Hoe Auke Kemperman het manusje-van-alles van Vitesse werd

“Ik weet nog goed dat Piet Velthuizen nooit met zijn vingers van van de radio af kon blijven. Altijd zat hij te klooien met die knoppen. Gek werd ik ervan.”

|
mrt. 27 2018, 2:33pm

Het begon met het vervoeren van onder anderen Piet Velthuizen en Eloy Room, maar inmiddels is Auke Kemperman (73) veel meer dan alleen chauffeur van de jeugd van Vitesse. De Arnhemmer rijdt tegenwoordig ook rond met de interne post, het pak van mascotte Vito en de lunchpakketten voor het eerste team.

Kemperman is uitgegroeid tot een manusje-van-alles bij Vitesse. Vooral in de tijd voordat Merab Jordania de club overnam, deed hij aparte klusjes. Zo reed hij iedere week de auto van Fred Rutten door de wasstraat, verzorgde hij de landschildpadden van oud-speler Tomáš Kalas en bestreed hij de muizen en ratten in het oude trainingscentrum De Slenk. VICE Sports zocht hem op tijdens zijn werkzaamheden op Papendal.

VICE Sports: Hey Auke, hoeveel kilometers heb je al gereden voor Vitesse?
Auke Kemperman: Pfoe, dat zou ik niet weten. In ieder geval ontzettend veel. In het begin ging het zeker om duizenden kilometers per jaar. De laatste jaren is het wat minder geworden. Eerst reed ik vaker de jeugd rond en moest ik bijvoorbeeld op en neer naar de drukker in Barendrecht voor één wedstrijdshirt.

En verkeersboetes?
Daarvan heb ik er nog nooit één gezien. De regel is dat je die zelf betaalt. In de tijd dat Fred Rutten hier trainer was, reed ik wel iedere week met zijn auto door de wasstraat. Liep keeperstrainer Stanley Menzo altijd te dollen: “Auk, op de Amsterdamseweg wel even lekker gas geven, hè. Gewoon de 120 aantikken.” Daar mag je 50 en stonden flitspalen. Ik heb dat nooit gedaan, hoor. Rutten had een van de nieuwste Audi’s van die tijd, dus ik was voorzichtig. Rutten was trouwens altijd wel gezellig, net als Aad de Mos. Zij kwamen altijd een kop koffie drinken, een praatje maken. De meeste andere trainers waren wat meer afstandelijk.

Wat voor werk doe je precies?
Iedere maandag en dinsdag ben ik bij de club. Dan ruim ik eerst alles op rondom de velden. Daarna rijd ik op en neer tussen GelreDome en Papendal. Bijvoorbeeld voor de interne post, maar ook met het pak van mascotte Vito. Dat wordt na iedere wedstrijd op Papendal gewassen. Eigenlijk moet er iedere dag van alles heen en weer worden gereden: shirtjes, ballen of lunchpakketten als ze besloten trainen.

Verder rijd ik nog jeugdspelers na de training terug naar school. Of soms moet iemand juist van school gehaald worden voor een wedstrijd. Er zijn weer andere vrijwilligers die iedere ochtend de jongens thuis ophalen en naar school brengen. Dat heb ik vroeger ook gedaan.

Hoe ben je eigenlijk in dit werk gerold?
Ik was wiskundeleraar in het speciaal onderwijs en werd in 2003 afgekeurd vanwege een ziekte. Wat dat precies was, houd ik liever voor mezelf. Mijn vrouw is een fanatieke Vitesse-supporter en zei dat ik maar wat bij de club moest gaan doen. Ze wist toevallig dat ze nog chauffeurs zochten om de jeugd te rijden.

Ik heb gebeld en de volgende dag kon ik me melden op De Slenk, de oude trainingsaccommodatie van Vitesse. Van de beheerder, Binnie Klaver, kreeg ik zonder verdere instructies meteen de sleutels van een busje om wat jeugdspelers naar huis te brengen. “Die jongens weten zelf wel waar ze wonen,” zei hij. Daarna kreeg ik voor de ochtenden mijn eigen rondje en haalde ik altijd dezelfde jongens op.

Dus iedereen heeft een vaste route?
In die begintijd wel. Toen hadden we ook nog busjes van de club, met een groot logo erop. Ik moest naar Nijmegen om Piet Velthuizen en Eloy Room op te halen, daarvoor was een speciaal ‘blanco busje’. Konden ze in Nijmegen niet zien dat we van Vitesse waren, anders zou er zo een steen door de ruiten gegooid worden. Of dan prikken ze de banden lek.

Zeker in Nijmeegse volksbuurten zaten die jongens altijd weggezakt in hun stoel, zodat mensen niet zagen dat ze van Vitesse waren. Ik reed vaak om het centrum van Nijmegen heen om gedoe te voorkomen en ging ik via de achterkant erin, daar woonden die jongens ook.

Hoe was het met Velthuizen en Room in de bus?
Eloy was altijd heel rustig en stil, hij kwam ook uit een nette buurt. Piet was anders, hij is opgegroeid in zo’n volksbuurt. Piet was toen al een vrije vogel, dacht niet altijd na voordat hij iets deed. Ik weet nog goed dat Piet nooit met zijn vingers van van de radio af kon blijven. Altijd zat hij te klooien met die knoppen. Gek werd ik ervan.

