We spraken Dwight Tiendalli over materialisme, Cheick Tioté en Van Hooijdonks luier

“Het is een neppe wereld, vol show. Dure horloges, Ferrari’s en Lamborghini’s, jongens die privévliegtuigen huren, gouden kettingen dragen, boten hebben.”

door Julian Droog; foto's door Julian Droog
|
jan. 8 2018, 4:21pm

850 dagen speelde Dwight Tiendalli (32) geen officiële wedstrijd. De Amsterdammer zat twee jaar zonder club nadat zijn contract bij Swansea was ontbonden. Door twee zware blessures en zijn werkzaamheden voor zijn eigen bedrijf dacht de oud-speler van FC Utrecht, Feyenoord en FC Twente vaak aan stoppen.

Maar in de zomer dook hij ineens op bij Oxford United. We zochten hem op in de Engelse universiteitsstad en spraken hem over ondernemen in de vastgoedwereld, de domme keuzes van de gemiddelde voetballer, zijn afkeer tegen Pierre van Hooijdonk en mooie herinneringen aan David di Tomasso en Cheick Tiote.

VICE Sports: Ha Dwight, hoe gaat het met je?
Dwight Tiendalli: Het gaat lekker. Ik speel weer veel, woon hier leuk en mijn gezin is gelukkig hier. Oxford is echt een hele mooie stad. Harry Potter is hier opgenomen, dat zegt wel wat. En de cultuur spreekt me aan. Op de school van mijn kinderen draagt iedereen een uniform. Ik vind dat een vorm van respect. Je ziet geen verschil tussen kinderen, het gezin waar ze uit komen speelt geen rol. Beleefdheid hier is veel belangrijker dan in Nederland.

Hoe is om het na zo’n lange periode weer op het veld te staan?
In het begin was het wennen, aan de grootte van het veld en het spelen in teamverband. Conditioneel was het zwaar, ik was er toch twee jaar uit en heb in die tijd veel blessures gehad. Toen ik twee maanden transfervrij was, ben ik geopereerd aan mijn linkermeniscus. Ik was weer fit op een moment dat geen enkele club naar nieuwe spelers kijkt. Daarna scheurde ik bij een sprint in de warming-up een spier in mijn hele linkerbovenbeen.

In de zomer trainde ik nog met jongens als Ryan Babel, Gianni Zuiverloon en Edson Braafheid. Daarna ben ik voor mezelf doorgegaan met een fysio en liet ik weleens dagen schieten. Ik had sneller fit kunnen zijn, maar gaf ik mentaal niet altijd honderd procent. Ik miste het echte vuur om weer snel fit te worden, zeker bij die tweede blessure. Ik ben nog op proef geweest bij Leicester City en Birmingham City. Maar ze gaven de voorkeur aan een andere speler. Dat kan.

Het voetbal stond dus niet meer op nummer één. Ik genoot van de vrijheid, de tijd die ik met mijn gezin kon doorbrengen. Het voelde als een sabbatical. Bovendien ben ik ook ondernemer. Daar kon ik meer tijd aan besteden doordat ik geen club had.

Wat voor werk is dat?
Het is een bedrijf in vastgoed. We hebben vooral panden in Amsterdam, die we opknappen. Ik was daar al eerder in mijn carrière mee begonnen. Mijn broer Wensley leidt het bedrijf, maar doordat ik geen club had kon ik er meer mee bezig zijn. Steeds meer mensen uit de voetballerij hebben zich ook aangesloten of adviseren we. Namen kan ik niet noemen, dat stellen ze denk ik niet op prijs.

Heb je ooit gedacht aan stoppen met voetballen?
Zo vaak. Ik heb veel met mijn vrouw over gepraat, en mijn fysio zei het regelmatig als hij aan me zag dat ik er weinig plezier in had. Ik vond het eigenlijk allemaal wel prima, er waren veel momenten dat het allemaal niet meer zo nodig hoefde. Totdat ik weer op het veld stond met wat jongens, lekker aan het voetballen was. Dan miste ik het spelletje. Daarom ben ik doorgegaan. In de zomer benaderde Josep Clotet, de trainer van Oxford United, me. Ik kende hem nog van Swansea, daar was hij mijn assistent. Ik heb altijd een goede band met hem gehad. Hij heeft altijd in me geloofd.

De voetballerij heb ik alleen nooit gemist. Het is een neppe wereld, vol show. Veel jongens willen graag laten zien hoe goed ze het hebben. Dure horloges, Ferrari’s en Lamborghini’s, jongens die privévliegtuigen huren, gouden kettingen dragen, boten hebben. Echt, ik heb de gekste dingen gezien. Ik snap het niet. Leg mij eens uit waarom je om de drie maanden van auto moet wisselen?

