De avonturen van Dorde Pupovac als profvoetballer in Bosnië

“Voor een minimumloon zal ik zo weer ergens tekenen. Nu heb ik nog de kans om profvoetballer te zijn.”

door Milan Haak; foto's door David van Haren
|
dec. 22 2017, 2:52pm

Dorde Pupovac zal bij het grote voetbalpubliek niet snel een belletje doen rinkelen. En dat is ook niet zo gek. In Nederland kwam hij niet verder dan de amateurs en verdween daarna snel naar het buitenland. Dorde speelde in het tweede elftal van het Udense UDI’19, toen hij in januari 2014 een profcontract kon krijgen bij NK Zvijezda Gradacac, een club op het hoogste niveau van Bosnië.

Een droom kwam uit voor Dorde, maar door een corrupte voorzitter en chaos bij de club liep het avontuur niet zoals gehoopt. Hij maakte daarna nog uitstapjes naar Duitsland, België, Servië en Griekenland – ook allemaal zonder succes. Hij is nu 26 en zit zonder club, maar hij geeft de hoop op een carrière als profvoetballer niet op. Dorde staat elke dag weer op het trainingsveld, in zijn eentje of met zijn broertje. VICE Sports sprak hem in een cafeetje in Den Bosch over zijn vreemde carrière.


“Drie of vier dagen in de week werk ik nu bij de Rabobank, op de afdeling Hypotheekondersteuning, zodat ik even wat geld kan verdienen. Mijn teamleiders zijn gelukkig flexibel en geven me vrijheid in mijn werktijden, zodat ik kan trainen en dus topfit kan blijven.

Ik train namelijk acht keer in de week voor mezelf. Dat heb ik altijd gedaan als ik clubloos was. Met een personal trainer of gewoon buiten op het voetbalveld van mijn jeugdclub, Blauw Geel ‘38. Soms doet mijn broertje mee zodat ik bepaalde oefeningen beter kan uitvoeren. Ik wil in vorm blijven voor als ik een nieuwe kans krijg. Al die trainingsuren die ik erin heb gestoken, wil ik niet zomaar in de prullenbak gooien. En ik ben nog altijd op zoek naar een profclub.

Vier jaar geleden kwam ik voor het eerst in aanraking met het profvoetbal. Ik kon tekenen bij FK Novi Sad, een club op het tweede niveau van Servië, nadat een Servische oom daar voor mij een stage had geregeld. Ik ging erheen, maar na twee weken was ik er al klaar mee. Het was officieel een profclub, maar de velden waren verschrikkelijk, de tenues kapot en de accommodatie leek wel een ruïne. Dat was mijn eerste ervaring in het profvoetbal en daarna is het helaas niet veel beter geworden.

Toen ik terug was in Nederland ging ik bij het Udense UDI’19 voetballen. Omdat ik een tijdje niet had gespeeld, kwam ik in het tweede terecht. Ondertussen had ik contact met een Kroatische jongen, Danijel Buzov, die bij het Bosnische NK Zvijezda Gradačac speelde. Hij heeft voor mij net zo lang bij de clubleiding aangedrongen tot ik een keer stage mocht lopen in de winterstop.

Ik reed erheen en kwam te wonen bij Danijel op een bovenverdieping bij een Bosnisch gezin. Verder leek alles aardig geregeld. Er was net een nieuw stadionnetje en bovendien speelde FK Zvijezda Gradačac in de Bosnische eredivisie. Ik ging meteen mee op trainingskamp naar Pula in Kroatië, waar we een oefenwedstrijd speelden tegen een Oostenrijkse derdedivisionist. Ik kwam er na rust in, scoorde twee keer en gaf twee assists. We wonnen die pot met 7–0.

Daarna kreeg ik al snel een contract aangeboden. De onderhandelingen deed ik zelf en ik ging ook eigenlijk meteen akkoord met het voorstel. Misschien had ik er meer uit kunnen halen, maar ik stond te popelen om te spelen en vond elk bedrag prima. Ik was vooral ontzettend blij dat ik mijn eerste profcontract had.

Een paar weken daarvoor speelde ik immers nog in het tweede elftal van een amateurclub, nu kon ik voetballen op het hoogste niveau mét een contract op zak. Toch ging het al snel mis. Een week voor de competitie werd hervat vertelde de voorzitter me ineens dat mijn papieren niet in orde waren. Ik was nog niet speelgerechtigd.

Ik vertelde dat aan mijn Kroatische teamgenoot en hij zei: ‘Luister, je speelt goed, maar de trainer en de voorzitter verwachten dat je ze geld geeft of je wedstrijdpremie afstaat voor een basisplaats. Dat doet bijna elke basisspeler hier.’ Blijkbaar betalen veel spelers daar voor hun plekje, in de hoop dat ze zich in de kijker spelen bij grotere clubs. Maar voor een basisplaats betalen ging mij te ver, dus was ik bij deze club kansloos.

Ik bleef wel keihard trainen, maar daar werd ik na een tijdje toch een beetje treurig van. Ik zat daar in een Bosnisch huisje en maakte geen minuten. Een Japanse en Senegalese teamgenoot zaten een beetje in hetzelfde schuitje en ik ging vaak met hen eten en drinken in de stad om de tijd te doden. Gelukkig woonde er ook familie dichtbij, in Belgrado. Daar reed ik vaak heen met een paar andere teamgenoten om vrije weekenden door te brengen.

