De nieuwe missies van oud-PSV’er Abel Tamata

“Ik verdiende goed geld als voetballer, maar ik kon mijn ei niet kwijt.”

|
apr. 17 2018, 7:54am

Hij speelde een uur in de kampioenswedstrijd van 2015, toen PSV overtuigend een einde maakte aan de titelreeks van het Ajax van Frank de Boer. Nu zit Abel Tamata (27) ontspannen op een terrasje vlakbij Amstelveen. Door een hele hoop blessures kwam zijn doorbraak bij PSV en later FC Groningen en ADO Den Haag niet van de grond.

Tamata besloot afgelopen zomer te stoppen met profvoetbal. “Iedereen zei me dat ik door moest gaan, maar ik zit nu op andere dingen,” zegt hij zelfverzekerd. Tamata studeert nu aan het Johan Cruyff Institute en werkt bij Sportbedrijf Amstelveen. VICE Sports spreekt de voormalig back in Brasserie Paardenburg over zijn nieuwe leven na het profvoetbal, zijn band met Congo, vervelende grappen van zijn zwager Ali B en kampioen worden met PSV.

VICE Sports: Ha Abel, op jouw profielfoto op Twitter sta je voor een schilderij van jezelf. Wat is het verhaal daarachter?
Abel Tamata: Mijn moeder is kunstenares, zij heeft dat geschilderd. Ik vind haar überhaupt goed, maar ik ben al helemaal blij met dat schilderij. Mijn moeder woont in Bergen op Zoom en toen ik daar met kerst was, zag ik hem. Ik weet niet eens of ze hem wel af vindt, maar ik vind van wel, dus ik maakte er een coole foto bij.

Op het schilderij draag ik een bandana op mijn gezicht en mijn moeder heeft daar al mijn familieleden op geschilderd. Ze heeft het echt kunstzinnig ingevuld. Mijn neefjes, mijn zus, mijn vader en mijn vrouw. Ik denk dat dat toch wel de basis is voor een mens.

Wat voor band heb je met je moeder?
Ik heb op mijn teentjes gelopen met het voetbal, dus ik vind het fijn dat ik nu weer wat meer tijd heb voor mijn ouders, en voor waar zij mee bezig zijn. Ik probeer mijn moeder een beetje te helpen met haar kunst, door te luisteren naar wat ze wil maken en waarom ze dat wil. Ze is 67 en heel haar leven al kunstenares, maar ze exposeert niet echt in galerijen. Ik vind de kunst die zij maakt ongelooflijk, dus ik vraag me af waarom ze dat niet doet. Ik merk dat als ik beter luister en kijk, zij ook meer moed heeft om ermee naar buiten te treden. Dat is voor mij heel waardevol.

En je vader?
Dat gaat de laatste tijd ook beter. Mijn vader komt uit Congo en nu ik meer tijd heb, verdiep ik me meer in ons familieverleden in Congo. Daardoor groei ik ook meer naar mijn vader toe. Hij heeft me ooit een keer mee naar Congo genomen toen ik tien was. Dat heeft heel veel indruk op mij gemaakt. Dat is gewoon een heel andere wereld. Veel straatkinderen, zesjarigen zonder ouders en eten. Mijn vader moest ook al vanaf zijn elfde werken en voor zijn acht broertjes en zusjes zorgen. Hij is naar Nederland gekomen als asielzoeker. Als mijn moeder niet met hem getrouwd was, had hij misschien niet meer geleefd.

O, hoe ging dat destijds?
Mijn vader zou eigenlijk geen verblijfsvergunning krijgen en Nederland uitgestuurd worden. Toen hij uitgeprocedeerd was, had hij net zes maanden een relatie met mijn moeder. Als ze zouden trouwen, kon mijn vader in Nederland blijven. Iedereen raadde mijn moeder af met hem te trouwen, omdat het een truc zou kunnen zijn. Maar haar vader, mijn opa, zei tegen haar: “Als jij vertrouwen in hem hebt, moet je met hem trouwen.” En kijk nu wat er allemaal uit is gekomen.

