Ik leerde schieten van de beste schutter van Nederland

"In Nederland heb ik geen concurrentie."

door Suzanne Jekel; foto's door Maarten Delobel
|
jan. 4 2019, 9:38am

In films ziet het er altijd vrij makkelijk uit wanneer iemand met een pistool schiet – je mikt op je doelwit, haalt de trekker over, en vuurt de kogel af. Maar als ik een pistool vasthoud bij schietvereniging De Vrijheid in Edam, blijkt dat toch een stuk moeilijker te zijn. Voor mij althans, want voor Sander Nooij (21), die naast me staat, is het dagelijkse kost. Deze meubelmaker uit Purmerend is zelfs de beste schutter van Nederland.

Toen Sander begon met schieten was hij vijftien, en na anderhalf jaar op les te zijn geweest werd hij al Nederlands kampioen. Hij brak elk record dat er te breken viel. Bij alle disciplines waarop hij uitkomt is hij titelhouder: vrij pistool, luchtpistool, 5-schots luchtpistool, klein kaliber en olympisch snelvuur.

Sander Nooij.

Vandaag leer ik schieten van Sander. Ik heb de hele dag al klamme handjes. Beelden van schietpartijen spoken vooraf door mijn hoofd, zoals die op de Columbine High School in 1999. Maar dat is al een stuk minder als ik het clubhuis van De Vrijheid binnenkom. Het ademt eerder de sfeer uit van een nazomermiddag in een bruine kroeg, er prijken wat wapens aan de wanden en er staat een gezellige kantinejuf biertjes te tappen.

Fotograaf Maarten en ik moeten ons legitimeren, dan mogen we naar binnen. Sander pakt ondertussen zijn koffer uit. Hij haalt zijn pistool tevoorschijn en geeft het aan mij. Het voelt licht – één kilo weegt het, vertel hij. Een heel gevaarlijk vuurwapen is het ook eigenlijk niet. “De kogeltjes zijn veel te klein om echte schade aan te richten. Als je kwaad zou willen, is het waarschijnlijk een beter slagwapen.”

Sander Nooij.

Op de schietbaan geeft hij me een aantal aanwijzingen. Ik moet een kwartslag draaien, zodat mijn lichaam haaks op de baan staat. Mijn linkerarm moet losjes en ontspannen in de lus van m’n spijkerbroek hangen. Mijn rechterarm, waarmee ik schiet, wijst naar de schietschijf. Ik draai mijn hoofd, knijp mijn linkeroog dicht en vuur.

De trekker heeft heel weinig kracht nodig om overgehaald te worden. Veel minder dan ik dacht. Ik kijk Sander aan, die een beetje moet lachen. “Hartstikke mis,” zegt hij. Ik ben verbaasd, maar ook weer niet zo. Tien meter lijkt niks, maar wanneer je ineens een schijfje van ongeveer vijftien centimeter moet raken is het een hele afstand.

Sander Nooij.

Sander wil zich specialiseren op deze afstand, de tien meter luchtpistool. Dat is een olympische discipline, dus hij hoopt zich voor de Spelen van 2020 te kwalificeren. Hij heeft een Duitse trainer en speelt in de Duitse Bundesliga. “Het is raar om te zeggen, maar in Nederland heb ik geen concurrentie,” zegt Sander. “In Duitsland wel, daar is de schietsport groot.” En dus zit hij voor zijn wedstrijden een paar keer per maand acht uur in de auto, op weg naar onze oosterburen.

Terwijl ik met Sander praat, zeg ik een paar keer per ongeluk ‘geweer’ in plaats van pistool. “Doe dat nooit,” drukt hij me op het hart. “Het zijn twee hele verschillende dingen. Bij geweerschieten sta je als schutter in een pak – of eigenlijk háng je meer in het pak.” Dat pak ondersteunt je houding, waardoor het schieten minder intensief is. Precies om die reden is geweerschieten niks voor hem: het is te makkelijk.

Sander Nooij.

Als Sander zich wél op geweerschieten zou toeleggen, zou hij meer kans maken om deel te nemen aan internationale toernooien. De Koninklijke Nederlandse Schietsport Associatie (KNSA) richt zich namelijk vooral op het ontwikkelen van de geweertak, en nauwelijks op het pistoolschieten. Daardoor zijn de faciliteiten voor geweerschutters beter, en zijn er meer trainingsuren op Sportcentrum Papendal voor ze ingeruimd.