Omdat ik niet betaalde voor een basisplaats bleef mijn situatie uitzichtloos. Bovendien was alles bij de club behoorlijk chaotisch. Het salaris werd niet op tijd of onvolledig betaald. We trainden op een ontzettend slecht veld. Niet te doen. De club had een mooi kunstgrasveld gekregen van een Oostenrijkse club, maar dat werd nooit uitgerold. Dus trainden we dag in dag uit in een grote modderpoel. Vreemd genoeg leek iedereen het wel best te vinden. Zeker de Bosnische spelers trekken zich niets van de chaos aan. Ze zijn niet anders gewend.

Financieel maakte de voorzitter er ook een grote puinhoop van. De fanatieke supporters waren er na een tijdje zo klaar mee, dat een groepje van de harde kern hem opwachtte om hem klappen te geven. De voorzitter had het in de gaten, nam de achteruitgang van het stadion en racete weg in zijn auto. Hij is nooit meer terug naar die stad gekomen.

De nieuwe voorzitter had het beste voor met de club, maar helaas voor mij duurde het seizoen nog maar een paar weken. Uiteindelijk heb ik geen minuut gemaakt in die competitie. Aan het einde van het seizoen ging ik weg. Ik heb niet al mijn salaris gehad, maar had er geen zin meer om er achteraan te gaan. Ik wil me altijd gewoon focussen op voetballen, niets anders.

Bij Gradačac was dat niet mogelijk. En eigenlijk was dat in het hele Bosnische voetbal niet te doen. Soms werden wedstrijden gefixt. Tijdens de laatste uitwedstrijd moesten we tegen een elftal dat nog tegen degradatie streed. Toen we gingen tanken vlakbij het stadion stond de voorzitter van de tegenstander ineens in onze bus. Hij betaalde onze volle tank en zei dat we met 3–1 moesten verliezen. Of hij ook nog spelers heeft betaald weet ik niet, maar er werd wel met 3–1 verloren.

Terug in Nederland kon ik een stage afwerken bij Helmond Sport, maar via mijn Servische oom kreeg ik een stage aangeboden bij FK Donji Srem, dat toen op het hoogste niveau speelde in Servië. Ik zag mezelf al tegen het grote Rode Ster Belgrado spelen, dus ik pakte het vliegtuig naar Servië. Mijn oma woonde ook vlakbij die club, dus daar kon ik slapen.

De eerste trainingen gingen ontzettend goed. De accommodatie was ook prima en de trainer vertelde dat hij zou zorgen dat ik een contract kreeg. Ik had er zin in, maar mijn toekomstige teamgenoten niet. Ik merkte tijdens de trainingen dat ze niet zaten te wachten op een extra concurrent, dus ze pakten mij hard aan. Helaas ging dat tijdens de vierde training helemaal mis. Een teamgenoot kwam met gestrekt been in. Ik raakte zwaar geblesseerd aan mijn enkel en kon fluiten naar een contract.

Ik was weer terug bij af en ging in Nederland weer vol aan de bak met mijn personal trainer. Ik heb nog bij semi–profclubs in België en Duitsland gezeten, maar wilde echt naar een profclub. Via mijn Griekse zaakwaarnemer Dinos Mavrommatidis kon ik afgelopen zomer in het Griekse kustplaatsje Kiveri stage lopen bij Ermis Kiveri, een club op het derde niveau. Ik ging samen met Gianni Kimvwidi, waarmee ik in Nederland voetbalde. We speelden op 30 augustus een testwedstrijd en de club wilde ons allebei inlijven.

Ermis Kiveri speelde weliswaar niet zo hoog, maar alles leek goed geregeld. Het salaris was redelijk, we kregen een appartement aan zee en konden twee keer per dag een gratis eten in het restaurant van de voorzitter. Het weer was natuurlijk ook geweldig, dus ik had er ontzettend veel zin in. Gianni en ik zaten al in ons appartement toen de voorzitter belde met slecht nieuws. Hij zei dat hij niet alles rond kon krijgen voor de deadline. We konden niet blijven en ik baalde als een stekker.

In januari krijg ik waarschijnlijk opnieuw een kans bij de club. Ik geef niet op en wil nog steeds voetballer worden. Hoe dan ook. Mijn hele familie staat achter me en gelooft dat ik het alsnog ga redden. Hopelijk kan ik dus komende transferperiode aan de slag bij Ermis Kiveri en anders ga ik met mijn Griekse zaakwaarnemer op zoek naar een andere club. Ik vraag ik weinig, ik ga alleen niet meer naar een club als ze geen bankgarantie afgeven. Voor een minimumloon zal ik zo weer ergens tekenen. Nu heb ik nog de kans om voetballer te zijn.”

Dit is een verhaal uit de rubriek Ongewenst Transfervrij, waarin VICE Sports profvoetballers aan het woord laat die graag weer willen spelen, maar door hun eigen fouten of botte pech geen club hebben. Zie hier alle verhalen uit deze serie.

Mis niets! Like VICE Sports Nederland voor je dagelijkse dosis ijzersterke sportverhalen.