Het broertje van mijn vader, mijn oom, kwam later naar Nederland en heeft nog een tijdje bij ons gewoond. Hij werd wel teruggestuurd naar Congo. Vanuit Congo besloot hij overhaast naar Angola te gaan, om van daaruit een nieuwe poging te wagen om naar het westen te komen. Op die route is hij komen te overlijden. Het enige bericht dat mijn vader en zijn familie hebben gehad is dat mijn oom op een vrachtwagen zat en is overleden. Niemand weet waar hij begraven is. Dat had ook het lot van mijn vader kunnen zijn.

Heb je plannen om weer eens naar Congo te gaan?
Omdat mijn vader er vandaan komt en het heeft gemaakt, zou het niet passen als ik nu alleen maar materialistische dingen ga doen met mijn geld. Mijn vader is daar nu een huisje aan het bouwen. Dat vind ik al heel mooi. Maar mijn uiteindelijke droom is om er een waterput te bouwen. Ik ga deze zomer naar Congo, als alles goed is, als we leven. Dan wil ik echt zien waar die put het meeste nodig is en die dan bouwen. Er zijn daar meisjes die niet naar school kunnen omdat ze kilometers moeten lopen om water te halen. Een waterput is wel duur, maar veel minder duur dan een dikke BMW, dus daar ga ik voor kijken.

Je zei net “als we leven”. Waar komt dat vandaan?
Het is niet zomaar wat om een waterput in Congo te gaan bouwen, dus iets in mij zegt: “Abel, het is nobel dat je dat wil gaan doen, maar je hebt niet alles onder controle.”

Hoe was het voor je vader toen je in 2015 je debuut voor Congo maakte?
Oeh, heel bijzonder. Het was wel grappig, want mijn vader is kritisch, echt heel kritisch. Dat is ongekend, niet normaal. Sowieso zijn de eerste drie dingen die hij zegt altijd negatief. Dus het eerste wat hij zei was: “Je had moeten scoren, je had een kans om te schieten.” Maar vijf minuten later zei hij: “Er gingen wel tranen over mijn ogen toen je daar stond.”

Waarom besloot je afgelopen zomer te stoppen met voetbal?
In eerste instantie wilde ik in de Jupiler League spelen in combinatie met een studie. Voor mij is progressie heel belangrijk, heb ik gemerkt. Dus ik besloot hoe dan ook met school te beginnen. Ik ging tegelijk stage lopen bij Almere City, maar raakte daar geblesseerd aan mijn hamstring. Toen ben ik gaan beseffen dat ik eigenlijk niet echt wilde voetballen in de Jupiler League. Ik heb de voetballende kwaliteiten om minimaal Eredivisie te spelen. Ik besloot vol voor de studie te gaan en gelijk werkervaring op te doen. Nu zit ik hier.

Hoe voel je je nu over die keuze?
Heel goed. Ik raakte gewoon te vaak geblesseerd. Dat is denk ik de aard van het beestje. Ik merkte dat ik daardoor erg ging stressen, ook al verdiende ik goed geld. Ik kon mijn ei niet kwijt. Ik wil verder komen in het leven, vooruit gaan en een inspiratie zijn. Nu heb ik weer de hele wereld voor mezelf. Ik haal al mijn tentamens, ben stage gaan lopen en heb daar al een parttime baan aan overgehouden. Ik doe ook al een beetje public speaking. Ik heb meer controle over mijn eigen succes.

Je volgt de master sportmanagement aan het Johan Cruijff Institute. Waar word je dan op voorbereid?
De meeste mensen kennen de studie denk ik van Edwin van der Sar, die heeft het ook gedaan. Je wordt voorbereid om een leidinggevende functie te krijgen in de sportwereld. Johan Cruijff heeft het met zijn organisatie zo geregeld dat je zonder diploma meteen de master kunt volgen als je voormalig topsporter bent. Dus dat was voor mij een logische stap.

Kan ik niet in de sport werken, dan kan ik in ieder geval bij mijn zus aankloppen voor advies. Mijn zus is manager in de muziekindustrie en heeft daar haar eigen bedrijf in. Zij werkt met artiesten als en Boef en Ronnie Flex. Ronnie is een vriend van mij geworden, omdat we een goede klik hebben. Ik ben heel close met mijn zus en heb veel meegekregen wat dat betreft.