Heb je regels in je bus?
Ik wil rust. Ik ben verantwoordelijk voor andermans kinderen, dan wil ik rustig kunnen rijden en me concentreren op mijn werk. Ik heb één keer een jongen geweigerd. Die was te druk. Maar eigenlijk heb ik verder nooit problemen gehad. Natuurlijk zijn er weleens arrogante jongens. Dat zie je snel genoeg door hun houding. Ik heb respect voor ze, dan hebben ze dat over het algemeen ook voor mij. Zo niet, dan kijk ik op ze neer.

Wat is in jouw ogen een goede chauffeur?
Een chauffeur moet onzichtbaar zijn. Die jongens worden al door iedereen lastig gevallen, omdat ze bij Vitesse spelen. Als ze iets van me willen, komen ze wel naar me toe. Ik heb genoeg chauffeurs hier gezien die het vooral mooi vinden dat ze voor Vitesse werken. Die stonden liever naar de training te kijken en contact te zoeken met de spelers, dan dat ze hun werk deden. Dat kan niet.

Toevallig woont Thulani Serero boven mij. Toen er post voor hem bij mij werd bezorgd, moest hij wel lachen. Hij herkende me van Vitesse. Maar ik ga toch niet aanpappen met hem? Als hij op de koffie wil komen, moet hij dat zelf weten. We zouden dan wel een gezellige avond hebben, haha.

Als chauffeur zie je misschien wel meer dan mensen van de club, omdat je ziet waar die jongens opgroeien.
Door mijn werk in het speciaal onderwijs herken ik nog steeds of er iets aan de hand is met iemand. Maar het is niet mijn taak om daar iets over te zeggen of om over te beginnen tegen zo’n jongen. Dat is aan de trainers, die moeten alles zien en zijn de hele week bezig met zo’n jongen. En als iemand erover wil praten, dan komt diegene wel naar mij toe. Maar dat is nooit echt gebeurd.

Is de club veel veranderd in die vijftien jaar?
Tegenwoordig is het eerste team echt afgezonderd. Dat is sinds de nieuwe trainingsaccommodatie er staat, zo’n vijf jaar geleden. Sindsdien is alles professioneler. De kleedkamer van het eerste team in De Slenk bestond vroeger uit twee containers. De ene container was om je om te kleden, in de ander waren de douches.

In de winter bevroren de waterleidingen weleens, maar niemand wist hoe je zoiets moest oplossen. Gelukkig zat er toen een speler uit Estland in de selectie, Raio Piiroja. Hij wist een trucje. Stond ’ie in zijn eentje handdoeken om de leidingen te wikkelen en er kokend water overheen te gieten. Het werkte perfect, iedereen blij. Het was gemoedelijker in die tijd. Iedereen liep door elkaar heen, je had veel meer contact met elkaar. Ik kon nog aanschuiven tijdens de lunch van het eerste team.

Deed je in die tijd ook ander werk?
Voordat Jordania kwam, hadden ze om te bezuinigingen alle busjes weg gedaan en reden vervoersbedrijven de spelers rond. Toen ben ik andere klusjes gaan doen. Bij een van de trainingsvelden stond een soort partytent om mensen te ontvangen. Daar zaten altijd ratten en muizen, die probeerde ik uit te roeien. Of bracht ik voor spelers van het eerste team de auto naar de garage voor een beurt. Ik heb daardoor in de mooiste auto’s gereden. We hebben eens met drie man staan kijken hoe we zo’n auto moesten starten. Werd ineens van het trainingsveld geroepen: “Druk nou gewoon op die knop, man.” Bleek dat het genoeg was om de sleutel in je zak te hebben. Had ik nog nooit gezien.

Ging het nooit mis met al die autoritten?
Nou, niet bij mij. Maar Yakubu kwam altijd uit Amsterdam, had hij een keer de halve afstand afgelegd met een lekke band. Dat ding was helemaal kapot. Dan zorgde ik ervoor dat de garage de auto kwam ophalen. Voor dat soort dingen was ik er ook. In die tijd stonden de auto’s geparkeerd op een lager gelegen terrein. Later heeft Giorgi Chanturia, een Georgische speler, hier op Papendal door de gladheid nog een botsing gehad. Reed hij zo tegen een boom aan. Die plek heet nu de Chanturiabocht.

Zijn er bepaalde spelers waar je een speciale band mee hebt?
Vooral met Tomas Kalas, een verdediger uit Tsjechië die twee seizoenen gehuurd werd van Chelsea. Hij bleek een hele grote dierenliefhebber te zijn en had thuis vissen en landschildpadden. Als hij terugging naar Tsjechië, kreeg ik de sleutels van zijn huis om die beesten te verzorgen. Zelf heb ik vroeger ook landschildpadden gehad. Dat schept een band. Als ik tegenkwam, ging het altijd over die beesten.

Eerder reed ik ook vaker met spelers naar het ziekenhuis. Nu is hier altijd wel een arts. Ik heb bijvoorbeeld eens Onur Kaya naar het ziekenhuis gereden. Die jongen zat helemaal in de rats. Dan probeer je hem een beetje op te peppen, hem moed in te praten door te zeggen dat hij niet te snel van het slechtste uit moet gaan.

Wat betekent de club voor je?
Het is niet zo dat ik echt een geelzwart hart heb. Mijn vrouw heeft dat meer. Die ging vroeger zelfs naar alle uitwedstrijden. Ik kan hier gewoon lekker bezig blijven. Ik weet zeker dat als ik vijftien jaar geleden thuis was gaan zitten, ik er nu niet zo bij had gelopen. En ik maak allemaal dingen mee, die ik anders nooit had gezien. Ik heb in auto’s gereden die ik nooit zou kunnen betalen.

Mis niets! Like VICE Sports Nederland voor je dagelijkse dosis ijzersterke sportverhalen.