Hoe Jason Wilnis het schopte van de ZMOK-school tot wereldkampioen kickboksen

“Ik vind het niet erg dat ik die grote ster niet ben als Rico Verhoeven. Ik hoef geen eigen parfum en onderbroekenlijn.”

door Kris Dekker; foto's door Rebecca Camphens
|
feb. 1 2018, 9:19am

De geur van zweet doorboort mijn neusgaten als we na de ochtendtraining de Colosseum Gym inlopen. In de Utrechtse sportschool hebben Albert Kraus en Tyjani Beztati met een tiental trainingspartners net een uur lang hard gewerkt op rode matten. Jason en Jahfarr Wilnis komen hier ook vast over de vloer om aan hun vaardigheden te werken. Aan de muren hangen posters van oude kickboksgala’s met hun namen erop. De kickboksbroers hadden een 2017 om te vergeten, dus willen in 2018 wat rechtzetten en terug naar de top. Maar vandaag zijn ze er niet.

“Jullie komen voor Jason en Jahfarr? Die zijn er niet. Ik zal ze even appen,” zegt hoofdtrainer Daan Kortland bij binnenkomst. “Zijn Surinamers hé, die hebben een eigen horloge,” zegt hij er met een knipoog achteraan. Tien minuten later komt Jason in zijn eentje binnengelopen. Eenmaal aan de bar moet hij aan elke trainingspartner uitleggen waarom hij niet meedeed aan de ochtendtraining. Hij doet het nog rustig aan in aanloop naar zijn volgende partij.

VICE Sports: Ha Jason, weet jij waar je broer is?
Jason Wilnis: Geen idee. Ik dacht dat hij ook hier zou zijn.

Hoe close zijn jullie?
Heel close, we doen alles met elkaar. We trainen met elkaar vanaf dag één en steunen elkaar door dik en dun. Er zijn weinig broers die allebei zover komen als wij en het maakt me trots dat we het samen hebben geflikt. In voetbal zie je weleens dat twee broers de wereldtop bereiken, maar in kickboksen is het uniek.

Klopt het dat je dankzij hem bent gaan kickboksen bij Colosseum Gym?
Toen deze sportschool net drie maandjes open was zei Jahfarr dat we een keer een kijkje moesten nemen. Ik was toen zestien en had al een paar keer gekickbokst in het buurthuis, dus ik kon het al een beetje voordat we binnenkwamen. Eigenlijk wilde ik bij een grote sportschool in de stad of Overvecht trainen, maar Jahfarr hoorde van een vriend dat dit een goede sportschool was met trainers met een goede achtergrond. We gingen kijken, namen een proeflesje en vonden het leuk hier.

Ik zat toen ook op voetbal en wilde daar ook mee doorgaan, maar er ging iets mis met mijn spelerspas. Ik speelde bij Zwaluwen, maar mocht niet middenin het seizoen overschrijven naar een andere club. Ik ging in de tussentijd kickboksen omdat het leuk was. Danny (de Vries, hoofdtrainer the Colosseum, red.) zei toen dat ik potentie had en de klik met hem en Daan was direct goed. Ik ben sindsdien niet meer weggegaan.

Verschillen jij en Jahfarr veel van elkaar?
Hij praat makkelijker en ik ben de rustige die zich meer op de achtergrond houd. Je kan het zien als yin en yang, we houden elkaar in balans. Ik denk altijd meer na voordat ik iets doe dan hij. Toen we jonger waren was het juist andersom. Ik was een heel druk en stout kind die naar een ZMOK-school voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen moest. School was niets voor mij. Ik had altijd een grote mond, luisterde niet en had veel ruzie met leraren en klasgenoten.

Je bent nu heel rustig. Hoe komt dat?
In sport kon ik wel altijd mijn ei kwijt. Net zoals iedere jongen in zijn tienerjaren, wilde ik voetballer worden. Ik heb altijd gesport en het hielp dat ik ook overal aanleg voor had. Voordat ik voetbalde deed ik atletiek en toen ik zes was turnde ik. In tegenstelling tot leraren, luisterde ik wel goed naar trainers. Daar had ik nooit een grote mond tegen. Luisteren naar Danny en Daan was ook nooit een probleem. Als zij zeggen dat ik tien rondjes moet sprinten, dan sprint ik tien rondjes voor de volle honderd procent.

Toen ik twaalf was, kwam mijn moeder eens thuis van een beurs met het advies dat ik moest boksen. Ze kocht een bokszak en dat bleek goed voor me te zijn. Als ik train, sla ik mezelf leeg. Dat is de perfecte uitlaatklep. Kickboksen kwam dan ook precies op het goede moment, of misschien net te laat. Maar het gaf me richting en discipline.

Was je ook meteen goed?
Drie maanden nadat ik begon vocht ik mijn eerste partij tegen een oud-marinier van 33. We twijfelden of we het wel moesten aannemen, maar Danny had vertrouwen in me en mijn trainingspartners moedigden me aan om het te doen. Ik nam het gevecht dus aan en won. Daarna bleef ik alles best makkelijk winnen tot ik in de A-klasse (het hoogste niveau) kwam.