Tijd voor de tweede schietpoging. Ik neem het pistool weer ter handen en imiteer de handelingen die ik even daarvoor ook al heb verricht. Ik haal rustig adem en concentreer me. Voordat ik uiteindelijk mijn schot los wacht ik zeker nog een halve minuut. Maar ook deze keer blijk ik de schietschijf niet geraakt te hebben. Ook fotograaf Maarten heeft geen succes: zijn kogeltje eindigt ergens tegen de muur.

Sander Nooij.

Pistoolschieten is ontzettend lastig. Het vergt veel precisie en concentratievermogen, maar ook kracht om het pistool stil en omhoog te houden. Niet voor niks heeft Sander een heel team om zich heen verzameld. “Mijn sportdiëtiste Maaike Enthoven helpt me om genoeg groente en fruit te eten en zo min mogelijk zoete tussendoortjes te nemen, zodat ik fit blijf. En ik oefen zeker twee uur per week met Yannick Armand, een sportpsycholoog die me leert om rustig te blijven onder druk. Met Yannick doe ik bijvoorbeeld ademhalingsoefeningen die ervoor zorgen dat ik me kan blijven concentreren tijdens een wedstrijd.”

Afhankelijk van de competitiesoort lost Sander elke wedstrijd tussen de veertig en zestig schoten. “Al is elk schot ook een wedstrijd op zich,” zegt hij. Hij vergelijkt het met een voetballer die zestig keer een penalty moet nemen in een kolkend stadion. Met een joelend publiek op de tribune, gespannen medespelers op het veld en de druk van de coach op je schouders, is een misser niet uitgesloten. Ik prent in mijn hoofd dat ik straks, bij een derde schietpoging, rustig moet zijn wanneer ik het pistool ga afvuren. Geen ademhaling in mijn keel, maar diep in mijn buik.

Sander Nooij.

In een wedstrijd met zestig schoten kun je maximaal 600 punten halen. En om goed te presteren moet je dicht bij dat aantal zien te komen – toen Sander afgelopen zomer meedeed aan een kwalificatiewedstrijd voor het WK, had hij bijvoorbeeld 580 punten nodig. Hij schoot er 579. Terwijl hij een paar dagen voor de officiële kwalificatiewedstrijd, op een gewone trainingsavond, 585 punten haalde. Erover praten doet hij liever niet. “Ik baalde. Heel lang eigenlijk. Ik heb het net pas naast me neer kunnen leggen. Ik begon het plezier in schieten zelfs wat kwijt te raken, en het had weinig gescheeld of ik zou stoppen. Maar dat zou ik zonde vinden, want ik verbeter mezelf nog iedere dag en vind het nog te leuk om te doen.”

Zijn rustige karakter past als gegoten bij de sport: eerst nadenken, dan handelen. Sander wil graag de buitenwereld laten zien wat een prachtige sport pistoolschieten is, vooral door zelf goed te blijven presteren. Hij vindt dat pistoolschieten de erkenning moet krijgen die het verdient. Voorlopig is Sander op de goede weg: hij staat twintig uur per week op de schietbaan en werkt daarnaast ook nog eens minstens veertig uur in zijn eigen meubelmakerij.

Sander Nooij.

Voordat ik een derde keer ga schieten, laat Sander nog eens zien hoe het moet. Schietarm omhoog, zijn andere arm losjes in zijn broek. Hij haalt rustig adem en heft zijn arm steeds hoger. Dan laat hij hem ietsje zakken. Dit herhaalt zich een paar keer. Ik kijk vol ontzag naar zijn schietkaartje. Het zit vol met punten bij de negen en de tien.

“Je moet op het onderste deel van de schijf richten,” zegt Sander, terwijl hij het pistool weer aan mij overhandigt. “Niet op het zwarte ronde deel.” Dat doe ik dan maar. Ik haal diep adem, hef mijn arm, kijk naar de schijf, wacht zeker twintig seconden en vuur. PANG. Daar gaat het kogeltje. Het klinkt alsof-ie weer mis is.

Maar dan laat Sander mijn schietschijf zien. Ik kan het niet geloven, maar ik zie een gat bij de acht punten. Ik pak de schijf vast en staar naar het gaatje. Meteen snap ik wat er zo verslavend is: na ieder schot heb je direct de mogelijkheid om het beter te doen. Het is niet alleen een wedstrijd tegen je opponenten, maar vooral ook een wedstrijd tegen jezelf.

Sander Nooij.