Waarom Rodney Ubbergen gelukkiger is op amateurvelden en pleintjes

“Als het leven over is, kan je je geld niet meenemen, je kan niemand meenemen. Dus kun je beter nu plezier maken.”

|
mrt. 7 2018, 1:35pm

In het profvoetbal botste hij met de ene na de andere trainer, maar in het amateurvoetbal is Rodney Ubbergen (31) weer net zo gelukkig als vroeger op de Amsterdamse pleintjes. Zijn teamgenoten van DOVO zijn inmiddels gewend aan de streken van de avontuurlijke doelman.

Ubbergen speelde als doelman in de jeugd bij onder meer Ajax en AZ, kwam tot twintig wedstrijden in de Jupiler League voor onder meer Telstar en speelde twee officieuze interlands voor Suriname. Als keeper van FC Oss ging hij het internet over met een selfie van hem op de wc met zijn toenmalige vriendin Kim Feenstra achter hem onder de douche. Die tijden zijn geweest en Ubbergen keept inmiddels in de Derde Divisie bij DOVO.

In het amateurvoetbal heeft hij het plezier in het voetbal teruggevonden. VICE Sports ontmoette Ubbergen in het Fletcher Hotel in Amsterdam-Zuidoost en sprak met hem over de humor in het amateurvoetbal, de problemen die hij als profvoetballer had en het leven op de pleintjes van Amsterdam.

VICE Sports: Ha Rodney, we zouden elkaar eerder spreken, maar er kwam een buikgriepje tussendoor. Ben je alweer hersteld?
Rodney Ubbergen: Ik houd mijn eten weer binnen, maar ik heb echt een week op de wc gezeten. Volgens mij gaat er een virus rond, want twee ploeggenoten van DOVO en mijn broertje hadden er ook al last van. Het kwam mij wel goed uit, want we hadden een weging bij DOVO. Ik was dus mooi op gewicht.

Ik ben alleen een beetje moe, maar dat komt omdat ik laat ben gaan slapen. Ik kreeg het nieuwe UFC-spel gisteravond binnen en heb de hele nacht gespeeld. Volgens mij heb ik wel dertig keer gezegd dat ik een laatste potje ging doen.

Heb je nog een selfie op de wc genomen? Zoals met Kim Feenstra destijds.
Haha, dat was een grap van ons beiden, maar iemand bracht het op internet alsof ik het stiekem deed. Maar ik heb dat achter me gelaten man. Ik ben verder gegaan met mijn leven en praat over geen enkele ex.

In die tijd was je nog profvoetballer bij FC Oss, nu speel je bij de amateurs. Hoe bevalt dat?
Heel goed. Ik heb minder verplichtingen binnen het voetbal en dus meer vrijheid. Ik kom momenteel rond van het handelen in huizen. Gericht inkopen, beetje opknappen en weer doorverkopen. Je hoeft maar één keer een huis te verkopen en je zit goed voor een jaartje. Daardoor kan ik mijn tijd invullen zoals ik wil. Het amateurvoetbal past daar goed in. Ik ben aanvoerder en voel me goed bij DOVO. De meeste ploeggenoten hebben een negen-tot-vijf-baan en kijken wel eens op van hoe vrij ik leef, maar ik kan wel avonturen met ze beleven.

Wordt er veel gelachen in de kleedkamer?
Dat gaat van iemands spullen verstoppen tot grapjes maken over welke kleding iemand aanheeft. We hebben een jongen in het team, Salim Amerzgiou, die lijkt op Daniel Ricciardo, die Formule 1-racer. Op zijn plek hangen we dan een foto van Ricciardo en daar zetten we allemaal Red Bull-blikjes omheen. Andere keren zijn we wat harder en plagen wie iemand de hele week als die een slechte wedstrijd heeft gespeeld. In het amateurvoetbal gaat het in ieder geval niet achter iemands rug om. Dat gebeurt in het profvoetbal meer. Daar heeft iedereen zijn eigen agenda en zeggen spelers niet wat ze denken. Ik ben blij dat ik uit die wereld ben. Bij de amateurs geniet ik veel meer.

Ben je zelf wel eens aan de beurt in de kleedkamer?
Ik ben natuurlijk het pispaaltje met mijn haarkleur. Blond wijf, noemen ze me dan. Daar kan ik wel om lachen. Ze zullen vast wel eens denken: “Daar heb je Rodney weer met zijn gekke streken.” Maar dat mag van mij. Ik heb een dikke huid. Ik kan niet zelf gek doen en verwachten dat niemand er iets van zegt. Ik zoek zelf altijd de grens op, dus dan mag iemand anders dat ook doen. Eén ding gaat me te ver en dat zijn grappen over mijn zoontje. Verder mag je alles zeggen, maar dan mag ik ook alles terug zeggen.