Tiendalli in zijn tijd bij Swansea. (Foto: Proshots)

Jij houdt niet van een luxe leven?
Laat voorop staan dat iedereen zelf moet weten wat-ie doet met z’n geld, maar zo steek ik niet in elkaar. Toen ik bij Swansea speelde en terugkwam in Nederland, huurde ik altijd een auto. Dan kon ik een Porsche pakken, maar waarom? Ik nam bij wijze van spreken een Volkswagen Polo. Ik ben niet materialistisch. Mijn geluk zit meer in het samenzijn met mijn gezin. De kinderen naar school brengen, hun gezondheid en respect voor elkaar, dat is meer mijn ding.

Ik heb gewoon één goede auto, al kan ik er misschien drie betalen. Ik doe zo normaal mogelijk. We wonen niet in een megahuis, als we op vakantie gaan vliegen we economy class. Ik vind het belangrijk om mijn kinderen zo op te voeden. Anders moet je ze later uitleggen dat het allemaal niet normaal was, dan staan ze zo ver van de echte wereld. De oudste is nu tien, maar heeft geen mobiele telefoon. Dat voegt toch niets toe. Net als social media, dat is helemaal niet van belang op die leeftijd. Alleen als ze bij een vriendje gaan spelen, krijgen ze een telefoon mee zodat ze me kunnen bellen als er iets is.

Dat klinkt zeer verstandig. Ben je altijd al zo geweest?
Ik ben geen doctorandus, maar je kan twee dingen doen: boten kopen of een beetje slim investeren. Ik heb me goed verdiept in de vastgoedwereld, boeken gelezen en tijd erin geïnvesteerd. Ik weet wat ik doe en wat ik wil. Daarvoor moet je leren en niet de hele dag achter de PlayStation zitten. Weet je wat het is: als ik bijvoorbeeld met mijn accountant praat, moet ik weten wat inkomstenbelasting is. Anders weet ik toch niet waar die man het over heeft. Ik heb de indruk dat veel jongens alles uit handen geven.

Dat vind ik jammer. Ze verdienen veel in hun carrière, maar aan het einde van de rit houden ze weinig over. Dat hoeft niet. Ik praat er weleens over met wat van die jongens. Dan geef ik ze mee dat ze goed na moeten denken. Als voetballer wil iedereen iets van je, maar dan luisteren ze naar de verkeerde mensen en doen ze verkeerde investeringen. Ze zijn te goedgelovig. Hoe Demy de Zeeuw dat heeft gedaan met BALR., dat vind ik echt een mooi voorbeeld hoe het ook kan. Het gaat erom dat je weet wat je doet. Dat probeer ik die jongens mee te geven.

Ik moet bekennen: ik had dit niet achter je gezocht. Ik denk dat heel Nederland een totaal ander beeld van je heeft.
Ik denk dat iedereen mij alleen nog maar kent van die mindere periode bij Feyenoord. Ik treed niet graag op de voorgrond. In de tijd dat ik geen club had, had ik wel allerlei interviews kunnen geven, alles van de daken kunnen schreeuwen. Zo ben ik niet. Ik leef liever stilletjes mijn eigen leven, lekker op de achtergrond.

En ik denk dat veel mensen vergeten dat ik gewoon veel prijzen heb gewonnen. Twee keer de Johan Cruijff Schaal, kampioen in de Eredivisie, de KNVB-beker, de League Cup. Met Oranje onder 21 het EK gewonnen. Daar ben ik ook uitgeroepen tot beste rechtsback van het toernooi, ik heb nog twee interlands gespeeld onder Van Gaal. Met Swansea voor het eerst in de clubgeschiedenis Europees voetbal gehaald. En overal speelde ik hè, was ik een belangrijk onderdeel van het team. Het was niet zo dat ik op de bank zat en het team de prijs won.

Maar als je het zo opsomt, had je er dan niet meer uit moeten halen?
In de Premier League bij Swansea haalde ik twee jaar lang een redelijk niveau. Michael Laudrup was toen trainer. Toen kwam Garry Monk, hij gaf de voorkeur aan iemand anders. Dat kan. Soms moet je ook een beetje geluk hebben. Als ik de lijn van de eerste twee jaar had doorgezet, had ik na dat derde jaar misschien wel een mooie stap kunnen maken. Of bijgetekend bij Swansea. Het mocht niet zo zijn.