Je bijnaam is Psycho. Hoe kom je aan die bijnaam?
Ik ben een rustige en nette jongen buiten de ring, maar als de bel gaat zie je een andere kant. In de ring staan geeft mij een sterk en buitenaards gevoel dat ik niet kan beschrijven. Dat moet je moet meemaken om te begrijpen. Daar mag je gek zijn. De bijnaam past bij me.

Je laatste twee partijen verloor je. Hoe kijk je terug op 2017?
2016 was een mooi jaar waarin ik al m’n partijen won en de Glory-middengewichttitel pakte. Deze verdedigde ik een keer voordat ik ‘m op een haartje verloor aan Simon Marcus. Het was zuur omdat ik dacht dat ik gewonnen had, maar de jury zag het anders.

Wat het nog erger maakte, was dat ik voor de derde keer tegen hem vocht. Hij won de eerste keer en ik de tweede en elke partij met hem geeft een bepaald gevoel omdat hij zo’n prater is. Hij zegt dat hij de beste is, dus ik moest hard lachen toen hij de titel direct weer verloor aan Alex Pereira.

Daarna kwam mijn laatste partij tegen Yousri Belgaroui. De winnaar zou direct een titelgevecht krijgen. In de eerste ronde had ik hem in de touwen en dacht mijn acties te kunnen maken, maar toen counterde hij met een hoge knie die een diepe snee veroorzaakte. Ik voelde gelijk dat het open lag boven mijn linkeroog, maar wilde natuurlijk door. De scheidsrechter en dokter lieten dat niet toe.

Het zag er bloederig uit. Heb je ooit zo’n grote snee gehad?
Ik heb vaker sneeën gehad, maar kon altijd wel door. Die waren niet zo diep als deze. Ik kreeg zes of zeven hechtingen en had er nog zeker een maand last van.

Je broer stond ook niet in je hoek voor die partij, maakte dat het ook moeilijk?
Dat was helemaal niet fijn. Het komt weleens voor dat we op dezelfde dag of hetzelfde gala vechten waardoor we niet in elkaars hoek kunnen staan, maar ik doe dat liever niet. Ik sta altijd in zijn hoek en hij in de mijne. Maar hij vocht op dezelfde dag in Antwerpen (op Enfusion Live 53, red.). Het was zijn eerste partij sinds hij hersteld was van een longembolie en dat gaf mij ook extra spanning. Helaas verloor hij ook.

Wat zijn je plannen voor 2018?
Op 30 maart vecht ik weer op een Glory-evenement in Los Angeles, waarschijnlijk in een contender-toernooi. Daarna zien we weer verder, maar het uiteindelijke doel is de gordel terugwinnen natuurlijk. Pereira is nu de kampioen en die heb ik al twee keer verslagen, dus misschien mag ik weer voor de titel als dan win. Daarnaast wil ik mijn MMA-debuut maken om in die sport mijn eerste stappen te zetten.

Waarom zou je MMA doen als je een van de beste kickboksers bent?
In het kickboksen heb ik de top al bereikt en wereldtitels gewonnen. In het MMA begin ik onderaan en kan ik weer omhoog kijken. De ambitie is om daarin ook wereldkampioen te worden. Staand ben ik al goed en ik nu worstel drie keer per week erbij. De basis wordt gelegd voor de volgende stap.

Als je moet kiezen tussen MMA en kickboksen, wat zou je dan doen?
Kickboksen is mijn job, maar ik zou kiezen voor MMA. Als je de wereldtitel in Glory wint, heb je het plafond bereikt in kickboksen. Maar dan ben je niet automatisch een grote ster. In de UFC of Bellator ben je een echte ster als je kampioen bent. Dat zijn grote organisaties die goed voor je kunnen zorgen. Dat mis ik in kickboksen. Alleen Rico Verhoeven is een echte ster in kickboksen.

Ben je wel tevreden met wat je bereikt hebt in kickboksen?
Ik ben niet Rico, maar ben wel tevreden. Ik heb wereldtitels gewonnen en daar dromen al heel veel vechters van. Ik vind het niet erg dat ik die grote ster niet ben. Ik hoef geen eigen parfum en onderbroekenlijn. Als ik erop terugkijk had ik het wel groter kunnen aanpakken met interviews en social media om dingen op te hypen enzo. Zo kan je jezelf en gevechten groter maken. Daar ben ik nooit druk mee geweest omdat ik een rustige jongen ben. Ik ben niet elke dag bezig met social media.

Stoort het je als anderen er wel alles aandoen om gevechten op te hypen?
Velen hebben daar het recht van spreken niet voor. Yousri probeerde het wel met mij en ook laatst voor zijn titelgevecht, maar hij is geen Rico of Peter Aerts. Dat zijn de jongens die het mogen doen. Anderen die niets bereikt hebben moeten dat niet doen. Als Yousri laatst die titel gewonnen had en daarna hem een paar keer verdedigt, mag hij dat wel doen.

Maar dat deed hij niet en nu wordt hij uitgelachen. Stel dat hij het nog een keer doet en verliest… dan wordt hij echt niet meer serieus genomen. Floyd Mayweather is zo groot geworden omdat hij alles groter maakt dan het is én wint. Ik ben meer als Gennady Golovkin of Canelo Álvarez. Ik wil geen circusattractie van mijn gevechten maken.

Mis niets! Like VICE Sports Nederland voor je dagelijkse dosis ijzersterke sportverhalen.