Word je door je kapsel vaak aangesproken als Tonny Vilhena?
Echt te vaak, vooral bij uitwedstrijden met DOVO. Vilhena kwam ermee op televisie en iedereen denkt daarom dat ik het van hem heb, maar ik heb het van Odell Beckham Jr., een American footballerspeler. Die kwam ik laatst trouwens tegen. Toen zijn we op de foto gegaan met onze blonde koppen.

Waar kom je zo iemand tegen?
Dat was in de Jimmy Woo. Daar kom ik graag, net als in de ABE, een andere Amsterdamse club. Vaak maak ik een reservering voor zes personen, maar dan komen er tien meer. Dat vinden ze niet altijd even leuk.

Als je dat stappen achterwege zou laten, zou je dan nog meekunnen in de Jupiler League?
Ik zie keepers van wie ik denk: “Laat mij een week meetrainen en ik ben nog steeds beter dan jij.” Zelfs in de Eredivisie kan ik misschien net vier keepers opnoemen die beter zijn dan ik. In het voetballende deel ben ik sowieso de beste. Als je mij bij een club FC Utrecht of FC Twente neerzet, merk je geen verschil met wie er nu staat. In sommige gevallen hoef ik niet eens een week te trainen, haha. Helaas voor de Nederlandse clubs durven ze het niet aan met me.

Maar goed, ik heb fouten gemaakt. En als je in Nederland eenmaal fouten maakt, kom je niet meer van dat stempel af. Het is één groot politiek spel. Ik hoef geen betaald voetbal meer te spelen in Nederland. Voor een avontuur in het buitenland sta ik wel open. Ik kon laatst naar de tweede divisie van Portugal, maar dat was financieel niet veel beter dan wat ik nu heb. Ik verdien niet minder dan in de Jupiler League en ik kan gewoon lekker in mijn oude buurt blijven wonen.

Amsterdam-Zuidoost is jouw thuis, of niet?
Absoluut, ik hoef hier nooit meer weg. Als we nu uit het raam kijken, zie je het AMC, het ziekenhuis waar ik ben geboren. Aan het eind van de straat staat het oude huis van mijn ouders. Ik heb mijn familie en vrienden hier. Alles is binnen handbereik. Mijn club in Veenendaal is dertig minuten rijden en sinds kort speelt mijn vriend van vroeger Dominique Kivuvu er ook. Ik heb hem eindelijk over weten te halen. Nu rijden we elke keer samen die kant op. Hij woont in West, maar we zijn samen opgegroeid op straat.

Hoe ging dat eraan toe?
Er was altijd een strijd tussen West en Zuid over wie de beste voetballers had. Al mijn voetbalvrienden komen uit West, dus ik pakte vaak de metro die kant op. Ik was toen al goed bevriend met Kenneth Vermeer, die in West woonde. Jeremain Lens ook, hij is nog steeds mijn beste vriend. Eerst mochten we elkaar totaal niet, omdat we allebei de baas wilden zijn, maar uiteindelijk besloten we de krachten te bundelen. Nu zijn we twee kapiteins op één schip.

Tot mijn achttiende waren we elke dag op het pleintje aan het voetballen. Op een gegeven moment houdt dat op, omdat voetballen je werk wordt. Je wordt voorzichtiger. Je wil niet met blauwe enkels thuiskomen omdat er altijd zo’n idioot tussen loopt die niet kan voetballen, maar wel altijd meedoet.

Je kwam in de jeugd bij Ajax terecht. Wat voor herinneringen heb je daaraan?
Niet veel, ik was nog maar zes toen ik daar speelde. Kenneth zat nog bij Neerlandia en Jeremain was een lichting jonger dan ik, die kwam later. Ik zat wel bij Urby Emanuelson en Quincy Owusu-Abeyie in het team. Weet je, voetballen bij Ajax maakt je een ander persoon. Je hoort elke dag “wij zijn Ajax, wij zijn de beste” en daar ga je in geloven. Ik had het gevoel dat ik me niet meer hoefde te bewijzen op de pleintjes. Ik was beter dan al die jongens. Ik speelde bij Ajax.

Was het moeilijk toen je na anderhalf jaar weg moest?
Ik heb echt veel gehuild toen. Dat voelde als het einde van de wereld. Maar daar kom je vanzelf weer overheen. Altijd als ik daarna tegen Ajax speelde, heb ik extra gas gegeven. Om voor mijzelf te laten zien dat ik het aankon.

Na Ajax heb je lang bij AZ in de jeugd gespeeld. Wat heb je daar voor tijd gehad?
Ik had het onwijs naar mijn zin. Ik groeide elk jaar door, van de B’s tot Onder-19. Op een gegeven moment ging het alleen mis tussen mij en het hoofd van de jeugdopleiding, Joop Lensen. Mijn vetpercentage was te hoog. Een buikgriepje was toen wel handig geweest, haha. Maar goed, ik moest dus de hele week op de training rondjes rennen, dat was de afspraak. Over de wedstrijddag hadden we niets afgesproken, dus ik kwam in mijn nette wedstrijdkleding naar de club.