Ik werd nog een half jaar verhuurd aan Middlesbrough, maar de trainer wisselde daar zo veel. Iedere week stonden er elf andere spelers in het veld. Terwijl ik daar juist was om veel te spelen. Toen ik terugkwam bij Swansea en geen perspectief had op speelminuten hebben we in overleg het contract ontbonden. Toen kwam dus het gezeur met die blessures.

En dan speel je nu in de League One. Dat is wel even wat anders.
Dat is toch helemaal geen probleem? Ik kan me wel gaan ergeren aan de faciliteiten, maar dat geeft niks. Die stadionnetjes zijn ook wel mooi. Ze zijn vaak ouderwets, historisch. Dat vind ik ook wel leuk, terug naar de basis. Ik ben nu gewoon weer lekker aan het voetballen.

Tiendalli stond tussen 2006 en 2009 onder contract bij Feyenoord. (Foto: Proshots)

Zelfs nu je bij Oxford speelt, is er veel cynisme en kritiek op bijvoorbeeld Twitter. Eigenlijk is dat altijd wel zo geweest, of niet?
Iedereen doet maar lekker, het interesseert me geen knakker. Ik steek geen energie in die poppenkast. Vinden ze me slecht? Prima joh. Wat moet ik daarmee? Sommige spelers moeten zich nou eenmaal meer bewijzen dan anderen, moeten altijd vechten voor hun plek. Dat is niet erg, dat is hoe mijn pad loopt. Nu denk ik weleens: had ik die instelling vroeger maar gehad, maar het komt met de jaren.

Vroeger las ik bijvoorbeeld weleens van die forums of de krantjes. Echt, ze snappen er allemaal niks van. Het enige dat de mensen op de tribune zien, is de prestatie op het veld. Maar het verhaal achter de speler zien ze niet. Dat is natuurlijk heel logisch en volkomen begrijpelijk, maar er gebeurt zoveel achter de schermen dat invloed heeft op de prestatie van een speler.

Was dat ook het geval in jouw tijd bij Feyenoord?
Ik had daar moeite met de druk. Ik heb bij Feyenoord niet genoeg gebracht, op het veld niet laten zien wat ik kan. Maar ben ik door iemand binnen de club geholpen? Heeft een van de medespelers mij er doorheen gesleept? Nee, op geen enkele manier.

Een bekend verhaal is dat Pierre van Hooijdonk een luier op jouw plek in de kleedkamer heeft gehangen.
Dat was voor de wedstrijd tegen PSV. Hij dacht dat ik bang was, maar ik was gewoon geblesseerd. Ik heb veel respect voor wat Pierre heeft bereikt in zijn carrière, hij heeft bij prachtige clubs gespeeld. Maar als ik hem tegenkom, zal ik hem nooit groeten. Als mens heb ik totaal geen respect voor hem.

Ik kwam van FC Utrecht en keek tegen jongens zoals hem op. Ik durfde bijvoorbeeld echt niet brutaal te zijn. Hij heeft toen niets gedaan om mij te helpen. Hij heeft het eigenlijk alleen maar zwaarder gemaakt. Misschien zal hij niet wakker liggen van wat ik zeg, maar andersom geldt precies hetzelfde.

Ik heb tegen mezelf gezegd dat ik nooit als hem zal worden. Ik merk nu bij Oxford dat jonge spelers tegen me opkijken, omdat ik in de Premier League en Champions League heb gespeeld. Maar ik heb ze meteen gezegd: als ik iets fout doe, corrigeer me. Het is niet zo dat ik alles maar mag doen en laten, omdat ik de routinier ben. Andersom probeer ik ze te stimuleren als ze bijvoorbeeld niet spelen. Dat is binnen een team echt zo belangrijk.

Tiendalli en Van Hooijdonk in duel met Arouna Koné in 2006. (Foto: Proshots)

Eigenlijk gebeurt nu weer min of meer hetzelfde met Kevin Diks.
Ik zie het ook. Dan denk ik: help die jongen nou gewoon. Daar speelt ook het publiek een rol in. Ze moeten hem niet afbranden. Wat heeft het voor zin om hem uit te fluiten? Je wil toch dat een speler een meerwaarde is voor je club? Je hebt niks aan een speler die tegengewerkt wordt. Dat wordt het sowieso nooit wat. Wie weet komt hij er met wat hulp wel bovenop en blijkt het een prima speler.

Feyenoord maakt echt zelf wel een keer de balans op. Als dan geconcludeerd wordt dat een speler gewoon niet goed genoeg is, wordt hij echt wel weggedaan. Dat zijn de harde wetten van het voetbal. Maar dat is iets totaal anders dan hem tegenwerken.

