had geen evenwicht meer. Maar het maakte me niet uit hoeveel tijd en moeite het zou kosten, ik moest en zou gewoon trainen.

Speciaal voor mij verplaatste KOK het gevecht om hun wereldtitel naar maart dit jaar, zodat ik mee kon doen. Nick vond maart alsnog veel te vroeg. Hij raadde me aan het niet te doen, maar ik wilde mijn carrière terug hebben. ‘We gaan gewoon vechten,’ zei ik. Ik ging er vol voor. Tijdens onze trainingen heb ik maandenlang gestreden om een trap te kunnen geven, om überhaupt goed op mijn benen te kunnen staan.

In maart stapte ik in Moldavië weer de ring in. Het was gekkenwerk, maar ik stond er. In de ring kreeg ik flashbacks naar mijn Glory-debuut in Los Angeles. Dat voelde toen als een droom die uitkwam. Ik had nu keihard gestreden om terug te komen van het auto-ongeluk, dus het voelde weer als een droom die uitkwam. Ik was trots op mezelf dat ik daar stond in Moldavië. Fans in het stadion gingen helemaal uit hun dak.

Mijn voet klapte tijdens het gevecht twee keer dubbel, omdat mijn benen nog niet sterk genoeg waren. Mijn tegenstander wist van het ongeluk en maakte daarom veel low-kicks. Ik kon niet blokken met die benen. Maar verder was het echt een goede partij van mijn kant. Ik hield het vijf rondes vol en dat meisje had niks op mij. Ik sloeg haar de hele ring door. Ik was gewoon beter. Ik voelde dat ik die belt had gewonnen.

Na vijf rondes vechten kwam het aan op een jurybeslissing. De scheidsrechter pakte onze handen vast. Ik was er echt van overtuigd dat ik zou winnen. Maar de jury gaf mijn Moldavische tegenstander de titel. Niemand in het publiek was het ermee eens. Ik flipte hem helemaal tegen de organisatoren en werd er emotioneel van. Ik wilde zó graag de bevestiging dat ik terug was als kickbokser. Maar soms gaan dingen niet zoals je wil, dat moet je dan accepteren.

Gelukkig krijg ik eind dit jaar een revanche voor de wereldtitel van KOK. Mijn benen zijn over een paar maanden beter. Dat gaat lukken, echt, dus dan pak ik die titel. Als ik die titel heb, gaan er echt grote dingen aankomen. Ik zeg weleens dat mijn leven tot nu toe net een film is. Ik weet zelf al hoe de film gaat eindigen, maar dat ga ik nog niet vertellen. Dat gaan jullie wel zien. Jullie gaan nog veel van mij horen.”

Mis niets! Like VICE Sports Nederland voor je dagelijkse dosis ijzersterke sportverhalen.