Wat voor klik heb je met Ronnie Flex?
Ik vind het echt tof dat hij zo zichzelf durft te zijn. Hij komt er gewoon voor uit als hij verslaafd is aan jointjes en is daarvoor ook in een afkickcentrum geweest. Ik ben daar toen een dag bij hem langs geweest, dan praten we over van alles en nog wat, dingen die hij inspirerend vindt. Ik merk dat hij iemand is die dat waardeert. Hij is op zijn eigen manier een wereldverbeteraar. Hij praat dan over Suriname, waar zijn roots liggen, ik over Afrika. Dat herkennen we in elkaar.

Je zei eerder dat je ook al een beetje aan public speaking doet. Wat doe je daar nu mee?
Nadat ik stopte met voetballen ben ik in contact gekomen met De Sportmaatschappij. Zij helpen oud-atleten om een functie te vinden in de maatschappij. Via hen ben ik bij public speaking gekomen. Ik heb tot nu toe een keer voor een groep talenten uit de sport en muziek gesproken. Dat ging over wat er nodig is om de top te bereiken en prof te worden. Ik heb mijn levenslessen meegegeven.

Wat voor levenslessen heb je in je tas?
Het begint allemaal met het besef wat er nodig is om prof te worden. Toen ik zestien was had ik bijvoorbeeld een zware kruisbandblessure. Het duurde best wel lang voordat ik terug was op niveau. Ik ging klagen en viel een beetje uit tegen mijn moeder. Zij zei toen: “Zorg nou maar eerst dat je het verdient om fit te worden, voordat je praat over profvoetballer worden.” Dat kwam bij mij best wel hard aan. Dat liet me beseffen dat er nog best wel een lange weg te gaan was. Daardoor ben ik wel keihard gaan werken en heb ik het uiteindelijk gehaald. Zonder dat besef kan je het niet halen.

Een andere les is dat je altijd goed gedrag moet vertonen richting mensen. Ik ben nu gestopt met voetbal en ben tijdens mijn carrière altijd vriendelijk, netjes en respectvol geweest. Ik merk dat dat nu echt deuren voor mij opent. Dat als ik mensen benader, ze een extra stap voor me willen zetten, omdat ze denken: “Goede jongen, ik gun het hem wel.”

Hoe heeft jouw band met je zwager Ali B zich ontwikkeld de afgelopen jaren?
Ik ken hem sinds mijn elfde, dus nu al een jaar of zestien. Ik heb een hele goede vertrouwensband met hem. Het is niet zo dat ik hem elke dag spreek, maar dat hoeft ook niet. Mijn vrouw en ik wonen in dezelfde wijk als mijn zus en hij. Wat ik wel fijn vind ik dat hij me heel vrij laat, net als toen ik voetballer pas. Pas toen ik contracten kreeg, ging hij zich ermee bemoeien. Nu is dat weer zo. Hij zegt: “Voel je vrij om bij me aan te kloppen.” Maar ik wil gewoon op eigen houtje succesvol zijn. Als ik eenmaal op zo’n level als hij zit, kunnen we samenwerken. Ik wil niet dat hij deuren voor mij gaat openen omdat ik zijn zwagertje ben.

Wat voor advies heeft hij je gegeven in je carrière?
Bijvoorbeeld over het omgaan met je eigen keuzes en druk die mensen van buitenaf je opleggen. Veel mensen zeiden tegen me dat ik niet moest stoppen met voetballen. Maar ik heb bij Ali kunnen zien dat het echt loont om dicht bij jezelf te blijven. Hij was in het begin een gangsterrapper. Nu is hij de knuffelmarokkaan. In het begin zei iedereen ook dat hij gek was om die switch te maken, omdat hij geld verdiende met gangsterrap. Nu hoor je daar niemand meer over.

Ik zag op je Instagram dat je het niet altijd eens bent met zijn kapsel .
Haha, ik pest hem graag. Maar bij Ali moet je uitkijken met pesten man. Pfoe, hij is daar beter in dan ik, eerlijk gezegd.