Na Feyenoord maakte je wel de gouden tijd bij FC Twente mee. Achteraf blijkt de club daardoor in grote problemen te zijn gekomen. Hoe kijk je daar nu naar?
Het is heel jammer. Ik heb daar vier hele mooie jaren gehad en er mijn transfer naar Swansea verdiend. Ik vroeg me in die tijd al af hoe lang het goed zou gaan. Ik zag het aan de salarissen die werden uitgedeeld. Ze betaalden hetzelfde als de clubs uit de top drie. We hadden echt veel dure jongens. Theo Janssen, Marc Janko, Danny Landzaat, Douglas, Bryan Ruiz. Het team werd daardoor natuurlijk sterker. Maar achteraf was het dus niet zo goed voor de club.

Met de kampioensschaal in 2010. (Foto: Proshots)

Bij FC Twente speelde je samen met Cheick Tioté, die afgelopen zomer overleed.
Ik kreeg het mee via het nieuws. Het was ontzettend schrikken. Hij was zo’n lieve, aardige jongen. Hij gaf altijd gas op de training en was echt een beer van een vent. Net als David di Tomasso, hij overleed toen ik bij FC Utrecht speelde. Maar het maakt blijkbaar niet uit hoe sterk je bent. Je kunt er niets tegen doen.

Zulke gebeurtenissen zetten mij echt aan het denken. Het komt dan ineens erg dichtbij. Het doet je beseffen dat je met de dag moet leven, hoe belangrijk je gezondheid is. En dan nog kan het dus misgaan. Ook al speelde ik niet meer samen met Tioté, het kwam net zo hard aan als toen met David. Ik heb hem toch twee seizoenen meegemaakt in de kleedkamer, we stonden samen op het veld. Ik kan me nog als de dag van gisteren herinneren dat ik met ze voetbalde. Het is in en in triest.

Wat herinner je je van het seizoen bij FC Utrecht toen Di Tomasso overleed?
Het was heel heftig. Ik was toen nog heel jong, 20 jaar. We hadden op zondag een wedstrijd gespeeld tegen Ajax. In de nacht van maandag op dinsdag is hij overleden, in zijn slaap. Hij was echt een vechtersbaas, een geweldige speler.

We hebben toen met z’n allen gerouwd. We kregen een aantal dagen vrij, hebben als groep David geëerd. In de kleedkamer hield David zijn plek, zo was hij er toch altijd bij. Bij FC Utrecht draagt nooit meer iemand nummer 4. Toch moest de knop op een gegeven moment om, maar zo’n seizoen wordt vele malen moeilijker.

Daarom kan ik me nu ook wel goed verplaatsen in die jongens van Ajax. Mensen moeten echt niet vergeten wat voor een impact zoiets heeft. Het gaat gewoon niet uit je kop. Die spelers lopen nog steeds met Nouri in hun achterhoofd. Mentaal is het zwaar. Stel ze voelen nu zelf iets bij hun hart, vraag je je toch af wat het is. Ben ik zelf wel goed onderzocht? Het enige dat je kunt doen is goed onderzoek doen, maar dan nog zegt dat dus niet alles.

Met FC Twente speelde Tiendalli ook in de Champions League. (Foto: Proshots)

Je hebt met veel trainers gewerkt in je carrière. Heb je een favoriet?
Tachtig procent van de trainers liegt en bedriegt. In Nederland zijn er maar weinig die doen wat ze zeggen. Ik houd van het type Gertjan Verbeek, Louis van Gaal, Co Adriaanse. Bij hen gaat het niet om je prijskaartje of hoe goed ze een speler kennen. Preudhomme zei bij Twente bijvoorbeeld vaak A, maar deed dan B.

Uiteindelijk speelt geld eigenlijk altijd een belangrijke rol. Als er miljoenen voor een speler zijn betaald, speelt hij. Ook als hij niet presteert. Dan was ik bijvoorbeeld tweede rechtsback en werd er gezegd dat ik een kans zou krijgen als de eerste back wegviel. Dan gebeurde dat, maar dan werd de linksback de rechtsback. Want die was gekocht.

Hoe lang ga je eigenlijk nog door met voetballen?
Ik weet het niet. Ik voetbal nu lekker, maak me nergens druk om. Als ik geen zin meer heb, stop ik. Voorlopig heb ik het naar mijn zin, mijn gezin is gelukkig hier. Hopelijk blijft de trainer bij de club hier, dan plak ik er zo een jaartje achteraan.

Mis niets! Like VICE Sports Nederland voor je dagelijkse dosis ijzersterke sportverhalen.