Toen moest ik ineens toch rondjes rennen. Op advies van mijn vader weigerde ik dat. Ondertussen wist ik al dat ik naar RKC Waalwijk kon. Joop Lensen stuurde me weg en ik stond erop dat ik daarvan een brief mee zou krijgen met zijn handtekening erop. Toen ik later bij RKC kwam, wilde AZ ineens geld voor me hebben. Kwam die brief goed van pas.

Via RKC ging je naar RBC Roosendaal, waar je je professionele debuut maakte. Hoe verging het je daar?
Eerst was Dolf Roks de trainer, maar die had geen verstand van voetbal. We wonnen maar één keer in het hele seizoen in de Eredivisie. Soms hadden we te weinig man op de training en moest ik linksbuiten spelen. Als ik dan één verkeerde loopactie maakte, brandde hij me helemaal af en moest ik gaan opdrukken.

Later werd Rob Meppelink trainer en begon het echte gezeik. Hij kon mij niet hebben. Ik was een jonge jongen uit Amsterdam, reed in een grote BMW en kocht wel eens een klokje of een tas van Louis Vuitton. Daar deed hij altijd enorm moeilijk over. Het ging nooit over voetbal. Na het zoveelste conflict ben ik geflipt en heb ik wat dingen naar hem geroepen. Daar was ik nu slimmer mee omgegaan, maar ik moest nog leren dat je het nooit wint van de trainer. Uiteindelijk kreeg ik de maximale boete en moest ik ’s avonds rondjes rennen bij het tweede. Veel van dat soort momenten hebben mijn plezier in het profvoetbal verpest.

Verlangde je toen wel eens terug naar de pleintjes van Amsterdam?
Dat waren absoluut de mooiste jaren met de bal. Wanneer voetbal je werk wordt, komt er veel politiek bij kijken. Het is niet zo dat de beste speelt, het gaat erom of de trainer je mag of niet. Ik zeg niet dat ik geen fouten heb gemaakt, maar ik heb nog nooit een trainer gehad die zei dat ik niet goed genoeg was.

Het ging altijd om dingen buiten het voetbal. Het was makkelijker geweest als ze me niet goed genoeg vonden. Dan had ik mijn handschoenen ingeleverd en was ik in de buurt gaan voetballen. Nu heb ik altijd het geloof gehouden dat ik ver kon komen. Als die kans vandaag komt, pak ik hem alsnog. Maar dat verwacht ik niet. Ik ben realistischer geworden. Als vader sta je sowieso anders in het leven. Je moet ook in het belang van je kind denken.

Ben je op dit moment gelukkig?
Zeker weten. Het enige wat mist is vijf miljoen euro op mijn bankrekening, haha. Nee serieus, ik heb een gezond kind en goede mensen om me heen. En mijn leven is nooit saai. Af en toe vlieg ik naar een wedstrijd van Jeremain. Soms spreken we elkaar dagen niet, maar als we bij elkaar zijn, rollen we door de kamer van het lachen. Binnenkort ga ik naar Besiktas – Bayern München om hem weer te zien. Twee jaar geleden ben ik in Engeland gaan wonen toen Jeremain bij Sunderland speelde. Daar heb ik ook genoeg meegemaakt. Ik zou er een realityshow over kunnen maken, maar ik denk niet dat Nederland daar klaar voor is.

Wat zouden we dan zien?
Ik heb daar bijvoorbeeld een vriend gemaakt die een paar clubs en een hotel heeft in Newcastle, dus de avonden die ik daar heb gehad zullen zeker langskomen. Vorig jaar was ik er weer eens omdat ik een avond goed wilde stappen. Op zaterdagmiddag vloog ik erheen en ik zou zondagochtend teruggaan, want ik moest maandag weer trainen. Toen zei die vriend dat Floyd Mayweather naar zijn club zou komen. Daar moest ik natuurlijk bij zijn.

Dus die zondagavond stond ik nog in de VIP. Ik zag Mayweather staan en hij zag mij, want ik had een pet op van zijn merk. Op het moment dat iedereen hem even vrij liet, ben ik met hem op de foto gegaan. Daarna ben ik meteen naar mijn hotelkamer gegaan om te slapen en de volgende dag stond ik op het trainingsveld.

Klinkt inderdaad als een avontuur. Vind je dat mensen het leven te serieus nemen?
Honderd procent. Daarom heb ik de Joker op mijn scheenbeschermers en telefoonhoesje staan. Het zou mijn bijnaam kunnen zijn. Iedereen doet zo gestrest. Als het leven over is, is het over en wat heb je dan? Je kan je geld niet meenemen, je kan niemand meenemen. Dus kun je beter plezier maken.

Dit is een verhaal uit De Vierde Helft , een serie van VICE Sports over amateurvoetbal in Nederland. Zie hier alle verhalen uit deze serie.

Mis niets! Like VICE Sports Nederland voor je dagelijkse dosis ijzersterke sportverhalen.