Wat zegt hij dan tegen jou?
Ik heb grijze haren, die verf ik altijd. Hij maakt me daar helemaal koud over. Hij zegt ook altijd dat ik een heel groot hoofd heb. Door de manier waarop hij het brengt gaat iedereen gewoon lachen, al klopt het niet of slaat het nergens op. Iedereen gaat lachen. Als ik dan een grapje maak en niet iedereen lacht, dan voel ik me toch een beetje lullig, dus ik kijk wel uit. Het is ook zijn baan, dus hij oefent het op iedereen.

Je hebt in 2015 bijna een uur gespeeld in de kampioenswedstrijd van PSV. Hoe was dat om mee te maken?
Bijzonder. We hadden echt een prachtig team met jongens als Depay, Wijnaldum, Willems, Rekik, Bruma, Arias, De Jong, Narsingh en Guardado. Alles viel op zijn plek, ook bij de staf. Ik heb heel veel respect voor Cocu. Op een gegeven moment ging iedereen in het publiek staan tijdens die wedstrijd, met papieren schalen in de lucht. Normaal let je daar niet op, maar we stonden dat seizoen ruim voor in punten en waren die wedstrijd ook aan het winnen. Dan kan je even in het moment opgaan en knijp je jezelf wel even. Dan besef je: ik ga dit gewoon meemaken. Dit neemt niemand meer van me af.

Hoe was het feestje daarna nog? Wat doet zo’n selectie dan?
Het was heel vet. We werden op zaterdag kampioen en waren meteen uitgegaan in Limburg, de zondag daarna gingen we uit in Amsterdam. Ik weet niet of dat slim was, maar het was echt gezellig. De maandag daarna hadden we het kampioensfeest met supporters. Ziek man. Kijk, als voetballer leef je altijd van week naar week. Je weet normaal: “Ik heb nu misschien goed gespeeld, maar volgende week haten ze me misschien weer.” Je bent dus altijd een beetje ingetogen. Maar na zo’n titel is het heel anders. Dan ben je gewoon even over de finish. Dat is heel raar.

Wat is PSV voor club? Hoe zou jij het omschrijven?
Gezellig man. Ik denk gelijk aan Mart van den Heuvel, de teammanager. Hij staat altijd voor je klaar. Als ik jarig ben, is hij nog steeds de eerste die mij appt. Echt, gelijk om één over twaalf of zo al. Iedereen loopt met hem weg. Ik had mijn been bijvoorbeeld gebroken op een heel ongelukkig moment, toen ik net in de basis stond. Mart zei tegen me: “Bel me gewoon als je wat nodig hebt, boodschappen of zo.” Hij belde me daarna gewoon elke dag hoe het ging.

Was die titel jouw mooiste moment bij PSV?
Ik vond het zelf echt vet om kwartfinale Europa League te spelen. Mijn eerste drie wedstrijden waren in de Europa League. Eerst tegen Metalist Charkov en Glasgow Rangers, daarna tegen Benfica thuis in de kwartfinale. Dat was echt ziek. Ik was toen nog een jeugdspeler in mijn hoofd. We hadden uit 4-1 verloren, dus we moesten thuis 3-0 winnen. Ik speelde mijn tegenstander van het veld en we kwamen 2-0 voor. Het stadion ontplofte. Ik besefte toen opeens wat het betekende als twintigjarige en kreeg kippenvel. Uiteindelijk speelden we helaas 2-2, maar dat moment van de 2-0 was op het veld het mooiste bij PSV.

Je hebt het dit interview veel gehad over succes, carrière maken en waarde toevoegen. Levert het je niet veel stress op om die lat steeds zo hoog te leggen?
Ik zie succes niet als puur de functie die iemand bekleedt op de werkvloer. Ik zie het bijvoorbeeld ook als ik nu hier een leuk gesprek met jou kan voeren. Als jij mij benadert op Instagram, dat we dan afspreken. En dat als wij elkaar hierna later weer eens ergens tegenkomen, we moeten lachen, omdat die connectie er is. Dat zie ik al als waarde, snap je? Dus ik leg de lat wel hoog, maar het is niet zo dat ik alleen een hoge baan of Ali B zijn als succes zie. Ik zie het ook als succes dat mijn moeder nu met heel veel zin kunst maakt.